GF43.30-W-2000A | Aansturing van retarder, werking | 9.9.96 |
TYPE 375.4, 944, 950, 952, 953, 954 met CODE BA9, secundaire retarder Voith R 115
W43.30-1142-06
1 Retarder
A3 Regeleenheid rijregeling (FR)
A20 Regeleenheid retarder
CAN 1 CAN-bus wagen
S2 Bedieningshendel motorregeling/duurrem
Y44 Proportioneel ventiel retarder
Ingangsgegevens:
a Stand bedieningshendel
b Olietemperatuur retarderolie
d Koelmiddeltemperatuur
Gegevens voor aansturing:
c Aansturing proportioneel ventiel
Algemeen
De retarder wordt aangestuurd:
Door bedieningshendel motorregeling/duurrem (S2) handmatig te bedienen.
Als de bedrijfsrem wordt bediend en de regeleenheid BS/EPB ter ondersteuning van de remkracht de retarder inschakelt.
Als de Tempomat is geactiveerd en er voor het aanpassen van de wagensnelheid een retarderaansturing is benodigd (bijvoorbeeld bij het bergafwaarts rijden).
Als de Tempomat met afstandsregeling (ART) is geactiveerd en voor het regelen van de afstand een retarderaansturing is benodigd.
Alleen bij wagens met code ET5, Tempomat met afstandsregeling.
-----------------------------------------------------------------------------------------
Voorwaarden
ABS/ASR voert geen regeling uit.
Spanningsvoorziening van alle betreffende regeleenheden aanwezig en verbindingen intact.
Werking
1 De regeleenheid MR/PLD controleert aan de hand van het motortoerental welk maximaal motorremmoment beschikbaar is of kan worden omgezet, en stuurt deze informatie via de CAN-bus motor naar regeleenheid rijregeling (FR) (A3).
2 Gelijktijdig bepaalt regeleenheid retarder (A20) aan de hand van het retardertoerental, welk max. retarderremmoment kan worden omgevormd en stuurt dit via CAN-bus wagen (CAN 1) naar regeleenheid rijregeling (FR) (A3).
-----------------------------------------------------------------------------------------
Het voor de berekening benodigde retardertoerental kan hierbij op verschillende wijzen worden bepaald:
Bij wagens met een hydraulische of mechanische schakeling wordt het retardertoerental berekent uit de waarden van de snelheidssensor, de wisselbakafhankelijke hoogeffectoverbrenging en de overbrengingsverhouding van de aandrijflijn berekend.
De overbrengingsverhouding van de aandrijflijn is wagenspecifiek en wordt bepaald zodra het contact wordt ingeschakeld. De waarden van de snelheidssensor daarentegen worden via de tachograaf aan regeleenheid rijregeling (FR) (A3) en van daaruit via de CAN-bus wagen (CAN 1) aan regeleenheid retarder (A20) doorgegeven.
-----------------------------------------------------------------------------------------
Bij wagens met versnellingsregeling en elektronisch-pneumatische schakeling gebruikt regeleenheid
retarder (A20) voor de berekening van het retardertoerental, naast de wisselbakafhankelijke hoogeffectoverbrenging, het wisselbakuitgangstoerental. Deze wordt door de toerentalsensor wisselbakuitgangstoerental bepaald en beschikbaar gesteld aan regeleenheid rijregeling (FR) (A3). Regeleenheid rijregeling (FR) (A3) geeft dit vervolgens via CAN-bus wagen (CAN 1) door aan regeleenheid
retarder (A20).
-----------------------------------------------------------------------------------------
3 Op basis van de gegevens over de maximaal beschikbare duurremmomenten verdeelt de regeleenheid rijregeling het normmoment over de verscheidene standen van de bedieningshendel motorregeling/duurrem (S2) of in verschillende trappen.
Afhankelijk van het soort verzoek, dus vanaf bedieningshendel motorregeling/duurrem (S2), vanaf de regeleenheid BS/EPB of door een ingreep van de Tempomat of Tempomat met afstandsregeling (ART), stuurt regeleenheid rijregeling (FR) (A3) een betreffende melding met het normremmoment naar regeleenheid retarder (A20).
De standen van bedieningshendel motorregeling/duurrem (S2) worden hierbij door regeleenheid retarder (A20) ingelezen en via CAN-bus wagen (CAN 1) aan regeleenheid rijregeling (FR) (A3) doorgegeven.
-----------------------------------------------------------------------------------------
4 Nadat regeleenheid retarder (A20) de melding met het normremmoment heeft ontvangen, berekent deze hieruit, in combinatie met het retardertoerental, de benodigde ventielstroom waarmee proportioneel ventiel retarder (Y44) moet worden aangestuurd. Zodoende kan het normremmoment worden omgezet.
Terwijl regeleenheid retarder (A20) proportioneel ventiel retarder (Y44) met de berekende ventielstroom aanstuurt, geeft deze de melding "controlelampje AAN" via de CAN-bus wagen (CAN1) door aan instrument.
5 Het instrument ontvangt de melding "controlelampje AAN" en stuurt vervolgens het controlelampje aan.
6 Vanaf proportioneel ventiel (Y44) wordt, overeenkomstig de sterkte van de regelstroom, een pneumatische steldruk naar het oliecarter van de retarder gestuurd.
-----------------------------------------------------------------------------------------
De sterkte van de ventielstroom, en derhalve van het retarderremmoment, kan worden begrensd als de retarderolie of het koelmiddel een ontoelaatbaar hoge temperatuur bereikt. Om deze reden controleert regeleenheid retarder (A20) permanent de koelmiddeltemperatuur en de olietemperatuur van de retarder.