gf0761p3033b

Cilinderuitschakeling, werking

Type gf · thema 07.61 · versie 0106 · 2009-01-14

Geldig voor: MOTOR 113.960 met CODE (479) Cilinderuitschakeling

Plaats

Functiegroep 1 Motor › 07 Mengselvorming › 07.61 Benzine-inspuit- en ontstekingssysteem ME

Geldt ook voor motoren/versnellingsbakken: 113 960

GF07.61-P-3033B

Cilinderuitschakeling, werking

8.1.09

MOTOR 113.960 met CODE (479) Cilinderuitschakeling

Cilinderuitschakeling, werking

P07.61-2089-09

1 - 8 Cilinder 1 t/m 8

Cilinderuitschakeling bij

cilinder 2 ,3, 5 en 8

1 Schakeltuimelaar (gekoppeld)

1a Roltuimeldeel

1b Kleptuimeldeel

1c Veer

1d Koppelpen

1e Drukpen

21 Uitlaatgasklep

L5 Krukasstandsensor

M16/6 Stelelement luchtklep

N3/10 Regeleenheid ME

T1/2 Bobine cilinder 2

T1/3 Bobine cilinder 3

T1/5 Bobine cilinder 5

T1/8 Bobine cilinder 8

X11/4 Diagnosetestaansluiting

a Naar vacuümreservoir

CAN Databus (Control Area Network)

B2/5 Hittefilm-luchtmassameter

B11/4 Temperatuursensor koelmiddel

B28 Druksensor (inlaatspruitstuk)

B40 Oliesensor (oliepeil/temperatuur/kwaliteit)

B40/2 Oliedruksensor

Y62 Brandstofverstuivers voor

cilinder 2 ,3, 5 en 8

Y80 Ventiel cilinderuitschakeling cilinderbank rechts

Y81 Ventiel cilinderuitschakeling cilinderbank links

Y93 Omschakelventiel uitlaatgasklep

Functie

Brandstofverbruik reduceren.

Hiervoor worden onder bepaalde bedrijfsomstandigheden cilinder 2 en 3 van de cilinderbank rechts, alsmede cilinder 5 en 8 van de cilinderbank links uitgeschakeld.

-----------------------------------------------------------------------------------------

Bouw/werking

Om cilinder 2 en 3 (cilinderbank rechts) en cilinder 5 en 8 (cilinderbank links) uit te schakelen, worden de in- en uitlaatkleppen ervan niet meer bediend. De kleppen blijven tijdens de cilinderuitschakeling continu gesloten.

Tegelijkertijd worden de brandstofinspuiting en de ontsteking onderbroken.

De cilinderuitschakeling is geïntegreerd in de regeleenheid ME. Voor de cilinderuitschakeling zijn de volgende in- en uitgangen/functies nodig:

Aansturing ventiel cilinderuitschakeling cilinderbank
rechts (Y80)

Aansturing ventiel cilinderuitschakeling cilinderbank
links (Y81)

Aansturing omschakelventiel uitlaatgasklep (Y93)

Signaal oliedruksensor (B40/2)

Signaal druksensor (B28), inlaatspruitstukdruk

Storingsherkenning cilinderuitschakeling

Voor de cilinderuitschakeling wordt gebruikgemaakt van signalen die reeds in de regeleenheid ME aanwezig zijn. Dit zijn:

Krukaspositie en motortoerental

Motorbelasting

Stand luchtklep

Geschakelde versnelling

Olietemperatuur

-----------------------------------------------------------------------------------------

De functies in de regeleenheid ME zijn op de cilinderuitschakeling afgestemd. Bijvoorbeeld:

Brandstofinspuiting en ontsteking voor uit te schakelen cilinder blokkeren, overige programma's voor inspuitduur en ontstekingstijdstip bij cilinderuitschakeling AAN

Aansturing stelelement luchtklep

Beoordeling motorloop, overige programma's voor cilinderuitschakeling AAN/UIT

Berekening motorbelasting, houdt rekening met verschillende luchtmassa's

Mengselaanpassing, voor verschillende luchtmassa's en drukverhoudingen

Correctieprogrammering met STAR DIAGNOSE

-----------------------------------------------------------------------------------------

Cilinderuitschakeling, werking

P05.30-2012-11

Cilinderuitschakeling UIT

Beide delen van de schakeltuimelaars zijn bij cilinderuitschakeling UIT via de beweegbare koppelpennen aan elkaar gekoppeld. Een veer drukt de koppelpen in de stand "gekoppeld".

