ar0715w8950a

Insteekpomp MR/PLD uit-, inbouwen

Type ar · thema 07.15 · versie 0504 · 2009-04-01

Geldig voor: MOTOR 904.9 in TYPE 668, 670 MOTOR 904.9 in TYPE 374, 375, 673, 674, 676, 958, 970, 972, 975, 976 MOTOR 906.9 in TYPE 374, 958, 970, 972, 974, 975, 976 MOTOR 906.9 in TYPE 374, 375, 950, 952, 953, 954, 958 MOTOR 906.9 in TYPE 957 behalve CODE MS8, aardgasmotor

Plaats

Functiegroep 1 Motor › 07 Mengselvorming › 07.15 Dieselinspuitsysteem (PLD), motorregeling (MR) — Serie 374 · Serie 375 · Serie 668 · Serie 670 · Serie 673 · Serie 674 · Serie 676 · Serie 904 (modellen 9**) · Serie 906 (modellen 9**) · Serie 950 · Serie 952 · Serie 953 · Serie 954 · Serie 957 · Serie 958 · Serie 970 · Serie 972 · Serie 974 · Serie 975 · Serie 976

EinPAS 15 Motor › 15.45 Motormanagement › 15.45.51 Inspuitpomp/inspuitversteller — Serie 374 · Serie 375 · Serie 668 · Serie 670 · Serie 673 · Serie 674 · Serie 676 · Serie 904 (modellen 9**) · Serie 906 (modellen 9**) · Serie 950 · Serie 952 · Serie 953 · Serie 954 · Serie 957 · Serie 958 · Serie 970 · Serie 972 · Serie 974 · Serie 975 · Serie 976

AR07.15-W-8950A

Insteekpomp MR/PLD uit-, inbouwen

23.4.08

MOTOR 904.9 in TYPE 668, 670

MOTOR 904.9 in TYPE 374, 375, 673, 674, 676, 958, 970, 972, 975, 976

MOTOR 906.9 in TYPE 374, 958, 970, 972, 974, 975, 976

MOTOR 906.9 in TYPE 374, 375, 950, 952, 953, 954, 958

MOTOR 906.9 in TYPE 957 behalve CODE MS8, aardgasmotor

Insteekpomp MR/PLD uit-, inbouwen

W07.15-1264-08

Afgebeeld bij motor 906.9

1 Inspuitleiding

2 Elektrische motorkabelset

3 Bout

4 Rolstoter

Y8 Insteekpomp cilinder 3

Y9 Insteekpomp cilinder 4

Y10 Insteekpomp cilinder 5

Y11 Insteekpomp cilinder 6

5 Slagtrekker

Y6 Insteekpomp cilinder 1

Y7 Insteekpomp cilinder 2

Insteekpomp MR/PLD uit-, inbouwen

W26.60-1011-11

Alleen bij wagens met code GS3, schakelkarakteristiek 'hydraulisch'

30 Hydraulische leidingen

31 Klemmen

32 Steun

33 Bout

Wijziging

22.3.04

Document herzien, bewerking toegevoegd

Uitbouwen

Gevaarlijk!

Explosiegevaar door ontbranding, vergiftigingsgevaar door het inademen en binnenkrijgen van brandstof en kans op letsel door huid- en oogcontact met brandstof.

Vuur, vonken, open licht en roken verboden.
Brandstoffen uitsluitend in hiervoor bestemde en als zodanig aangeduide reservoirs doen.

Bij het omgaan met brandstoffen veiligheidskleding dragen.

AS47.00-Z-0001-01A

1

Contact uitschakelen

Gevaarlijk!

Kans op letsel door bekneld raken bij het kantelen van de cabine.

Tijdens het kantelen mogen zich geen personen bevinden in het kantelgebied van de cabine. De cabine altijd tot aan de eindstand kantelen en met veiligheidssteunen beveiligen.

