AR01.00-P-1200B | Compressiedruk controleren | 30.11.05 |
MOTOR 112
Luchtfilter geplaatst aan wagenzijde
MOTOR 113
Luchtfilter geplaatst aan wagenzijde
P01.00-0372-06
01 Compressiemeter
| Uit-, inbouwen | ||
Gevaarlijk! | Kans op ongevallen door spontaan wegrijden bij draaiende motor. Kans op letsel door bekneld raken en verbranding bij ingrepen tijdens het starten of bij draaiende motor. | Wagen tegen spontaan wegrijden beveiligen. | |
1 | Motor op bedrijfstemperatuur (ca. 80 °C ) brengen | Compressiedruk alleen controleren bij motor op bedrijfstemperatuur. | |
2 | Motorafdekplaat uitbouwen | ||
3 | Luchtfilterhuis uitbouwen | ||
4 | Resonantiebuis met resonantiehuis uitbouwen | Alle, behalve type 163 met motor 113.942/981. | |
- Hierbij stekkerverbinding van hittefilm-luchtmassameter (HFM) losnemen en - resonantiebuis aan kleppendeksel losschroeven. | |||
De resonantiebuis is achter aan het inlaatspruitstuk met een kunststoflip bevestigd. | |||
Kunststoflip niet beschadigen. | |||
5 | Bougies uitbouwen | Slechts één bougie per cilinder uitbouwen: | |
| Type 210, 208, 202 met motor 112 Type 210 met motor 113 | ||
| Type 163 met motor 112, 113 | ||
6 | Motor ronddraaien met startmotor | Motor niet via het contactslot ronddraaien, maar de contactschakelaar van de compressiemeter gebruiken. | |
Om de cilinders van verbrandingsresten te ontdoen, de motor meerdere malen met de startmotor laten ronddraaien. | |||
| Controleren | ||
7 | Compressiemeter in bougieboring plaatsen | | |
8 | Luchtklep openen | ||
9 | Motor ronddraaien met startmotor | Motor niet via het contactslot ronddraaien, maar de contactschakelaar van de compressiemeter gebruiken. | |
Om de compressiedruk te controleren, de motor minstens 8 omwentelingen laten ronddraaien. | |||
10 | Overige cilinders op dezelfde wijze controleren | ||
11 | Meetwaarden met toegestane waarden vergelijken | ||
Bij een druk die onder de minimale compressiedruk blijft of die het toelaatbare verschil tussen de afzonderlijke cilinders overtreft: | |||
Cilinders op lekkage controleren | |||
12 | Inbouw in omgekeerde volgorde uitvoeren |
Compressiedruk
Nummer | Omschrijving | Motor | Motor | Motor | |
BE01.00-P-1001-01D | Compressiedruk, inbouwtolerantie of nieuwwaarde | bar | 10...12 | 12...14 | 11...13 |
BE01.00-P-1002-01D | Compressiedruk, slijtagegrens of grenswaarde | bar | 8,0 | 9,0 | 10,0 |
BE01.00-P-1003-01D | Compressiedruk, toelaatbaar verschil tussen de afzonderlijke cilinders | bar | 1,5 | 1,5 | 1,5 |
Compressiedruk
Nummer | Omschrijving | Motor | Motor | Motor 113.987/988/ | |
BE01.00-P-1001-01D | Compressiedruk, inbouwtolerantie of nieuwwaarde | bar | 11...13 | 11...13 | 9...12 |
BE01.00-P-1002-01D | Compressiedruk, slijtagegrens of grenswaarde | bar | 10,0 | 8,0 | 8,0 |
BE01.00-P-1003-01D | Compressiedruk, toelaatbaar verschil tussen de afzonderlijke cilinders | bar | 1,5 | 1,5 | 1,5 |
001 589 76 21 00
Compressiemeter
Verwezen documenten
- ap1510p1580a Bougies vervangen
- ap1510p1580gh Bougies vervangen
- ar0100p1300hv
- ar0110p0110v
- ar0707p1454a
- as0000z000501a Kans op ongevallen door spontaan wegrijden bij draaiende motor. Kans op letsel door bekneld raken en verbranding bij ingrepen tijdens het starten of bij draaiende motor.