GF82.85-P-2012A | Navigatie, werking | 6.5.98 |
TYPE 215, 220
met CODE 352, bedienings- en indicatiesysteem COMAND
behalve CODE 498, exportuitvoering Japan
Navigatie-CD-loopwerk
A35/11
A34/6
A2/6
A2/13
B25
A2/49a1
A1
N80
MFL
D2B
A35/17
Diagnose
Radiotuner
Centrale computer
X11/4
Navigatie-computer met gyrosensor en GPS-regeleenheid
Verwerking audiosign.
A2/49a2
N47-5
L6/1
L6/2
A2/5
CAN-B
N93
CAN-C
A40/3
Blokschema COMAND-navigatiesysteem, afgebeeld bij type 220 met code 810, Soundsystem, en code 854, GSM-telefoon MB, t/m 31.8.03
D2B Digital Data Bus
GPS Global-Positioning System
MFL Multifunctioneel stuurwiel
A1 Combi-instrument
A2/5 Antennevertakking
A2/6 CD-speler met wisselaar (in kofferruimte)
B25 Microfoon handsfreesysteem
L6/1 Omwentelingensensor linksvoor
L6/2 Omwentelingensensor rechtsvoor
N47-5 Regeleenheid ESP, PML en BAS
N80 Stuurkolommodule
N93 Regeleenheid centrale gateway
X11/4 Diagnosetestaansluiting
A2/13 Soundversterker
A2/49a1 Antenne telefoon
A2/49a2 Antenne GPS
A34/6 GSM-telefoon
A35/11 Regeleenheid spraakgestuurd bedieningssysteem
A35/17 Zender/ontvanger telefoon en TELE AID, D2B
A40/3 Bedienings-, indicatie- en regeleenheid COMAND
DVD-loopwerk
N93/1
N41/1
A2/6
A1
N80
MFL
MOST
A2/13
A40/3
Centrale computer
Verwerking audiosign.
N47-5
L6/1
L6/2
CAN-C
A35/11
CAN-B
N93
CAN-B
A2/49a2
A2/5
Blokschema COMAND-navigatiesysteem, afgebeeld bij typ 220 met code 810, Soundsystem, vanaf 1.9.03
MOST Media Oriented System Transport
MFL Multifunctioneel stuurwiel
A1 Combi-instrument
A2/5 Antennevertakking
L6/1 Omwentelingensensor linksvoor
L6/2 Omwentelingensensor rechtsvoor
N47-5 Regeleenheid ESP, PML en BAS
N80 Stuurkolommodule
N93 Regeleenheid centrale gateway
N93/1 Regeleenheid audiogateway
A2/6 CD-speler met wisselaar (in kofferruimte)
A2/13 Soundversterker
A2/49a2 Antenne GPS
A35/11 Regeleenheid spraakgestuurd bedieningssysteem
A40/3 Bedienings-, indicatie- en regeleenheid COMAND
Bij wagens vanaf 1.9.03 is navigatiecomputer (N41/1) als afzonderlijke regeleenheid extern in de kofferruimte ingebouwd en in Media Oriented System Transport (MOST) geïntegreerd. Dientengevolge worden alle optische en akoestische gegevens via deze lichtgeleider doorgegeven.
Bij wagens vanaf 1.9.03 is bovendien regeleenheid audiogateway (N93/1) als interface tussen Control Area Network-bus klasse B (interieur) (CAN-B) en Media MOST ingebouwd. De audiosignalen worden vervolgens via regeleenheid audiogateway (N93/1) aan de luidsprekers doorgegeven.
Met behulp van het COMAND-navigatiesysteem worden de locatie en rijrichting van de wagen, alsmede de afstand tot de bestemming (na het invoeren van de bestemming) bepaald. Vervolgens worden de nodige maatregelen genomen om de bestemming te bereiken (bestemmingsgeleiding).
Het navigatiesysteem wordt geactiveerd door de toets "NAVI" op het bedieningspaneel te bedienen.
-------------------------------------------------------------------------------------------
In bedienings-, indicatie- en regeleenheid COMAND (A40/3) is een navigatiecomputer met CD-loopwerk voor digitale kaartgegevens geïntegreerd.
