si3320d0003a

Service-Informatie: onderste stuurgewrichtskogels van vooras controleren

Type si · thema 33.20 · versie 0102 · 2015-07-29

Geldig voor: Type 901, 902, 903, 904, 905, 906, 909

Plaats

Functiegroep 2 Onderstel › 33 Vooras › 33.20 Wielophanging, naaf — Serie 901 · Serie 902 · Serie 903 · Serie 904 · Serie 905 · Serie 906 · Serie 909

EinPAS 17 Aandrijflijn/as › 17.50 Vooras › 17.50.41 Dwarsgeplaatste wieldraagarm/geleidearm/stabilisator — Serie 901 · Serie 902 · Serie 903 · Serie 904 · Serie 905 · Serie 906 · Serie 909

EinPAS 45 Gegevens/informatie › 45.20 Informatie/maatregelen › 45.20.20 Service-informatie — Serie 901 · Serie 902 · Serie 903 · Serie 904 · Serie 905 · Serie 906 · Serie 909

SI33.20-D-0003A

Service-Informatie: onderste stuurgewrichtskogels van vooras controleren

24.7.15

Type

901, 902, 903, 904, 905, 906, 909

Aangezien er steeds weer onnodig onderste stuurgewrichtskogels worden vervangen, willen we er nog een keer op wijzen dat een controle van de onderste stuurgewrichtskogels op axiale speling niet nodig en mogelijk is.

Het slijtagegedrag van de onderste stuurgewrichtskogels is constructief bepaald op de 'levensduur' van een voertuig.

Voorwaarde hiervoor is dat de rubbermanchet onbeschadigd is.

Deze kan echter door controles met montagehefbomen of ander gereedschap met scherpe randen worden beschadigd.

In het kader van onderhoudswerkzaamheden dienen controles op lekkage en toestand van de manchetten te worden uitgevoerd en dient te worden gecontroleerd of de onderste stuurgewrichtskogel niet blijvend is beschadigd door corrosie-invloeden.

Om veiligheidsredenen en om mogelijke beschadigingen te voorkomen, is het niet toegestaan om het voertuig aan de dwarsgeplaatste wieldraagarmen op te heffen (zie document AR00.60-D-1000A).

Door de plaatsing van de onderste stuurgewrichtskogels in de dwarsgeplaatste wieldraagarmen is het zelfs niet mogelijk om de kogel los te maken los als het gewricht is beschadig.

Service-Informatie: onderste stuurgewrichtskogels van vooras controleren

D33.00-1102-79

1 Voorashuis

2 Dwarsgeplaatste wieldraagarm

3 Dwarsbladveer

4 Veerpoot

5 Tandheugelstuurinrichting

6 Eindaanslag veer

7 Fusee

8 Onderste stuurgewrichtskogel

Krachtverhouding aan vooras

De vooras van de Sprinter is dusdanig geconstrueerd dat het bladuiteinde van de ingespannen dwarsbladveer (3) in elke mogelijke in- en uitveertoestand met een kracht 'F' op dwarsgeplaatste wieldraagarm (2) drukt. Dwarsgeplaatste wieldraagarm (2) oefent op de kogelkop van onderste stuurgewrichtskogel (8) de kracht 'F1' uit.

Tijdens het rijden drukt de wielrijkracht 'R' via fusee (7) met de kracht 'R1' de kogelkop in de kogelpan.

Als het voertuig aan de vooras wordt ontlast of opgekrikt, wordt de wielrijkracht 'R' nul. Veerpoot (4) gaat in de trekspanningsaanslag en bereikt de kogelkop van onderste stuurgewrichtskogel (8) via fusee (7) met de kracht 'A', de voorgespannen dwarsbladveer (3) werkt met de kracht 'F' via dwarsgeplaatste wieldraagarm (2) op de kogelpan met de kracht 'F1'.

Hierdoor wordt ervoor gezorgd dat noch bij een rijmanoeuvre noch in opgekrikte toestand de kogeltap van de onderste stuurgewrichtskogel wordt blootgesteld aan trekspanning.

De kogel van onderste stuurgewrichtskogel (8) wordt bij elke belasting in de kogelpan gedrukt, er vindt geen wisselende belasting trekspanning - druk plaats.