Reinigen en conserveren | |||
1 | Contact uitschakelen | ||
2 | Voordat de motor en het motorcompartiment worden gereinigd en geconserveerd, moeten de spatschermen en de openingen voor de buitenlucht goed worden afgedekt. | De afdekkingen zijn vereist om te voorkomen dat stoffen als koudreiniger, was en dergelijke in het interieur terechtkomen. | |
3 | Schroefverbinding van remvloeistofreservoir met weefseltape afplakken | Weefseltape verwijderen nadat motorcompartiment is geconserveerd. | |
4 | Boring voor ventilatie van membraanruimte in drukregelklep kleppendeksel afplakken |
| |
5 | Elektronische onderdelen afdekken | | |
6 | Motorcompartiment reinigen | Niet bij bedrijfswarme motor reinigen. | |
7 | Aggregatenruimte tussen motor en schutbord reinigen | Voorzichtig met geringe druk reinigen. Slechts zo veel water als nodig gebruiken. | |
Gevaar | Explosiegevaar door onder druk staande spuitbussen | Blikken tegen zonnestralen of temperaturen boven 50 °C beschermen | |
8 | Motorcompartiment conserveren | | |
Het motorcompartiment alleen conserveren als dit droog is. | |||
Wasconserveringsmiddel voor motorcompartiment (spuitbus 400 ml) | |||
9 | Nadat de motor is gereinigd of geconserveerd, moet het gasstangenmechanisme worden gesmeerd | Motor 601, 602, 616 | |
Gangbaarheid en smering controleren. |
Verwezen documenten
- ap0100p850301a Boring voor beluchting van membraan-ruimte in drukregelventiel in kleppendeksel afplakken
- as0000z001501a Explosiegevaar door onder druk staande spuitbussen