GF82.61-P-2002B | Voortdurende plaatsbepaling, werking | 21.2.97 |
TYPE 129,
140 vanaf 1.1.98,
168, 202, 208,
210.0 vanaf 1.1.98,
210.2 met CODE (351), Auto Pilot System (APS)
TYPE 129,
140 vanaf 1.1.98,
202, 208, 210.2,
210.0 vanaf 1.1.98 met CODE (815), dynamische bestemmingsgeleiding
P82.61-0453-01
P82.61-0454-01
P82.61-0452-01
Plaatsbepaling via GPS-satellieten
(Afgebeeld: type 210)
Basisplaatsbepaling (gecombineerde plaatsbepaling) via geografische richting (richtingssensor) en afgelegd traject (omwentelingensensor).
Kaartgeoriënteerde plaatsbepaling
(map matching)
Algemeen
Met de voortdurende plaatsbepaling wordt de actuele positie van de wagen berekend. Deze functie wordt geactiveerd bij het inschakelen van het contact en uitgevoerd door de navigatiecomputer (A2/30). Tijdens het inschakelen (waarin de software wordt geladen) is alleen de basisplaatsbepaling beschikbaar. Nadat het contact is uitgeschakeld, worden alle belangrijke plaatsbepalingsparameters niet-vluchtig opgeslagen.
Basisplaatsbepaling (gecombineerde plaatsbepaling)
Voor de basisplaatsbepaling heeft de navigatiecomputer (A2/30) de volgende informatie nodig:
De door de regeleenheid tractiesystemen (N47) voorbereide omwentelingssignalen van de niet-aangedreven wielen.
Het signaal voor het achteruitrijlicht
De signalen van de richtingssensor (die in de navigatiecomputer (A2/30) is geïntegreerd)
De basisplaatsbepaling (gecombineerde plaatsbepaling) is de basisfunctie van de voortdurende plaatsbepaling. Deze functie wordt continu uitgevoerd en is onafhankelijk van de CD-ROM-kaart.
Kaartgeoriënteerde plaatsbepaling (map matching)
Map matching dient voor het corrigeren van de positiewaarden die met behulp van de gecombineerde plaatsbepaling zijn berekend. Als de berekende positie van de wagen afwijkt van de gedigitaliseerde kaart op de CD-ROM, kan deze aan de hand van de kaartgegevens worden gecorrigeerd.
GPS-plaatsbepaling
Uit de signalen van ten minste 4 gelijktijdig ontvangen satellieten berekent de regeleenheid Global Positioning System (GPS) de positie (met een nauwkeurigheid van ca. 100 m of meer).
Als de positie van de gecombineerde plaatsbepaling buiten een door de navigatiecomputer (A2/30) berekend onscherptebereik ligt (afhankelijk van het aantal ontvangen satellieten) of de gecombineerde plaatsbepaling van A2/30 als minder nauwkeurig dan de GPS-plaatsbepaling wordt beoordeeld, wordt de huidige berekende positie gecorrigeerd met behulp van de GPS-gegevens.
Binnenrijden van het kaartgebied
Bij het binnenrijden van het gebied van de elektronische kaart bepaalt de navigatiecomputer (A2/30) met behulp van de GPS-positie en de GPS-onscherpte de straten waarop de wagen zich kan bevinden.
Ritten buiten het kaartgebied
Buiten de grenzen van de elektronische kaart (in het buitenland) vindt alleen een gecombineerde plaatsbepaling met correctie aan de hand van GPS-gegevens plaats (geen map matching). Op het display wordt "NO MAP" weergegeven.
Verwezen documenten
- gf4245p4550a Omwentelingensensor wiel, plaatsing/functie/bouw/werking
- gf8261p3006b Basisplaatsbepaling, werking
- gf8261p3007a Plaatsbepaling Global Positioning System werking
- gf8261p3008a Kaartgeorienteerde standplaatsbepaling, werking
- gf8261p4104a Navigatiecomputer Auto-Pilot-Systeem, plaatsing/functie/bouw/werking
- gf8261p4105b Regeleenheid Global Positioning Systeem, plaatsing/funktie/bouw/werking