GF42.45-P-2000VS | ESP-regelkring remmoment, werking | 27.2.02 |
TYPE 220.08 /18 met CODE 472a, elektronisch stabiliteitsprogramma (ESP)
CAN B
CAN C
Regeleenheid
ESP (N47-5)
Hydraulische eenheid ESP (A7/3)
Magneetventiel
(A7/3y5 t/m A7/3y15)
Hogedruk-/
retourpomp (A7/3m1)
Regeleenheid inspuit- en ontstekingssysteem (ME)
Regeleenheid EGS (N15/3)
Spanning klem 30, 31, 87
Omw.sensor linksvoor (L6/1)
Omw.sensor rechtsvoor (L6/2)
Omw.sensor linksachter (L6/3)
Omw.sensor rechtsachter (L6/4)
Schakelaar parkeerremcontrole (S12)
Relais hogedruk-/
retourpomp (K40/6kF )
Diagnosetestaansluiting (X11/4)
Remlichtschakelaar (S9/1)
Schakelaar ESP OFF (S76/6)
Combi-instrument (A1)
Waarschuwingslampje ESP (A1e41)
Controlelampje ABS (A1e17)
Multifunctionele indicatie (A1p13)
Regeleenheid bovenste bedieningspan. (N72/1)
Regeleenheid
SAM links (N10/6)
Regeleenheid EZS (N73)
Stuurkolom-module
(N80)
Stuurhoek-sensor
(N49)
Bij motor 112, 113:
draaisnelheidssensor (N64)
Remdruksensor ESP (B34)
Bij motor 112, 113:
dwarsacceleratiesensor (B24/2)
Rembekrachtiger BAS (A7/7)
Magneetventiel BAS (A7/7y1)
Ontgrendelingssch. BAS (A7/7s1)
Membraanwegsensor BAS (A7/7b1)
Regeleenheid
SAM achter (N10/8)
Bij motor 137, 613:
sensor draaisnelheid en dwarsacceleratie (B24/15)
De elektrische/elektronische onderdelen regelen de betreffende functies van de regelkring remmoment.
Klem 30 van regeleenheid ESP (N47-5) wordt via zekeringen- en relaismodule links (K40/6) van spanning voorzien; klem 87 via zekeringen- en relaiskast rechts (F1/1).
Regeleenheid ESP (N47-5) ontvangt ingangssignalen van de volgende onderdelen:
4 omwentelingensensors
Stuurhoeksensor via CAN-datakabel
Dwarsacceleratiesensor
Draaisnelheidssensor
Remdruksensor ESP
Remlichtschakelaar
Schakelaar parkeerrem via CAN-datakabel
Regeleenheid ME via CAN-datakabel
Regeleenheid EGS via CAN-datakabel
Schakelaar ESP OFF via CAN-datakabel
Ontgrendelingsschakelaar BAS
Membraanwegsensor BAS
-----------------------------------------------------------------------------------------
De ingangssignalen worden in de regeleenheid ESP verwerkt tot uitgangssignalen voor de volgende onderdelen:
Magneetventiel BAS
Magneetventielen in de hydraulische eenheid
Hogedruk-/retourpomp (via relais)
Regeleenheid ME via CAN-datakabel
Regeleenheid EGS via CAN-datakabel
Waarschuwingslampje ESP via CAN-datakabel
Controlelampje ABS via CAN-datakabel
Multifunctionele indicatie via CAN-datakabel
Remlichten via SAM achter
Regeleenheid ESP (N47-5) bepaalt op basis van de ingangssignalen welke van de 8 modi
Normale modus
ABS-regelfunctie
ASR/ETS-regelfunctie (4MATIC)
MSR-regelfunctie (zie regelkring aandrijfkoppel)
ESP-regelfunctie
Functie ESP UIT
BAS-functie
DTR-regelfunctie
moet worden ingeschakeld.
-----------------------------------------------------------------------------------------
Normale modus
In dit geval zijn er geen rij-omstandigheden die een regelfunctie vereisen. Alle magneetventielen in de hydraulische eenheid ESP (A7/3) staan in de basisstand en ontvangen geen stroom. Het systeem is gereed om te remmen.
Deze modus is ook ingeschakeld als er een storing in ESP, BAS, ETS of ABS aanwezig is. De regeling van het aandrijfkoppel is niet geactiveerd.
ABS-regelfunctie
Als regeleenheid ESP (N47-5) op basis van de signalen wielomwentelingen constateert dat de criteria voor een ABS-regeling aanwezig zijn, stuurt deze eenheid de betreffende magneetventielen in de hydraulische eenheid aan.
De magneetventielen voor de voor- en achteras in de hydraulische eenheid ESP (A7/3) worden afzonderlijk aangestuurd (4-kanaalsregeling).
-----------------------------------------------------------------------------------------
ASR/ETS-regelfunctie (4MATIC)
In regeleenheid ESP (N47-5) worden de draaisnelheden van alle wielen opgenomen en verwerkt.
Als regeleenheid ESP (N47-5) uit de signalen wielomwentelingen dat één of meerdere aangedreven wielen dreigen door te slippen, begint de ETS-regelfunctie.