1 Schakeltuimelaar

1a Roltuimeldeel

1b Kleptuimeldeel

1c Veer

1d Koppelpen

1e Drukpen

3 Tuimelaarasssen

4 Nokkenas

Cilinderuitschakeling, werking

P05.30-2013-11

Cilinderuitschakeling AAN

De elektromagnetische ventielen cilinderuitschakeling (Y80, Y81) worden aangestuurd door de regeleenheid ME en gaan open. Onder druk staande olie stroomt door de tuimelaarassen achter de drukpennen en drukt de koppelpennen terug. De beide tuimelaar-delen kunnen nu vrij ten opzichte van elkaar bewegen - de in- en uitlaatkleppen worden niet meer bediend.

Het ontkoppelde kleptuimeldeel steunt op de rustcirkel van de nokkenas. Hierdoor wordt gegarandeerd dat de koppelpen opnieuw in de boring in het roltuimeldeel kan glijden.

1 Schakeltuimelaar

1a Roltuimeldeel

1b Kleptuimeldeel

1c Veer

1d Koppelpen

1e Drukpen

3 Tuimelaarasssen

4 Nokkenas

Schakeltijdstip cilinderuitschakeling

Als aan de schakelvoorwaarden is voldaan, kan vanwege de mechanische eigenschappen van de motor slechts in bepaalde motorstanden de cilinderuitschakeling worden geactiveerd:

De kleppen van de motor moeten zijn gesloten. Schakelen is alleen mogelijk als de tuimelaars zijn ontlast.

Na een werkslag worden altijd eerst de uitlaatkleppen uitgeschakeld en vervolgens de inlaatkleppen.
Hierdoor worden in een uitgeschakelde cilinder onder druk staande uitlaatgassen ingesloten. De overdruk voorkomt dat er olie uit het carter wordt aangezogen. Als de cilinder naderhand weer meewerkt en de uitlaatgassen ontsnappen, ondervindt de lambdaregeling hiervan geen invloed.

Van de cilinderbank rechts wordt eerst cilinder 2 en vervolgens cilinder 3 uitgeschakeld, van de cilinderbank links eerst cilinder 8 en vervolgens cilinder 5.

-----------------------------------------------------------------------------------------

Inschakelvoorwaarden cilinderuitschakeling

Blokkeringstijd (ca. 20 sec.) na starten van motor verstreken

Koelmiddeltemperatuur hoger dan ca. +20 °C

Motortoerentallen bij bedrijfswarme motor
ca. 925 1/min tot 1700 1/min in 3e versnelling
ca. 925 1/min tot 1700 1/min in 4e versnelling
ca. 925 1/min tot 3500 1/min in 5e versnelling

Rijstand 3, 4 of D

Luchtklephoek kleiner dan een van het toerental afhankelijke drempelwaarde

Motoroliedruk groter dan ca. 2,5 bar

Motorolietemperatuur tussen ca. 20 °C en 130 °C

Temperatuur aangezogen lucht ca. - 40 °C tot 100 °C

Hoogte onder ca. 2500 m boven zeeniveau

Accuspanning hoger dan ca. 10,5 V

Cilinderuitschakeling bij variantcodering met STAR DIAGNOSE vrijgegeven

ASR-regeling niet actief

-----------------------------------------------------------------------------------------

Uitschakelvoorwaarden cilinderuitschakeling

Overslaan met schadelijke uitwerking op KAT herkend

Storing in cilinderuitschakeling herkend

Noodloop elektronisch gaspedaal

Storing in signaal olietemperatuur

Storing in signaal oliedruk

Verzoek op basis van de controle van de werkingsketen

Onregelmatige loop bij cilinderuitschakeling AAN te groot

Maximaal toegestane, ononderbroken bedrijfstijd
van ca. 25 min. overschreden.
Na ca. 20 sec. zonder cilinderuitschakeling wordt de cilinderuitschakeling opnieuw vrijgegeven.