AS60.80-Z-0001-01A

2.1

Cabine kantelen

Type 374, 375, 673, 674, 676, 950, 952, 953, 954, 957, 958, 970, 972, 974, 975, 976

Bij type 957 de onderhoudsklep openen.

Aanwijzingen voor het kantelen van de cabine

AH60.80-N-0003-01A

2.2

Onderhoudsklep uitbouwen

Type 668, 670

3

Geluidsisolatie links aan chassis uitbouwen

Alleen bij type 374, 375, 673, 674, 676, 950, 952, 953, 954, 957, 958, 970, 972, 974, 975, 976.

4

Motorbekleding uitbouwen

5

Cilinderblok in nabijheid van betreffende insteekpomp reinigen

6

Inspuitleiding (1) van betreffende insteekpomp uitbouwen

AR07.15-W-9235A

7

Insteekpompen markeren ten opzichte van betreffende cilinder

Alleen als meerdere insteekpompen worden uitgebouwd.

8

Steun voor mechanische schakeling aan cilinderkop demonteren

Alleen bij wagens met code GS1, schakelkarakteristiek 'mechanisch', voor het uitbouwen van insteekpomp cilinder 1 (Y6).

9

Hydraulische leidingen (30) met steun (32) en klemmen (31) aan motor verwijderen en terzijde leggen

Alleen bij wagens met code GS3, schakelkarakteristiek 'hydraulisch', voor het uitbouwen van insteekpomp cilinder 1 (Y6).

Hydraulische leidingen (30) niet losnemen.

10

Bevestigingsstrip voor elektrische motorkabelset (2) met knop motorstart en knop motorstop aan cilinderblok uitbouwen

Alleen nodig als bij motor 904.9 insteekpomp cilinder 2 (Y7) of insteekpomp cilinder 3 (Y8) of bij motor 906.9 insteekpomp cilinder 4 (Y9) of insteekpomp cilinder 5 (Y10) moet worden uitgebouwd.

11

Elektrische motorkabelset (2) aan betreffende insteekpomp losnemen

12

Bouten (3) aan betreffende insteekpomp ca. 4 tot 5 mm uitdraaien

De insteekpomp staat onder veerspankracht en kan plotseling uit het cilinderblok springen als de bouten (3) geheel worden uitgedraaid. De insteekpomp zou daarbij worden beschadigd.

13

Slagtrekker (5) aan betreffende insteekpomp monteren

*355589016300

14

Betreffende insteekpomp met slagtrekker (5) tot aan koppen van bouten (3) naar buiten trekken

Een vastzittende insteekpomp mag niet aan het magneetventiel of aan de flens van het cilinderblok naar buiten worden gedrukt. Anders wordt het magneetventiel namelijk beschadigd.

15

Slagtrekker (5) demonteren

16

Bouten (3) uitdraaien, insteekpomp verwijderen

Controleren

17

Rolstoter (4) van insteekpomp controleren

Oppervlak van rolstoter (4) controleren. Bij kleine groeven of krassen kan de insteekpomp opnieuw worden gebruikt. Bij diepe groeven, krassen of schuurplekken:

Betreffende insteekpomp vervangen en bovendien de insteekpompnok aan de nokkenas visueel controleren.

Inbouwen

18

Vuil en lakresten voorzichtig van pasvlak cilinderblok verwijderen

Boring in cilinderblok afsluiten.

19

O-ringen aan insteekpomp vervangen

Alleen als gebruikte insteekpompen opnieuw worden gebruikt.

AR07.15-W-8950-01A

*904589031400

Hittebestendig lagervet

*BR00.45-Z-1051-06A

20

Insteekpompelement en boring in cilinderblok licht met hittebestendig lagervet insmeren

*BR00.45-Z-1051-06A

21

Beide montagepennen in cilinderblok schroeven en insteekpomp aanbrengen

O-ringen van insteekpompelement niet beschadigen.