Nadat het navigatiesysteem is geactiveerd, verschijnt de volden aanwijzing op het display:
T/m 31.5.01: "Bitte Navi-CD einlegen"
Vanaf 1.6.01: "Bitte Navi-CD Typ DX einlegen"
Vanaf 1.9.03:"Bitte Navi-DVD einlegen"
Vanaf 1.9.02 is het mogelijk om na het laden en tijdens de navigatie audio-CD's in het navigatie-CD-loopwerk af te spelen.
Bestemming invoeren
De bestemming wordt menugestuurd ingevoerd op bedienings-, indicatie- en regeleenheid COMAND (A40/3) en vervolgens door de navigatiecomputer verwerkt.
-------------------------------------------------------------------------------------------
De bestemming wordt menugestuurd ingevoerd op het display van bedienings-, indicatie- en regeleenheid COMAND (A40/3) en vervolgens door de navigatiecomputer verwerkt. Bestemmingen kunnen met COMAND als volgt worden ingevoerd:
Adres
Bestemmingsgeheugen
Bestemmingen via kaart
Speciale bestemmingen (zoals stations, vliegvelden, enz.)
Reisgids (vanaf 1.6.01)
Laatste bestemming
Er kan ook een tussenbestemming worden ingevoerd (bijvoorbeeld van Hannover naar Stuttgart via Keulen).
De invoer geschiedt menugestuurd via het display van bedienings-, indicatie- en regeleenheid COMAND (A40/3).
Er kunnen ook wegen of delen daavan van de berekening worden uitgesloten. Dit kan bijvoorbeeld zinvol zijn bij tolwegen en wegen waar vaak files staan.
-----------------------------------------------------------------------------------------
Dynamische aanvulling
Deze functie wordt gerealiseerd bij het handmatig invoeren van de bestemming. Tijdens het invoeren worden de letters voor de in te voeren bestemming automatisch aangevuld aan de hand van een aanwezige lijst. De aangevulde tekens worden in zwart weergegeven. Deze aanvullende tekens kunnen steeds per teken worden gewist.
Invoerhulp (vanaf 1.6.01)
Tijdens het invoeren worden de letters voor de in te voeren bestemming automatisch aangevuld aan de hand van een aanwezige lijst.
De invoerhulp heeft betrekking op de invoer van bestemmingen en wegen bij de bestemmingsgeleiding.
-----------------------------------------------------------------------------------------
Plaatsbepaling
COMAND berekent voortdurend de locatie van de wagen met behulp van:
Basisplaatsbepaling (gecombineerde plaatsbepaling)
Kaartgeoriënteerde plaatsbepaling
GPS-plaatsbepaling
Door de resultaten van deze 3 methodes te vergelijken berekent de navigatiecomputer de meest waarschijnlijke locatie.
Routeberekening
De routeberekening wordt in de navigatiecomputer uitgevoerd nadat een bestemming is ingevoerd. Als van de berekende route wordt afgeweken, wordt automatisch een nieuwe route berekend. Voor de berekening van de route bestaan de volgende mogelijkheden:
De snelste route
De kortste route
Een dynamische route
Een door de gebruiker gedefinieerde route
Als de wagen met dynamische bestemmingsgeleiding is uitgerust (standaard vanaf 1.6.00), wordt de routeberekening ook door de actuele verkeerssituatie (zoals wegwerkzaamheden, files) beïnvloed. De berekende route wordt in het geheugen van de navigatiecomputer opgeslagen.
Bestemmingsgeleiding
Nadat de navigatiecomputer de route heeft berekend, start de bestemmingsgeleiding.
Bij de bestemmingsgeleiding kan de informatie op de volgende 3 manieren worden weergegeven:
Symbolische weergave (routegeleidingssymbolen)
Kaartweergave
Combinatie van kaartweergave en symbolische weergave
Er kan op elk gewenst moment tussen de 3 verschillende weergaves worden omgeschakeld. De bestemmingsgeleiding wordt in alle gevallen ondersteund door gesproken informatie die via de autoluidsprekers wordt weergegeven.
Verwezen documenten
- gf8261p2002c Voortdurende plaatsbepaling, werking
- gf8285p3001a Gesproken informatie, werking