AR07.15-W-8950A | Insteekpomp MR/PLD uit-, inbouwen | 23.4.08 |
MOTOR 904.9 in TYPE 668, 670
MOTOR 904.9 in TYPE 374, 375, 673, 674, 676, 958, 970, 972, 975, 976
MOTOR 906.9 in TYPE 374, 958, 970, 972, 974, 975, 976
MOTOR 906.9 in TYPE 374, 375, 950, 952, 953, 954, 958
MOTOR 906.9 in TYPE 957 behalve CODE MS8, aardgasmotor
W07.15-1264-08
Afgebeeld bij motor 906.9
1 Inspuitleiding
2 Elektrische motorkabelset
3 Bout
4 Rolstoter
Y8 Insteekpomp cilinder 3
Y9 Insteekpomp cilinder 4
Y10 Insteekpomp cilinder 5
Y11 Insteekpomp cilinder 6
5 Slagtrekker
Y6 Insteekpomp cilinder 1
Y7 Insteekpomp cilinder 2
W26.60-1011-11
Alleen bij wagens met code GS3, schakelkarakteristiek 'hydraulisch'
30 Hydraulische leidingen
31 Klemmen
32 Steun
33 Bout
Wijziging
| Uitbouwen | ||
Gevaarlijk! | Explosiegevaar door ontbranding, vergiftigingsgevaar door het inademen en binnenkrijgen van brandstof en kans op letsel door huid- en oogcontact met brandstof. | Vuur, vonken, open licht en roken verboden. Bij het omgaan met brandstoffen veiligheidskleding dragen. | |
1 | Contact uitschakelen | ||
Gevaarlijk! | Kans op letsel door bekneld raken bij het kantelen van de cabine. | Tijdens het kantelen mogen zich geen personen bevinden in het kantelgebied van de cabine. De cabine altijd tot aan de eindstand kantelen en met veiligheidssteunen beveiligen. | |
2.1 | Cabine kantelen | Type 374, 375, 673, 674, 676, 950, 952, 953, 954, 957, 958, 970, 972, 974, 975, 976 | |
Bij type 957 de onderhoudsklep openen. | |||
| Aanwijzingen voor het kantelen van de cabine | ||
2.2 | Onderhoudsklep uitbouwen | Type 668, 670 | |
3 | Geluidsisolatie links aan chassis uitbouwen | Alleen bij type 374, 375, 673, 674, 676, 950, 952, 953, 954, 957, 958, 970, 972, 974, 975, 976. | |
4 | Motorbekleding uitbouwen | ||
5 | Cilinderblok in nabijheid van betreffende insteekpomp reinigen | ||
6 | Inspuitleiding (1) van betreffende insteekpomp uitbouwen | ||
7 | Insteekpompen markeren ten opzichte van betreffende cilinder | Alleen als meerdere insteekpompen worden uitgebouwd. | |
8 | Steun voor mechanische schakeling aan cilinderkop demonteren | Alleen bij wagens met code GS1, schakelkarakteristiek 'mechanisch', voor het uitbouwen van insteekpomp cilinder 1 (Y6). | |
9 | Hydraulische leidingen (30) met steun (32) en klemmen (31) aan motor verwijderen en terzijde leggen | Alleen bij wagens met code GS3, schakelkarakteristiek 'hydraulisch', voor het uitbouwen van insteekpomp cilinder 1 (Y6). | |
Hydraulische leidingen (30) niet losnemen. | |||
10 | Bevestigingsstrip voor elektrische motorkabelset (2) met knop motorstart en knop motorstop aan cilinderblok uitbouwen | Alleen nodig als bij motor 904.9 insteekpomp cilinder 2 (Y7) of insteekpomp cilinder 3 (Y8) of bij motor 906.9 insteekpomp cilinder 4 (Y9) of insteekpomp cilinder 5 (Y10) moet worden uitgebouwd. | |
11 | Elektrische motorkabelset (2) aan betreffende insteekpomp losnemen | ||
12 | Bouten (3) aan betreffende insteekpomp ca. 4 tot 5 mm uitdraaien | De insteekpomp staat onder veerspankracht en kan plotseling uit het cilinderblok springen als de bouten (3) geheel worden uitgedraaid. De insteekpomp zou daarbij worden beschadigd. | |
13 | Slagtrekker (5) aan betreffende insteekpomp monteren | | |
14 | Betreffende insteekpomp met slagtrekker (5) tot aan koppen van bouten (3) naar buiten trekken | Een vastzittende insteekpomp mag niet aan het magneetventiel of aan de flens van het cilinderblok naar buiten worden gedrukt. Anders wordt het magneetventiel namelijk beschadigd. | |
15 | Slagtrekker (5) demonteren | ||
16 | Bouten (3) uitdraaien, insteekpomp verwijderen | ||
| Controleren | ||
17 | Rolstoter (4) van insteekpomp controleren | Oppervlak van rolstoter (4) controleren. Bij kleine groeven of krassen kan de insteekpomp opnieuw worden gebruikt. Bij diepe groeven, krassen of schuurplekken: | |
Betreffende insteekpomp vervangen en bovendien de insteekpompnok aan de nokkenas visueel controleren. | |||