-----------------------------------------------------------------------------------------

Inschakeldrempel cilinderuitschakeling

De inschakeldrempel bepaalt hoe de cilinderuitschakeling in het middelste toerental- en lastbereik wordt in- en uitgeschakeld.

De drempel is afhankelijk van de correctieprogrammering met STAR DIAGNOSE.

Bij de correctieprogrammering zijn de volgende instellingen mogelijk:

Inschakeldrempel uit basisprogramma (basisinstelling)

Cilinderuitschakeling onder 1500 1/min beperkt

Cilinderuitschakeling in gehele programma beperkt

Cilinderuitschakeling geblokkeerd

-----------------------------------------------------------------------------------------

De correctieprogrammering met STAR DIAGNOSE is uitsluitend toegestaan als er aanzienlijke klachten over het comfort zijn, en mag alleen worden uitgevoerd bij cilinderuitschakeling AAN.

Een beperking van de cilinderuitschakeling heeft een nadelig effect op het brandstofverbruik.

-----------------------------------------------------------------------------------------

Aansturing stelelement luchtklep

Bij cilinderuitschakeling AAN worden 4 cilinders van de motor uitgeschakeld. Om het motorkoppel zo constant mogelijk te houden, wordt de luchtklep, afhankelijk van de last en het toerental, verder geopend.

Bij cilinderuitschakeling UIT geldt een omgekeerde situatie en wordt de luchtklep verder gesloten.

De aansturing van de klep geschiedt kort voor cilinderuitschakeling IN of UIT.

Bij het omschakelen tussen de beide bedrijfstoestanden van de motor moet zo veel mogelijk hetzelfde motorkoppel ter beschikking staan, zodat de bestuurder geen verschil in het vermogen merkt en het omschakelen zonder schokken plaatsvindt.

Aansturing van uitlaatgasklep

Bij cilinderuitschakeling AAN wordt tot ca. 2500 1/min het elektromagnetische omschakelventiel uitlaatgasklep aangestuurd door regeleenheid ME. Er ontstaat een vacuüm in de membraandoos en de uitlaatgasklep sluit de uitlaatpijp gedeeltelijk. Hierdoor ontstaat een rustig geluid.

Aansturing van ventielen cilinderuitschakeling

Elektromagnetische ventielen cilinderuitschakeling (Y80, Y81) worden met een getakte gelijkspanning door de eindtrappen in de regeleenheid ME aangestuurd.

Bij het inschakelen van de cilinderuitschakeling wordt de tastverhouding voor maximaal 0,5 sec. op ca. 95% geschakeld om de bekrachtigingsstroom te verhogen en een snellere reactie te verkrijgen. Door de thermische begrenzing van de tijdsduur worden de spoelwikkelingen beschermd tegen oververhitting.

Overige maatregelen aan motor/wisselbak bij cilinderuitschakeling

Registeroliepomp (met hetzelfde principe als bij motor 120) met hoge opbrengst

Trillingsdemper aan riemaandrijving

Koppelomvormer met turbinetorsiedemper voor geoptimaliseerde geluidsemissie

Ventiel cilinderuitschakeling, plaatsing/functie/bouw/werking

GF07.05-P-3101B

Oliedruksensor cilinderuitschakeling, plaatsing/functie/bouw/werking

GF18.40-P-3101B

Omschakelventiel uitlaatgasklep, plaatsing/functie/bouw/werking

GF07.05-P-3102B

Uitlaatgasklep, plaatsing/functie/bouw/werking

GF49.10-P-3101B

Beoordeling motorloop, werking

GF07.10-P-1030F

Regeleenheid ME, plaatsing/functie/bouw/werking

GF07.61-P-5000F

Stelelement EFP/TPM/LLR, plaatsing/functie/bouw/werking

GF30.22-P-4010F

Oliesensor, plaatsing/functie/bouw/werking

Signaal olietemperatuur

GF18.40-P-4111A

Regeleenheid EGS, plaatsing/functie

Informatie selectiehendelstand P/N en geschakelde rijstand bij automatische wisselbak.

GF27.19-P-4012G

Druksensor, plaatsing/functie/bouw/werking

Ter controle van de cilinderuitschakeling

GF07.04-P-5014F

Verwezen documenten