Verkeerde brandstof getankt bij voertuigen met dieselmotor en Common-Rail-inspuitsysteem:
Als een verkeerde brandstof is getankt, is dit de schuld van de klant en kan dit niet als garantie worden geclaimd.
Als de brandstoftank van een voertuig met Common-Rail-inspuitsysteem met benzine of AdBlue® wordt gevuld, moet als volgt te werk worden gegaan:
Waarschuwing | Kans op letsel door afklemmen of bekneld raken van vingers bij het uit-, inbouwen en bij afstelwerkzaamheden aan deksels, portieren, kleppen en schuifdak. | Als onderdelen worden bewogen, mogen zich geen lichaamsdelen of ledematen in het bewegingsgebied bevinden. | |
Gevaar | Explosiegevaar door ontbranding, vergiftigingsgevaar door het inademen en binnenkrijgen van brandstof en kans op letsel door huid- en oogcontact met brandstof. | Vuur, vonken, open licht en roken verboden. Brandstoffen uitsluitend in hiervoor bestemde en als zodanig aangeduide reservoirs doen. | |
Gevaar | Explosiegevaar door ontbranding van brandstofdampen. Kans op letsel aan huid en ogen door naar buiten spuitende brandstof. | Ontstekingsbronnen uit de gevarenzone verwijderen. | |
Aanwijzingen bij Common-Rail-onderdelen | Motor 607, 628, 629, 642, 646.9, 651, 654, 656 | ||
| Controleren | ||
1 | Controleren of motor al is gestart nadat verkeerde brandstof is getankt | Als de motor nog niet is gestart nadat de verkeerde brandstof is getankt: | |
| |||
Verder met bewerking 2. | |||
Bij motor 611, 612, 613, 660, 668 | |||
Verder met bewerking 3. | |||
Bij motor 607, 626, 628, 629, 639, 640, 642, 646, 647, 648, 651, 654, 656 | |||
Als de motor al is gestart nadat de verkeerde brandstof is getankt: | |||
| |||
Verder met bewerking 6. | |||
Bij motor 611, 612, 613, 668: | |||
Verder met bewerking 7.1. | |||
Bij motor 628, 629, 639, 640, 642, 646, 647, 648, 660: | |||
Verder met bewerking 7.2. | |||
Bij motor 607, 626, 651 | |||
Uit-, inbouwen na tanken verkeerde brandstof zonder motorstart | |||
2 | Brandstoftank volledig ledigen | Motor 611, 612, 613, 660, 668 | |
Als de brandstoftank conform de voorschriften is geledigd: | |||
| |||
Verder met bewerking 4. | |||
3 | Brandstof wegpompen | Motor 607, 626, 628, 629, 639, 640, 642, 646, 647, 648, 651, 654, 656 | |
De brandstof moet via de opening van de brandstofopvoermodule worden geledigd of weggepompt. Hierbij moet erop worden gelet dat ook het dempingsreservoir volledig wordt geledigd. | |||
4 | Lagedrukleidingen reinigen | ||
5 | Voertuig vol tanken | ||
Uit-, inbouwen na vullen van dieseltank met benzine en motorstart | |||
6 | Verbindingspunt van rail op spanen controleren | Motor 611, 612, 613, 668 | |
Lagedrukaansluiting van brandstofretourleiding brandstofhogedrukpomp (kunststofaansluiting in nabijheid van drukregelklep (Y74)) bij rail openen en verbindingspunt van rail op spanen controleren. | |||
Als zich geen spanen in het dieselinspuitsysteem bevinden: | |||
| |||
Verder met bewerking 10. | |||
Als zich spanen in het dieselinspuitsysteem bevinden: | |||
| |||
Verder met bewerking 16. | |||
7.1 | Yvormige verdeler aan uitgang losnemen | Motor 628, 629, 639, 640, 642, 646, 647, 648, 660 | |
De Yvormige verdeler bevindt zich aan de retourleiding brandstofhogedrukpomp/rail. | |||
7.2 | Retourleiding bij railuitgang losnemen | Motor 607, 626, 651, 654, 656 | |
8 | Contact AAN en weglopende brandstof in een schone bak opvangen | Motor 607, 628, 629, 639, 640, 642, 646, 647, 648, 651, 654, 656, 660 | |
9 | Opgevangen brandstof op spanen controleren | Motor 607, 626, 628, 629, 639, 640, 642, 646, 647, 648, 651, 654, 656, 660 | |
Als zich geen spanen in het dieselinspuitsysteem of de brandstof bevinden: | |||
| |||
Verder met bewerking 11 of 12. | |||
Als zich spanen in het dieselinspuitsysteem of de brandstof bevinden: | |||
| |||
Verder met bewerking 16. | |||
10 | Brandstoftank ledigen | Motor 611, 612, 613, 660, 668 | |
11 | Brandstof wegpompen | Motor 607, 626, 628, 629, 639, 640, 642, 646, 647, 648, 651, 654, 656 | |
De brandstof moet via de opening van de brandstofopvoermodule worden geledigd of weggepompt. Hierbij moet erop worden gelet dat ook het dempingsreservoir volledig moet worden geledigd. | |||
12 | Lagedrukleidingen reinigen | ||
13 | Brandstoffilter vervangen | ||
14 | Voertuig vol tanken | ||
15 | Dieselpartikelfilter op beschadiging controleren | Dieselpartikelfilter, indien aanwezig, op beschadiging door hitte controleren en, zo nodig, vervangen. | |
16 | Onderdelen van brandstofsysteem vervangen | Als spanen in het brandstofsysteem of beschadigingen aan de aandrijving van de brandstofhogedrukpomp worden aangetroffen. | |
Volgende onderdelen vervangen: | |||
Uit-, inbouwen na vullen van dieseltank met AdBlue® en motorstart | |||
17 | Brandstoftank ledigen | ||
18 | Onderdelen van brandstofsysteem vervangen | Als spanen in het brandstofsysteem of beschadigingen aan de aandrijving van de brandstofhogedrukpomp worden aangetroffen. | |
Volgende onderdelen vervangen: |
Verwezen documenten
- ah0716p000201tx Aanwijzingen bij Common-Rail-onderdelen
- as0000z001101a Kans op letsel door afklemmen of bekneld raken van vingers bij het uit-, inbouwen en bij afstelwerkzaamheden aan deksels, portieren, kleppen en schuifdak.
- as0716z000101a Explosiegevaar door ontbranding van brandstofdampen. Kans op letsel aan huid en ogen door naar buiten spuitende brandstof.
- as4700z000101a Explosiegevaar door ontbranding, vergiftigingsgevaar door het inademen en binnenkrijgen van brandstof en kans op letsel door huid- en oogcontact met brandstof.