GF42.45-P-2000M | ESP-regelkring remmoment, werking | 7.3.02 |
TYPE 163 vanaf 1.9.02 met CODE 472a, elektronisch stabiliteitsprogramma (ESP)
CAN-databus
Regeleenheid
ESP/BAS
(N47-5)
Regeleenheid tussenbak (N78)
Motorregeleenheid
Regeleenheid wisselbak
Omw.sensor linksvoor (L6/1)
Omw.sensor rechtsvoor (L6/2)
Omw.sensor linksachter (L6/3)
Omw.sensor rechtsachter (L6/4)
Remdruksensor ESP (B34)
Schakelaar parkeerremcontrole (S12)
Schakelaar ESP OFF (S76/6)
Stuurhoeksensor (N49)
Spanningsvoorziening klem 15, 30, 31
Relais remlicht-onderdrukking ESP (F1k6)
Hydraulische eenheid tractiesystemen (A7/3)
Hogedruk- en retourpomp (A7/3m1)
Magneetventiel
(A7/3y6 t/m A7/3y23
Relais hogedruk-/
retourpomp (F1k25)
Combi-instrument (A1)
Controlelampje ABS (A1e17)
Controlelampje ETS (A1e35)
Waarschuwingslampje ESP (A1e41)
Controlelampje BAS/ESP (A1e47)
Diagnosetestaansluiting X11/4
Rembekrachtiger
BAS (A7/7)
Magneetventiel BAS (A7/7y1)
Ontgrendelingsschakelaar BAS (A7/7s1)
Membraanwegsensor BAS (A7/7b1)
Sensor draaisnelheid en dwarsacceleratie (B24/15)
De elektrische/elektronische onderdelen regelen de betreffende functies van de regelkring remmoment. Hierbij worden een of meerdere wielen gericht afgeremd door de druk van de remvloeistof in de betreffende wielremcilinder te regelen.
Regeleenheid ESP (N47-5) wordt via zekeringen- en relaismodule (F1) van spanning voorzien.
Regeleenheid ESP (N47-5) regelt alle functies van de regelkring remmoment en heeft hiervoor de volgende signalen nodig:
4 omwentelingensensors
Stuurhoeksensor
Sensor draaisnelheid en
dwarsacceleratie via CAN-datakabel
Remdruksensor ESP
Schakelaar parkeerrem
Regeleenheid ME via CAN-datakabel
Regeleenheid EGS via CAN-datakabel
Schakelaar ESP OFF
Ontgrendelingsschakelaar BAS
Membraanwegsensor BAS
-----------------------------------------------------------------------------------------
De ingangssignalen worden in regeleenheid ESP (N47-5) tot uitgangssignalen voor de volgende onderdelen verwerkt:
Magneetventiel BAS
Magneetventielen in de hydraulische eenheid
Hogedruk- en retourpomp
Motorregeleenheid via CAN-datakabel
Regeleenheid EGS via CAN-datakabel
Waarschuwings- en controlelampjes in het combi-instrument via CAN-datakabel:
Controlelampje ABS (A1e17)
Controlelampje ETS (A1e35)
Waarschuwingslampje ESP (A1e41)
Controlelampje BAS/ESP (A1e47)
-----------------------------------------------------------------------------------------
Regeleenheid ESP (N47-5) bepaalt op basis van de ingangs-signalen welke van de 7 modi moet worden ingeschakeld:
Normale modus
ABS-regelfunctie
ETS/ASR-regelfunctie
MSR-regelfunctie (zie regelkring aandrijfkoppel)
ESP-regelfunctie
BAS-functie
Elektronische remkrachtverdeling
Functie ESP UIT
Normale modus
In de normale modus zijn er geen rij-omstandigheden die een regelfunctie vereisen. Alle magneetventielen in de hydraulische eenheid ESP (A7/3) staan in de basisstand en worden niet van stroom voorzien. Het systeem is gereed om te remmen. De regeling van het aandrijfkoppel is niet geactiveerd.
Deze modus is ook ingeschakeld als er een storing in ESP, BAS of ABS aanwezig is.
-----------------------------------------------------------------------------------------
ABS-regelfunctie
Aan de hand van de omwentelingssignalen constateert de regeleenheid ESP (N47-5) dat aan de criteria voor een ABS-regeling is voldaan. Vervolgens worden de betreffende magneetventielen in de hydraulische eenheid aangestuurd.
