GF09.00-P-2000H | Oplading, werking | 14.11.00 |
MOTOR 112.960 in TYPE 170.466
MOTOR 112.961 in TYPE 203.065 /265
P09.10-2046-76
4 Luchtfilter
4/3 Luchtaanzuigkap
50 Compressor
75 Aanzuigleiding
110/2 Compressorluchtkoeler
110/6 Compr.luchtverdeelbuis boven
110/8 Compressorluchtverdeelbuis onder (aan compressor gegoten)
110/11 Lagetemperatuurkoeler
M16/6 Stelelement luchtklep
M44 Circulatiepomp compressorluchtkoeler
Y2/1 Magnetische koppeling mechanische compressor
A Aangezogen lucht tussen luchtaanzuigkap en compressor
B Compressorlucht (heet) tussen compressor en compressorluchtkoeler
C Compressorlucht (gekoeld) tussen compressorluchtkoeler en compr.luchtverdeelbuis onder
De oplading verhoogt het vermogen van de motor bij deel- en vollast.
Compressor (50) comprimeert de aangezogen lucht en verhoogt hierdoor de vullingsgraad van de cilinder.
Door de toename van de luchthoeveelheid wordt de aangevoerde brandstofhoeveelheid vergroot. Hierdoor nemen het koppel en het motorvermogen toe.
Door compressorluchtkoeler (110/2) wordt de vullingsgraad van de cilinders verbeterd en door de lage uitlatgastemperaturen wordt de NOX-vorming verlaagd.
De watergekoelde compressorluchtkoeler bevindt zich tussen de compressor en motor en is uitgerust met een eigen koelcirculatie (lagetemperatuurkoelcirculatie).
Het aandrijfvermogen dat voor de compressor is vereist, wordt via een afzonderlijke riemaandrijving afgenomen van de krukas.
In- en uitgeschakeld wordt de compressor via magnetische koppeling mechanische compressor (Y2/1).
Om de juiste brandstofopbrengst aan de vullingsgraad van de cilinders aan te passen, worden de compressorluchttemperatuur en de compressorluchtdruk na de compressorluchtkoeler opgenomen en aan de regeleenheid ME medegedeeld.
Verwezen documenten
- gf0704p5014ha
- gf0704p5039h
- gf0950p3102h Compressor, plaatsing/functie/bouw/werking
- gf0950p3103h