ap0600p0655a

Brandstofcelsysteem met waterstofsensoren van voertuig controleren

Type ap · thema 06.00 · versie 0103 · 2020-01-10

Geldig voor: Type 253.99

Plaats

Functiegroep 1 Motor › 06 Brandstofcellensysteem › 06.00 Algemeen — Serie 253 (modellen 99*)

EinPAS 10 Service › 10.30 Onderhoud › 10.30.30 Onderhoud — Serie 253 (modellen 99*)

AP06.00-P-0655A

Brandstofcelsysteem met waterstofsensoren van voertuig controleren

15.11.2019

Type

253.99

Brandstofcelsysteem met waterstofsensoren van voertuig controleren

P54.33-A000-09

Afgebeeld bij combi-instrument met kilometerstandindicatie op multifunctioneel display (30)

4

Gereedheidsstatus aandrijfsysteem

22

Aandrijfsysteem

18

Brandstofindicatie

23

Waterstofalarm

19

Brandstofreserve met indicatie voor tankdoppositie

30

Multifunctioneel display

21

Elektrische storing

Brandstofcelsysteem met waterstofsensoren van voertuig controleren

P06.40-2043-09

Afgebeeld met uitgebouwde bodembekleding

1

Waterstofsensor 1 bij brandstoftank boven achteras

Brandstofcelsysteem met waterstofsensoren van voertuig controleren

P06.40-2045-09

Afgebeeld met geopende motorkap

2

Waterstofsensor 2 boven brandstofcelstack

Gevaar

Kans op levensgevaarlijk letsel bij werkzaamheden aan onderdelen en systemen met een wisselspanning van U >= 30 V (AC) of gelijkspanning van U >= 60 V (DC)

Geen beschadigde of defecte onder spanning staande onderdelen en kabels en niet-geïsoleerde elektrische verbindingen en kabels aanraken.

AS00.00-Z-0035-01A

Gevaar

Explosiegevaar door naar buiten stromende waterstof of oververhitting van de brandstoftanks bij werkzaamheden aan het waterstofsysteem. Bevriezingsgevaar voor lichaamsdelen door naar buiten stromend gas en door het aanraken van onderdelen nabij de klep als brandstoftanks worden geledigd. Verstikkingsgevaar door het inademen van door waterstof verdunde lucht. Verbrandingsgevaar door een niet-goed waarneembare lichtblauwe waterstofvlam.

AS00.00-Z-0030-01B

Aanwijzing

Aanwijzingen brandstofcelsysteem

AH00.00-P-0022-01RFW

Aanwijzing

Algemene aanwijzingen met betrekking tot omgang met voertuigen met hoogspanningsboordnet en/of lithium-ion-accu en/of gasaandrijving

AH00.00-Z-0300-01A

Controleren

1

Contact inschakelen en controleren of brandstofindicatie (18) op combi-instrument een vulniveau van > 50 % weergeeft.

Als brandstofindicatie (18) op combi-instrument een vulniveau van  < 50 % weergeeft:

Tank vullen tot brandstofindicatie (18) op combi-instrument een vulniveau van > 50 % weergeeft.

Tegen afzonderlijke opdracht.

2

Voertuig starten en controleren of storingen met betrekking tot brandstofcelsysteem aanwezig zijn.

Gereedheidsstatus aandrijfsysteem (4) 'READY' moet op combi-instrument worden weergegeven.

Als storingen met betrekking tot brandstofcelsysteem op multifunctioneel display (30), elektrische storing (21), aandrijfsysteem (22), waterstofalarm (23), brandstofreserve met indicatie voor tankdoppositie (19) worden weergegeven of als geen 'READY' als gereedheidsstatus aandrijfsysteem (4) wordt weergegeven:

Oorzaak bepalen en storing verhelpen.

Tegen afzonderlijke opdracht.

3

Contact uitschakelen.

4

Lader voor instandhouding van boordnetspanning op voertuig aansluiten.

AR54.10-P-1127LW

5

Diagnosesysteem aansluiten.

AD00.00-P-2000-04B

6

Motorkap sluiten.

7

Brandstofcelsysteem met waterstofsensor 1 aan brandstoftank boven achteras (1) en waterstofsensor 2 boven brandstofcelstack (2) met behulp van diagnosesysteem controleren.

Controlevoorwaarden: windstil; airconditioning en ventilator in interieur uitgeschakeld; motorkap gesloten; bodembekleding en bekleding motorcompartiment ingebouwd; ventilatoreenheid uit


De ventilatoreenheid mag bij deze controle niet buiten gebruik worden genomen.
Aangezien deze bij een lekkage om veiligheidsredenen wordt ingeschakeld.


Er moet altijd aan de controlevoorwaarden worden voldaan.
Anders wordt de daadwerkelijke waterstofconcentratie verdund en zijn werkelijke waarden van waterstofsensor 1 aan brandstoftank boven achteras (1) en waterstofsensor 2 boven brandstofcelstack (2) te laag.

Controle als volgt in diagnosesysteem oproepen en starten:
Regeleenheidweergave 
N116/2 Brandstofcelstack (FCU) 
Aansturingen 
Controle op lekkage van onderdeel 'brandstofcelstack' 
Werkelijke waarden van waterstofsensor 1 aan brandstoftank boven achteras (1) en waterstofsensor 2 boven brandstofcelstack (2) gedurende 5 minuten in de gaten houden.

Als de ventilatoreenheid vanwege een ontoelaatbare stijging van de werkelijke waarden van waterstofsensor 1 aan brandstoftank boven achteras (1) of waterstofsensor 2 boven brandstofcelstack (2) is ingeschakeld:

Kortetestcontrole op lekkage uitvoeren en waterstoflekkage verhelpen. Vervolgens controle herhalen.


Type 253.992/993 met motor 780

AR06.00-P-0003RFW

Tegen afzonderlijke opdracht.

Als de ventilatoreenheid ondanks een toelaatbare stijging van de werkelijke waarden van waterstofsensor 1 aan brandstoftank boven achteras (1) of waterstofsensor 2 boven brandstofcelstack (2) is ingeschakeld:

Controle herhalen, zodra ventilatoreenheid niet meer draait.

Als de stijging van de werkelijke waarden van waterstofsensor 1 aan brandstoftank boven achteras (1) of waterstofsensor 2 boven brandstofcelstack (2) < 0,3 vol.­% is en de absolute waarde  < 0,5  vol.­% is:

Controle is in orde.

Als de stijging van de werkelijke waarden van waterstofsensor 1 aan brandstoftank boven achteras (1) of waterstofsensor 2 boven brandstofcelstack (2) > 0,3 vol.­% is of de absolute waarde > 0,5 vol.­% is:

Controle is niet in orde. Kortetestcontrole op lekkage uitvoeren en waterstoflekkage verhelpen.


Type 253.992/993 met motor 780

AR06.00-P-0003RFW

Tegen afzonderlijke opdracht.

8

Diagnosesysteem losnemen.

AD00.00-P-2000-04B

9

Lader voor instandhouding van boordnetspanning op voertuig losnemen.

AR54.10-P-1127LW

Verwezen documenten