gf4245p2000a

ESP remmomentregelkring, werking

Type gf · thema 42.45 · versie 0108 · 1999-12-15

Geldig voor: TYPE 140 met CODE (472a), Electronic-Stability-Program (ESP) TYPE 129 met MOTOR 104, 119, 120 met CODE (472a), Electronic-Stability-Program (ESP) TYPE 210 met MOTOR 119 met CODE (472a), Electronic-Stability-Program (ESP)

Plaats

Functiegroep 2 Onderstel › 42 Remsysteem - hydraulisch systeem en mechanisch gedeelte › 42.45 Electronic Stability Program (ESP), stabiliteitsregeling (SR) — Serie 129 · Serie 140 · Serie 210

Geldt ook voor motoren/versnellingsbakken: 104 ***, 119 ***, 120 ***

GF42.45-P-2000A

ESP remmomentregelkring, werking

5.12.94

TYPE 140 met CODE (472a), Electronic-Stability-Program (ESP)

TYPE 129 met MOTOR 104, 119, 120 met CODE (472a), Electronic-Stability-Program (ESP)

TYPE 210 met MOTOR 119 met CODE (472a), Electronic-Stability-Program (ESP)

CAN-databus

Regeleenheid
ESP (N47-5)

Regeleenheid ME (N3/10, N3/11, N3/12)

Regeleenheid EGS (N15/3)

Omwentelingensens. linksv. (L6/1)

Omwentelingensens. rechtsv. (L6/2)

Omwentelingensens. linksa. (L6/3)

Omwentelingensens. rechtsa. (L6/4)

Remlichtschakelaar 4-polig (S9/1)

Schakelaar parkeerremcontrole (S12)

Schakelaar ESP OFF (S76/5)

Draaisnelheidssensor (N64)

Remdruksensor ESP (B34)

Dwarsacceleratiesensor (B24/2)

Stuurhoeksensor (N49)

Spanningsvoorziening klem 87 (N16/1, K40)

Spanning klem 30


Hydraulische eenheid ESP (A7/3)

Hogedruk-/retour-

pomp (A7/3m1)

Magneetventiel

(A7/3y5 tot A7/3y19)

Relais hogedruk-/
retourpomp (K20/1)

Voorlaadpomp ESP(M15)

Combi-instrument (A1)

Controlelampje EPC (A1e43)

Waarschuwingslampje ESP (A1e41)

Controlelampje ABS (A1e17)

Controlelampje ESP resp. BAS/ESP (A1e42, A1e47)

Diagnose-testaansluiting X11/4

Met de elektrische/elektronische componenten worden de be-treffende functies van de remmomentregelkring aangestuurd.

De voedingsspanning van de regeleenheid ESP (N47-5) verloopt bij de typen 129 en 140 via de basismodule (N16/1), bij type 210 via de relaismodule (K40).

De regeleenheid ESP (N47-5) ontvangt signalen van de volgende componenten:

4 wielsensors

Stuurhoeksensor

Centrifugaalsensor

Draaisnelheidssensor

Remdruksensor ESP

Stoplichtschakelaar

Schakelaar parkeerrem

Regeleenheid ME via CAN-datakabel

Regeleenheid EGS via CAN-datakabel

Schakelaar ESP OFF

-----------------------------------------------------------------------------------------

De ontvangen signalen worden in de regeleenheid ESP verwerkt tot uitgaande signalen voor de volgende componenten:

Voorlaadpomp

Magneetventielen

Hogedruk-/retourpomp (via relais)

Regeleenheid ME via CAN-datakabel

Regeleenheid EGS via CAN-datakabel

Waarschuwingslampje ESP

Controlelampje ABS

Controlelampje ESP

De regeleenheid ESP (N47-5) onderscheidt aan de hand van de ontvangen signalen welke van de 6 regelingen

Normale situatie

ABS-regeling

ASR-regeling

MSR-regeling

ESP-regeling

ESP-buiten werking

moet worden ingeschakeld.

-----------------------------------------------------------------------------------------

Normale bedrijfsomstigheid

In dit geval zijn er geen rij-omstandigheden die een regelfunctie vereisen. Alle magneetventielen in de hydraulische eenheid ESP (A7/3) staan in de basisstand en ontvangen geen stroom. Het systeem is gereed om te remmen.

Deze bedrijfsomstandigheid is ook actief wanneer er een storing in het ESP- of ABS-systeem aanwezig is. De regeling van het aandrijfkoppel is niet geactiveerd.

ABS-regelfunctie

Wanneer de regeleenheid ESP (N47-5) op basis van de wieldraaisnelheidssignalen constateert dat de criteria voor een ABS-regeling aanwezig zijn, stuurt deze eenheid de des-betreffende magneetventielen in de hydraulische eenheid aan.

De magneetventielen voor de voor- en achteras in de hydraulische eenheid ESP (A7/3) worden afzonderlijk aangestuurd (4-kanaals regeling).

ASR-regelfunctie

Zodra een aangedreven wiel de neiging tot doorslippen heeft, stuurt de regeleenheid ESP (N47-5) de voorlaadpomp (M15), de hogedruk-/retourpomp (A7/3m1), het omschakelmagneetventiel achteras, het voorlaadmagneetventiel achteras en de magneetventielen voor de achteras aan. De magneetventielen voor de linker- en rechterzijde van de achteras worden afzonderlijk aangestuurd.

Door het intrappen van het rempedaal wordt via de remlichtschakelaar de ASR-regelfunctie afgebroken.

ESP-regelfunctie

In de regeleenheid ESP (N47-5) worden de signalen van de wieldraaisnelheden, de stuurhoek, de draaisnelheid van de wagen, de dwarsacceleratie, evenals de remdruk van de vooraskring door een rijsituatieregelaar opgenomen en verwerkt. Na beoordeling van de ontvangen signalen worden de voorlaadpomp (M15), voorlaadmagneetventielen, omschakelventielen, hogedruk-/retourpomp (A7/3m1), evenals de benodigde magneetventielen aangestuurd om de remdruk in de afzonderlijke wielremmen af te regelen.

Functie ESP UIT (ESP OFF)

Bij bediening van de schakelaar ESP OFF (S76/6) wordt de ASR-aandrijfkoppelregeling uitgeschakeld waardoor de ESP-stabiliteitsfunctie bij het accelereren wordt gedeactiveerd. Bij het remmen blijft de ESP-stabiliteitsfunctie behouden. De MSR-regeling blijft actief, maar wordt in een minder gevoelige stand geschakeld.

In deze schakelaarstand vindt via remmomenregelkring tot 40 km/h bij een doorslippend aangedreven wiel een remcorrectie plaats. Zo lang er nog omstandigheden hiertoe nopen, blijft de remcorrectie tot max. 60 km/h behouden. Het remmoment wordt echter geleidelijk verminderd.

ABS-regelfunctie, werking

GF42.45-P-3000A

ASR-regelfunctie, werking

GF42.45-P-3500A

ESP-regelfunctie, werking

GF42.45-P-3700A

Verwezen documenten