SI15.40-P-0008A | Service-Informatie: Gewijzigd ECO start-stopsysteem | 27.1.10 |
MOTOR 266 in TYPE 169.031 /032 /331 /332, 245.231 /232 met CODE B01, ECO start-stopsysteem
Vanaf modeljaar 2010 (code 800) zijn de volgende wijzigingen bij het start-stopsysteem doorgevoerd:
Remvoorwaarde bij motorstop vervallen:
Om de motor in de stopmodus te houden, hoeft het rempedaal niet meer continu te worden ingedrukt.
Introductie gereedheidsindicatie:
De ECO-indicatie op het combi-instrument geeft aan dat het start-stopsysteem gereed is. Als de ECO-indicatie niet verschijnt, is een stopblokkering aanwezig, bijvoorbeeld een te lage motortemperatuur. Tot dusver verscheen de ECO-indicatie alleen als de motor in de stopmodus stond.
Bestuurdersherkenning door middel van gordelslot en portiercontact:
Tot dusver werd de aanwezigheid van de bestuurder bepaald aan de hand van de bediening van het rempedaal. Daarom werd ook de motor gestart als de bestuurder het rempedaal had gelost. Vanaf modeljaar 2010 (code 800) wordt de bestuurder als aanwezig herkend als de bestuurdersgordel in het gordelslot is gestoken en het portier is gesloten.
-----------------------------------------------------------------------------------------
Belangrijk:
Als de bestuurder niet wordt herkend, bijvoorbeeld als de veiligheidsgordel niet in het gordelslot is gestoken, gaat de motor niet in de stopmodus.
Als tijdens de motorstop de bestuurder niet meer wordt herkend, bijvoorbeeld omdat de bestuurder het bestuurdersportier opent, wordt de motor gestart.
-----------------------------------------------------------------------------------------
De stopblokkeringen kunnen vanaf DAS-softwareversie 06/2009 uit de motorregeleenheid worden uitgelezen.
Uitlezen van de stopblokkeringen:
In DAS onder 'Motorsteuergerät' (Motorregeleenheid) in de menuoptie 'Fehlersuche über Beanstandungen und Symptome' (Storingen opsporen via klachten en symptomen) kan de optie 'Funktionsstörung der Start-Stopp-Automatik' (Storing van start-stopsysteem) worden geselecteerd.
In totaal kunnen 5 rijcycli worden opgeslagen.
De als rijcyclus 1 aangeduide gegevensset is de meest actuele, rijcyclus 5 is de oudste gegevensset.
Per rijcyclus worden max. 15 stopblokkeringsgegegevenssets vastgehouden.
'Contact AAN/UIT' komt overeen met een rijcyclus, rijcyclus betekent motor loopt.
Pas na 'contact UIT' wordt de actuele rijcyclus in het geheugen geschreven.
De in DAS weergegeven tabel moet als volgt worden geïnterpreteerd:
! Geen vrijgave voor motorstop
OK Vrijgave voor motorstop
Vrijgavevoorwaarden waaraan voor de automatische motorstop moet zijn voldaan:
Vrijgave motor Koelmiddeltemperatuur hoger dan
60 °C
Vrijgave NGS Versnellingshendel in neutraalstand (na een busrust moet de neutraalstand van de versnellingshendel worden geïnitialiseerd).
Vrijgave boordnet Boordnetspanning groter dan 12,5 V
ECO-schakelaar Functielampje brandt
Airconditioning Ingestelde interieurtemperatuur bereikt
Vacuüm in rembekrachtiger in orde
Vrijgave bestuurdersaanwezigheid (gordel in gordelslot gestoken en bestuurdersportier gesloten)
Motorkap vergrendeld
Buitentemperatuur:
Bij Heizmatik of airco (code 580) in bereik van
0 °C - 30 °C.
Bij automatisch geregelde airco (code 581) in bereik van
-10 °C - 30 °C.