GF07.61-P-3025F | O2-sondeverwarming, werking | 20.3.08 |
MOTOR 104 (behalve 104.98)
MOTOR 111 (behalve 111.951 /955)
MOTOR 111.951 /955 t/m modeljaar 08/wijzigingsjaar 07
MOTOR 112 (behalve 112.96 /946)
MOTOR 112.946 t/m modeljaar 08/wijzigingsjaar 07
MOTOR 113 (behalve 113.963 /964 /971 /989 /99)
MOTOR 113.963 /964 /971 /989 t/m modeljaar 08/wijzigingsjaar 07
MOTOR 119, 120, 137, 166
P07.61-2442-06
Afgebeeld bij motor 119
B11/4 Temperatuursensor koelmiddel
F1 Zekeringen- en relaismodule,
type 163
G3/1 O2-sonde na KAT,
motor 111, 104 en EURO3/4
G3/2 O2-sonde voor KAT,
motor 111, 104
G3/3 O2-sonde links, voor KAT,
motor 112, 113, 119, 120
G3/4 O2-sonde rechts, voor KAT,
motor 112, 113, 119, 120
G3/5 O2-sonde links, na KAT,
motor 112, 113, 119, 120 en EURO3/4
G3/6 O2-sonde rechts, na KAT,
motor 112, 113, 119, 120 en EURO3/4
K1/2 Relais overspanningsbeveiliging,
type 124, 202 t/m 7/96
K40 Relaismodule, type 170, 210 t/m 2/97
K40/4 Zekeringen- en relaismodule
Type 202 vanaf 8/96, 210 vanaf 3/97
K40/7 Zekeringen- en relaismodule rechts,
type 215, 220 (K40/4 in type 230)
L5 Krukasstandsensor
N3/4 Regeleenheid HFM
N3/10 Regeleenheid ME
N10/1 Regeleenheid SAM met zekeringen- en relaismodule voor, type 203
N16/1 Basismodule, type 129, 140
P07.51-0567-05
Afgebeeld bij motor 166
B11/4 Temperatuursensor koelmiddel
G3/1 O2-sonde na KAT(emissiearm EURO3/D4)
G3/2 O2-sonde voor KAT
K1/6 Relais elektronica
L5 Krukasstandsensor
N3/5 Regeleenheid MSM (t/m 08/01)
N3/18 Regeleenheid MSM met stelelement luchtklep (vanaf 09/01)
De O2-sondeverwarming heeft als taak de O2-sondes snel op bedrijfstemperatuur te brengen om keramische schade door de geregelde verwarmingscapaciteit te voorkomen.
De sondeverwarming wordt door de motorregeleenheid via massa aangestuurd. Bij bedrijfstemperatuur bedraagt het vermogen van de sondeverwarming:
18 W bij motor 104, 111, 119, 120 en 112, 113 met ME2.0
12 W bij motor 166
7 W bij motor 137, 111EVO en 112, 113 met ME 2.8 vanaf 6/00.
-----------------------------------------------------------------------------------------
De sondeverwarming wordt van spanning voorzien via:
Relais overspanningsbeveiliging, type 124, 202 t/m 7/96
Relaismodule, type 170, type 210 t/m 2/97
Basismodule, type 129, 140
Zekeringen- en relaismodule, type 202 vanaf 8/96, type 210 van
3/97, type 163 met aanduiding F1
Relais elektronica, type 166
Zekeringen- en relaismodule rechts (K40/7), type 215, 220
Zekeringen- en relaismodule rechts (K40/4), type 230
Regeleenheid SAM met zekeringen- en relaismodule voor
Type 203, 209, 211
-----------------------------------------------------------------------------------------
In koude toestand is de stroom met ca. factor 4 verhoogd. Bij koelmiddeltemperaturen lager dan ca. 20 °C en bij hoge motortoerentallen is de sondeverwarming uitgeschakeld.
Motor 112, 113
De sondeverwarmingen voor de O2-sondes links en rechts zijn in de regeleenheid ME parallel geschakeld.
Motor 119
De sondeverwarmingen voor de O2-sonde links en rechts zijn parallel geschakeld.
Motor 120
De sondeverwarmingen voor de O2-sonde links en rechts zijn bij de betreffende motorregeleenheid geplaatst.
Motor 137
Elke sondeverwarming is voorzien van een eigen, kortsluitvaste eindtrap in de motorregeleenheid die kan worden gediagnosticeerd. Om de keramiek te beschermen, is de sondetemperatuur voor KAT in de condensfase na de koude start begrensd op ca. 350 °C. Daarna wordt een temperatuur van ca. 700 °C geregeld. Hiervoor wordt aan de hand van verscheidene motorgegevens een uitlaatgastemperatuur bepaald en overeenkomstig verwarmd.
Voor de O2-sondeverwarmingen na KAT gelden afwijkende waarden.
Regeleenheid HFM, plaatsing/functie/bouw/werking | Motor 104 HFM, 111 HFM | ||
Regeleenheid ME, plaatsing/functie/bouw/werking | Behalve motor 111 EVO | ||
Motor 111 EVO | |||
Regeleenheid MSM, plaatsing/functie/bouw/werking | M166 t/m 08/01 hittefilm-luchtmassameter en temperatuursensor aangezogen lucht geïntegreerd) | ||
Vanaf 09/01 (stelelement luchtklep geïntegreerd) | |||
O2-sondes, plaatsing/functie/bouw/werking | |||
Temperatuursensor koelmiddel, plaatsing/functie/bouw/werking | Motor 119, 120 | ||
Motor 104, 111 | |||
Motor 112, 113, 137 | |||
Krukasstandsensor, plaatsing/functie/bouw/werking | Benzine-inspuit- en ontstekingssysteem (ME) | ||
Benzine-inspuit- en ontstekingssysteem (HFM) |
Verwezen documenten
- gf0704p4103f O2-sondes, plaatsing/functie/bouw/werking
- gf0704p4116f Krukasstandsensor, plaatsing/functie/bouw/werking
- gf0704p4116g
- gf0704p5026a
- gf0704p5026f Temperatuursensor koelmiddel, plaatsing/functie/bouw/werking
- gf0704p5026g
- gf0751p4103d Regeleenheid HFM, plaatsing/functie/bouw/werking
- gf0753p4103gc Regeleenheid MSM, plaatsing/functie/bouw/werking
- gf0753p4103gd Regeleenheid MSM, plaatsing/functie/bouw/werking
- gf0761p5000f Regeleenheid ME, plaatsing/functie/bouw/werking
- gf0761p5000gs Regeleenheid ME, plaatsing/functie/bouw/werking