GF42.45-P-3000D | ABS-regelfunctie, werking | 1.12.06 |
TYPE 163 at 1.9.02 met CODE (472) Electronic-Stability-Program (ESP)
TYPE 170 met MOTOR 111, 112 met CODE (472) Electronic-Stability-Program (ESP)
TYPE 202 met MOTOR 111, 605, 611 met CODE (472) Electronic-Stability-Program (ESP)
TYPE 203
met CODE (472) Electronic-Stability-Program (ESP)
tot modeljaar 8
TYPE 208 met MOTOR 111 met CODE (472) Electronic-Stability-Program (ESP)
TYPE 209 met CODE (472) Electronic-Stability-Program (ESP)
P42.45-2181-76
Als voorbeeld afgebeeld bij type 209
b Remdruk
Normaal remproces
ABS-regelfunctie drukopbouw
Elke ABS-regeling begint met een normaal remproces dat de bestuurder via het rempedaal uitvoert.
De regeleenheid ESP herkent het remproces aan de vertraagde wielomwentelingen.
De remdruk wordt via beide omschakelmagneetventielen (y18 en y19) en magneetventielen (y6, y8, y10 en y12) opgebouwd.
Tijdens een ABS-regeling kan deze drukopbouwfase bij elk wiel afzonderlijk worden uitgevoerd.
Bij een normaal remproces wordt de druk via dezelfde magneetventielen afgebouwd.
P42.45-2182-76
Als voorbeeld afgebeeld bij type 209
b Remdruk
ABS-regelfunctie druk houden
Het in het voorbeeld afgebeelde regelproces en de ventielstanden hebben betrekking op de rem rechtsvoor.
Als een wiel tijdens het remmen dreigt te blokkeren, voorkomt het ABS-systeem een verdere drukopbouw. Aan de hand van de slipwaarden van de geremde wielen leidt de regeleenheid ESP de drukhoudfase in.
De drukhoudfase wordt ingeleid door het aansturen van magneetventiel (y8). In deze regelfase blijven magneetventielen (y8 en y9) gesloten; hierdoor blijft de druk in de remklauw rechtsvoor constant.
P42.45-2183-76
Als voorbeeld afgebeeld bij type 209
b Remdruk
e Gereduceerde druk
ABS-regelfunctie drukafbouw
Het in het voorbeeld afgebeelde regelproces en de ventielstanden hebben betrekking op de rem rechtsvoor.
Aan de hand van de slipwaarden van de geremde wielen leidt de regeleenheid ESP de drukafbouwfase in.
De drukafbouwfase wordt ingeleid door het aansturen (openen) van magneetventiel (y9). Magneetventiel (y8) blijft in deze regelfase aangestuurd (gesloten).
Tijdens de drukafbouwfase stroomt remvloeistof via reservoir (11) terug in pomp vooras (p1).
Van daaruit wordt de remvloeistof tegen de druk in de vooraskring in teruggepompt naar de hoofdremcilinder.
Om het pompgeluid te dempen, is bij elke remkring een demper (12) aangebracht.
Verwezen documenten
- gf4245p4500c Regeleenheid ESP, plaatsing/functie/werking
- gf4245p4500m Regeleenheid ESP, plaatsing/functie/werking
- gf4245p4500t Regeleenheid ESP, plaatsing/functie/werking
- gf4250p4000d