GF42.45-P-3000B | ABS-regelfunctie, werking | 15.10.96 |
TYPE 129 met MOTOR 112, 113 met CODE 472a, elektronisch stabiliteitsprogramma (ESP)
TYPE 202 met MOTOR 112, 113, 604 met CODE 472a, elektronisch stabiliteitsprogramma (ESP)
TYPE 208 met MOTOR 112, 113 met CODE 472a, elektronisch stabiliteitsprogramma (ESP)
TYPE 210 met MOTOR 111, 112, 113, 604, 605, 606, 611, 612, 613 met CODE 472a, elektronisch stabiliteitsprogramma (ESP)
TYPE 215, 220 met CODE 472a, elektronisch stabiliteitsprogramma (ESP)
P42.45-0260-76
Remproces in de normale modus
ABS-regelfunctie drukopbouw
Elke ABS-regeling begint met een normaal remproces dat de bestuurder via het rempedaal uitvoert.
De regeleenheid ESP herkent het remproces aan de remlichtschakelaar en de vertraagde wielomwentelingen.
De remdruk wordt via beide omschakel-magneetventielen (y18 en y19) en magneetventielen (y6, y8, y10 en y12) opgebouwd.
Tijdens een ABS-regeling kan deze drukopbouwfase bij elk wiel afzonderlijk worden uitgevoerd.
Bij een normaal remproces wordt de druk via dezelfde magneetventielen afgebouwd.
b Remdruk
P42.45-0261-76
ABS-regelfunctie druk houden
Het in het voorbeeld afgebeelde regelproces en de ventielstanden hebben betrekking op de rem RV.
Als een wiel tijdens het remmen dreigt te blokkeren, voorkomt het ABS-systeem een verdere drukopbouw. Aan de hand van de slipwaarden van de geremde wielen leidt de regeleenheid ESP de drukhoudfase in.
De drukhoudfase wordt ingeleid door het aansturen van magneetventiel (y8). In deze regelfase blijven magneetventielen (y8 en y9) gesloten; hierdoor blijft de druk in de remklauw RV constant.
b Remdruk
P42.45-0262-76
ABS-regelfunctie drukafbouw
Het in het voorbeeld afgebeelde regelproces en de ventielstanden hebben betrekking op de rem RV.
Aan de hand van de slipwaarden van de geremde wielen leidt de regeleenheid ESP de drukafbouwfase in.
De drukafbouwfase wordt ingeleid door het aansturen (openen) van magneetventiel (y9). Magneetventiel (y8) blijft in deze regelfase aangestuurd (gesloten).
Tijdens de drukafbouwfase stroomt remvloeistof via reservoir (11) terug in hogedruk-/retourpomp (p1). Van daaruit pompt de hogedruk-/retourpomp in beide voorasremkringen de remvloeistof tegen de aanwezige druk terug in de hoofdrem-cilinder. Om het pompgeluid te dempen, is bij elke remkring een demper (10) aangebracht.
b Remdruk
e Gereduceerde druk
Verwezen documenten
- gf4245p4500b Regeleenheid ESP, plaatsing/functie/werking
- gf4250p4000b