| Inbouwen | ||
18 | Vuil en lakresten voorzichtig van pasvlak cilinderblok verwijderen | Boring in cilinderblok afsluiten. | |
19 | O-ringen aan insteekpomp vervangen | Alleen als gebruikte insteekpompen opnieuw worden gebruikt. | |
| |||
Hittebestendig lagervet | |||
20 | Insteekpompelement en boring in cilinderblok licht met hittebestendig lagervet insmeren | ||
21 | Beide montagepennen in cilinderblok schroeven en insteekpomp aanbrengen | O-ringen van insteekpompelement niet beschadigen. Op de inbouwpositie letten en insteekpomp voorzichtig met de hand tegen de veerkracht in naar binnen drukken. | |
Als de insteekpomp niet diep genoeg naar binnen kan worden gedrukt, motor ca. een halve omwenteling (in draairichting) doordraaien. | |||
| Montagepennen voor inbouw van insteekpomp | ||
22 | Montagepennen door bouten (3) vervangen en insteekpomp met bouten (3) vastschroeven | | |
23 | Bevestigingsstrip voor elektrische motorkabelset (2) met knop motorstart en knop motorstop aan cilinderblok aanbrengen | Alleen nodig als bij motor 904.9 insteekpomp cilinder 2 (Y7) of insteekpomp cilinder 3 (Y8) of bij motor 906.9 insteekpomp cilinder 4 (Y9) of insteekpomp cilinder 5 (Y10) is uitgebouwd. | |
24 | Elektrische motorkabelset (2) op betreffende insteekpomp aansluiten | ||
25 | Steun voor mechanische schakeling aan cilinderkop monteren | Alleen als bij wagens met code GS1, schakelkarakteristiek 'mechanisch', insteekpomp cilinder 1 (Y6) is uitgebouwd. | |
26 | Hydraulische leidingen (30) met steun (32) en klemmen (31) van motor verwijderen | Alleen als bij wagens met code GS3, schakelkarakteristiek 'hydraulisch', insteekpomp cilinder 1 (Y6) is uitgebouwd. | |
27 | Inspuitleiding (1) op betreffende insteekpomp aansluiten | ||
Gevaarlijk! | Kans op ongevallen door spontaan wegrijden bij draaiende motor. Kans op letsel door bekneld raken en verbranding bij ingrepen tijdens het starten of bij draaiende motor. | Wagen tegen spontaan wegrijden beveiligen. | |
28 | Motor starten en brandstofsysteem ontluchten | Het brandstofsysteem wordt automatisch ontlucht. Motor ca. 1 min. laten draaien. Als de motor afslaat of niet aanspringt, het starten na een pauze van 2 min. herhalen. | |
29 | Motor afzetten | ||
30 | STAR DIAGNOSIS aansluiten en barcode insteekpomp coderen | Alleen als meerdere insteekpompen worden ingebouwd. | |
31 | Motorbekleding inbouwen | ||
32 | Geluidsisolatie links aan chassis inbouwen | Alleen bij type 374, 375, 673, 674, 676, 950, 952, 953, 954, 957, 958, 970, 972, 974, 975, 976. | |
Gevaarlijk! | Kans op letsel door bekneld raken bij het kantelen van de cabine. | Tijdens het kantelen mogen zich geen personen bevinden in het kantelgebied van de cabine. De cabine altijd tot aan de eindstand kantelen en met veiligheidssteunen beveiligen. | |
33.1 | Cabine terugkantelen | Type 374, 375, 673, 674, 676, 950, 952, 953, 954, 957, 958, 970, 972, 974, 975, 976 | |
| Aanwijzingen voor het kantelen van de cabine | ||
33.2 | Onderhoudsklep inbouwen | Type 668, 670 |
Dieselinspuitsysteem met insteekpompen (MR/PLD)
Nummer | Omschrijving | Motor motor | ||
BA07.15-N-1001-01A | Bout insteekpomp aan cilinderblok | Nm | 65 | |
355 589 01 63 00
904 589 03 14 00
Huls
Slagtrekker
Reparatiemiddelen
Nummer | Omschrijving | Bestelnummer |
BR00.45-Z-1051-06A | Hittebestendig lagervet | A 000 989 81 51 |
Verwezen documenten
- ah6080n000301a Aanwijzingen voor het kantelen van de cabine
- ar0715w895001a
- ar0715w9235a Inspuitleidingen MR/PLD uit-, inbouwen
- as0000z000501a Kans op ongevallen door spontaan wegrijden bij draaiende motor. Kans op letsel door bekneld raken en verbranding bij ingrepen tijdens het starten of bij draaiende motor.
- as4700z000101a Explosiegevaar door ontbranding, vergiftigingsgevaar door het inademen en binnenkrijgen van brandstof en kans op letsel door huid- en oogcontact met brandstof.
- as6080z000101a Kans op letsel door bekneld raken bij het kantelen van de cabine.
- wf5850w071501a