De magneetventielen van de voor- en achteras in de hydraulische eenheid ESP (A7/3) worden afzonderlijk aangestuurd (4-kanaalsregeling).
-----------------------------------------------------------------------------------------
ETS/ASR-regelfunctie
In regeleenheid ETS (N47-2) worden de draaisnelheden van alle wielen opgenomen en verwerkt. Hieruit wordt een wagen-referentiesnelheid berekend.
Als regeleenheid ESP (N47-5) uit de signalen wielomwentelingen herkent dat één of meerdere aangedreven wielen dreigen door te slippen, begint de ETS/ASR-regelfunctie. Bij de laagste wrijvingswaarden is een remdrukopbouw bij alle 4 de wielen gelijktijdig mogelijk.
Er wordt een onderscheid gemaakt tussen:
A Regeling in wegversnelling (comfortgeoriënteerd)
B Regeling in terreinversnelling (tractiegeoriënteerd)
A ETS-functie bij ingeschakelde wegversnelling
Het of de aangedreven wiel(en) worden via de bijbehorende wielremmen afgeremd tot de berekende antidoorslipregeling (ca. 5 km/h via de referentiesnelheid) is bereikt. Er wordt bij elk wiel slechts zo veel slip toegelaten als voor een optimale tractie noodzakelijk is.
Om het doorslippende wiel af te remmen, wordt via een druksysteem in de hydraulische eenheid remvloeistofdruk in de remklauw geleid (drukopbouw).
-----------------------------------------------------------------------------------------
Via magneetventielen in hydraulische eenheid ESP (A7/3) wordt het remmoment geregeld door drukopbouw, druk houden en drukafbouw.
Deze ETS-regelfunctie wordt alleen toegestaan als aan de inschakelvoorwaarden is voldaan en de snelheid 0-60 km/h bedraagt.
Als wordt geaccelereerd tot boven de drempel van 60 km/h en de inschakelvoorwaarden nog steeds van kracht zijn, is de ETS/ASR-regelfunctie tot ca. 80 km/h werkzaam.
B ETS-functie bij ingeschakelde terreinversnelling (LOW
RANGE)
De basisfuncties zijn hetzelfde als bij de ingeschakelde wegversnelling. De normslip wordt, beginnend bij een normslipcommando van 5 km/h, echter verlaagd tot
2 km/h als een grotere tractieuitval aanwezig is en de wagensnelheid < 20 km/h bedraagt. Bovendien wordt de drukmodulatie beïnvloed.
-----------------------------------------------------------------------------------------
ESP-regelfunctie
In regeleenheid ESP (N47-5) worden de wielomwentelingen, de stuurhoek, de draaisnelheid en dwarsacceleratie van de wagen, alsmede de remdruk aan de drukstangzijde (DK) en de zijde van de zwevende kring (SK) door de geïntegreerde rij-omstandigheidsregelaar opgenomen en verwerkt.
Na beoordeling van de ingangssignalen worden magneetventiel BAS (A7/7y1), hogedruk- en retourpomp (A7/3m1) en de betreffende magneetventielen van hydraulische eenheid tractiesystemen (A7/3) aangestuurd om de remdruk in de afzonderlijke wielremmen in te regelen.
BAS-functie
Aan de hand van de pedaalsnelheid van het rempedaal herkent regeleenheid ESP (N47-5) een noodremming. Vervolgens wordt de BAS-functie geactiveerd (zie BAS-functie!).
Elektronische remkrachtverdeling
Met behulp van de wielomwentelingen wordt tijdens het remmen altijd een gevoelige slipcontrole van de achterwielen uitgevoerd. Door de betreffende magneetventielen in de hydraulische snelheid aan te sturen wordt voorkomen dat de toegestane achterasslipwaarden worden overschreden.
Functie ESP UIT (ESP OFF)
Als schakelaar ESP OFF (S76/6) wordt bediend, worden de regeling van het aandrijfkoppel en de aandrijfslipregeling (MSR) uitgeschakeld.
Bovendien wordt de ESP-stabiliteitsfunctie bij het accelereren en uitrollen gedeactiveerd. Tijdens het remmen door de bestuurder blijft de ESP-stabiliteitsfunctie behouden.
Verwezen documenten
- gf4231p0001a
- gf4235p3600a
- gf4245p3000d ABS-regelfunctie, werking
- gf4245p3500d ASR-regelfunctie, werking
- gf4245p3700d ESP-regelfunctie, werking