Bij de ASR/ETS-regelfunctie zijn 2 regelbereiken te onderscheiden:
A Regeling aan achteras
Als een achterwiel doorslipt, wordt dit via de bijbehorende wielrem afgeremd tot de berekende aandrijfslip is bereikt. Hierdoor kan het andere wiel een aandrijfkoppel overbrengen, dat met het remmoment is verhoogd. Evenzo wordt het aandrijfkoppel bij de voorwielen verhoogd, conform de koppelverdeling in de tussenbak (sperdifferentieelwerking).
Bij het tweede achterwiel wordt vanaf een rijsnelheid van 10 km/h toenemend druk opgebouwd, waarbij bij 40 km/h het drukniveau van het doorslippende achterwiel wordt bereikt.
-----------------------------------------------------------------------------------------
Hierdoor wordt zo veel mogelijk voorkomen dat het tweede achterwiel doorslipt en de wagen zou kunnen uitbreken. Als ook het tweede achterwiel doorslipt, wordt dit tot een snelheid van 10 km/h op dezelfde wijze als het eerste achterwiel geregeld. Bij v > 10 km/h wordt de lagere der beide remdrukken aan de hoge aangepast (synchrone drukopbouw) om gierbewegingen door verschillende aandrijfkoppels bij de achteras te voorkomen.
De ETS-regelfunctie aan de achteras wordt alleen toegestaan als aan de inschakelvoorwaarden is voldaan en de snelheid tussen de 0 - 80 km/h ligt.
Als wordt geaccelereerd tot boven de drempel van 80 km/h en de inschakelvoorwaarden nog steeds van kracht zijn, is de ETS-regelfunctie tot 130 km/h werkzaam.
Om de doorslippende wielen worden afgeremd, wordt via de hydraulische eenheid remvloeistofdruk in de betreffende remklauwen geleid (drukopbouw). Via magneetventielen in de hydraulische eenheid ESP wordt het remmoment geregeld door drukopbouw, druk houden en drukafbouw.
-----------------------------------------------------------------------------------------
B Regeling aan vooras
Als een voorwiel doorslipt, wordt dit afgeremd tot de berekende aandrijfslip is bereikt.
Als ook het tweede voorwiel doorslipt, wordt dit op dezelfde wijze als het eerste voorwiel afgeremd, echter alleen als aan de achteras geen of maximaal één wiel wordt geregeld. De ETS-regelfunctie aan de vooras wordt alleen toegestaan als aan de inschakelvoorwaarden is voldaan en de snelheid tussen de 0 - 40 km/h ligt.
Als wordt geaccelereerd tot boven de drempel van 40 km/h en de inschakelvoorwaarden nog steeds van kracht zijn, is de ETS-regelfunctie tot 80 km/h werkzaam.
Om de doorslippende wielen worden afgeremd, wordt via de hydraulische eenheid remvloeistofdruk in de betreffende remklauwen geleid (drukopbouw).
Via magneetventielen in de hydraulische eenheid ESP wordt het remmoment geregeld door drukopbouw, druk houden en drukafbouw.
-----------------------------------------------------------------------------------------
ESP-regelfunctie
In regeleenheid ESP (N47-5) worden de signalen wielomwentelingen, de stuurhoek, de draaisnelheid van de wagen, de dwarsacceleratie, evenals de remdruk van de vooraskring door een rij-omstandigheidsregelaar opgenomen en verwerkt. Na beoordeling van de ingangssignalen worden magneetventielen BAS (A7/7y1), aanzuigmagneetventielen, omschakelmagneetventielen, hogedruk-/retourpomp (A7/3m1), evenals de benodigde magneetventielen aangestuurd om de remdruk in de afzonderlijke wielremmen in te regelen.
Functie ESP UIT (ESP OFF)
Als schakelaar ESP OFF (S76/6) wordt bediend, wordt de ASR-aandrijfkoppelregeling uitgeschakeld en daarnaast de ESP-stabiliteitsfunctie bij het accelereren en uitrollen gedeactiveerd. Bij het remmen blijft de ESP-stabiliteitsfunctie behouden. De MSR-regeling wordt uitgeschakeld.
In deze schakelaarstand vindt via regelkring remmoment tot 40 km/h bij een doorslippend aangedreven wiel een remcorrectie plaats. Zo lang er nog omstandigheden hiertoe nopen, blijft de remcorrectie tot max. 60 km/h behouden. Het remmoment wordt echter constant teruggebracht.
BAS-functie
Aan de hand van de pedaalsnelheid van het rempedaal herkent regeleenheid ESP (N47-5) dat er een noodremming wordt uitgevoerd. Vervolgens wordt de BAS-functie geactiveerd (zie BAS-functie!).
Regelfunctie Distronic
De regeleenheid Distronic (DTR) stuurt de regeleenheid ESP de signalen voor een ART-regeling. Daar wordt de volgorde van prioriteit van de eisen bepaald. Vervolgens worden de signalen aan de motorregeleenheid doorgegeven en wordt, zo nodig, een remcorrectie uitgevoerd door magneetventiel BAS aan te sturen.
De wisselbakindicatie- en waarschuwingsfunctie van de DTR wordt direct aan de betreffende ontvangers doorgegeven.
Verwezen documenten
- gf3030p0002k Distronic (DTR), werking
- gf3030p0002ka
- gf4231p0001a
- gf4235p3500v
- gf4245p3000b ABS-regelfunctie, werking
- gf4245p3700b ESP-regelfunctie, werking