Op de inbouwpositie letten en insteekpomp voorzichtig met de hand tegen de veerkracht in naar binnen drukken.

Als de insteekpomp niet diep genoeg naar binnen kan worden gedrukt, motor ca. een halve omwenteling (in draairichting) doordraaien.

Montagepennen voor inbouw van insteekpomp

WF58.50-W-0715-01A

22

Montagepennen door bouten (3) vervangen en insteekpomp met bouten (3) vastschroeven

*BA07.15-N-1001-01A

23

Bevestigingsstrip voor elektrische motorkabelset (2) met knop motorstart en knop motorstop aan cilinderblok aanbrengen

Alleen nodig als bij motor 904.9 insteekpomp cilinder 2 (Y7) of insteekpomp cilinder 3 (Y8) of bij motor 906.9 insteekpomp cilinder 4 (Y9) of insteekpomp cilinder 5 (Y10) is uitgebouwd.

24

Elektrische motorkabelset (2) op betreffende insteekpomp aansluiten

25

Steun voor mechanische schakeling aan cilinderkop monteren

Alleen als bij wagens met code GS1, schakelkarakteristiek 'mechanisch', insteekpomp cilinder 1 (Y6) is uitgebouwd.

26

Hydraulische leidingen (30) met steun (32) en klemmen (31) van motor verwijderen

Alleen als bij wagens met code GS3, schakelkarakteristiek 'hydraulisch', insteekpomp cilinder 1 (Y6) is uitgebouwd.

27

Inspuitleiding (1) op betreffende insteekpomp aansluiten

AR07.15-W-9235A

Gevaarlijk!

Kans op ongevallen door spontaan wegrijden bij draaiende motor. Kans op letsel door bekneld raken en verbranding bij ingrepen tijdens het starten of bij draaiende motor.

Wagen tegen spontaan wegrijden beveiligen.
Gesloten en strak aansluitende werkkleding dragen.
Geen hete of roterende delen vastpakken.

AS00.00-Z-0005-01A

28

Motor starten en brandstofsysteem ontluchten

Het brandstofsysteem wordt automatisch ontlucht. Motor ca. 1 min. laten draaien. Als de motor afslaat of niet aanspringt, het starten na een pauze van 2 min. herhalen.

29

Motor afzetten

30

STAR DIAGNOSIS aansluiten en barcode insteekpomp coderen

Alleen als meerdere insteekpompen worden ingebouwd.

31

Motorbekleding inbouwen

32

Geluidsisolatie links aan chassis inbouwen

Alleen bij type 374, 375, 673, 674, 676, 950, 952, 953, 954, 957, 958, 970, 972, 974, 975, 976.

Gevaarlijk!

Kans op letsel door bekneld raken bij het kantelen van de cabine.

Tijdens het kantelen mogen zich geen personen bevinden in het kantelgebied van de cabine. De cabine altijd tot aan de eindstand kantelen en met veiligheidssteunen beveiligen.

AS60.80-Z-0001-01A

33.1

Cabine terugkantelen

Type 374, 375, 673, 674, 676, 950, 952, 953, 954, 957, 958, 970, 972, 974, 975, 976

Aanwijzingen voor het kantelen van de cabine

AH60.80-N-0003-01A

33.2

Onderhoudsklep inbouwen

Type 668, 670

Dieselinspuitsysteem met insteekpompen (MR/PLD)

Nummer

Omschrijving

Motor
904.9,

motor
906.9
zonder code MS8

BA07.15-N-1001-01A

Bout insteekpomp aan cilinderblok

Nm

65

Insteekpomp MR/PLD uit-, inbouwen
Insteekpomp MR/PLD uit-, inbouwen

355 589 01 63 00

904 589 03 14 00

Huls

Slagtrekker

Reparatiemiddelen

Nummer

Omschrijving

Bestelnummer

BR00.45-Z-1051-06A

Hittebestendig lagervet

A 000 989 81 51

Verwezen documenten