GF07.53-P-2002GC | Starten MSM, werking | 14.5.97 |
MOTOR 166.940 in TYPE 168.031 /131
MOTOR 166.960 in TYPE 168.031 /033 /131 /133
MOTOR 166.990 in TYPE 168.032 /132
MOTOR 166.995 in TYPE 168.035 /135
15.03.07 | Het document is tot en met deze datum geactualiseerd en is niet meer aan wijziging onderhevig. |
Om het starten via het bedienen van startschakelaar (S2) mogelijk te maken, moet de start door regeleenheid FBS (N73/1) worden vrijgegeven.
Bij wagens met een automatische wisselbak of automatisch koppelingssysteem mag bij het starten geen rijstand of versnelling zijn ingeschakeld.
Brandstofinspuiting
De ingespoten brandstofopbrengst wordt door de openingsduur van brandstofverstuivers (Y62) bepaald. Deze openingsduur is afhankelijk van de accuspanning. Om de opbrengst bij bijvoorbeeld een te lage accuspanning te compenseren, verlengt regeleenheid MSM (N3/5, N2/18) de inspuitduur. Als de bedrijfsspanning < 5,5 V is, kan de motor niet meer worden gestart.
Regeling startopbrengst
Om het starten van de koude motor te vergemakkelijken, moet tijdens het starten, afhankelijk van de koelmiddeltemperatuur, extra brandstof worden ingespoten. De hogere opbrengst wordt bereikt door de inspuitduur te verlengen.
Nastartmengselverrijking
Na de start is bij een koude motor korte tijd een verrijking met extra brandstof nodig. De brandstof die op de cilinderwanden neerslaat wordt door deze verrijking gecompenseerd, waardoor de motor soepel doorloopt. Om de opbrengst te verhogen, verlengt de regeleenheid MSM de inspuitduur overeenkomstig.
Synchronisatie van inspuit- en ontstekingsvolgorde
Om de cilinders in de juiste volgorde in te laten spuiten en te laten ontsteken, wordt de BDP-ontsteking van cilinder 1 bij de eerste motoromwentelingen bepaald.
Hiervoor heeft de regeleenheid MSM de signalen van Hall-sensor nokkenas (B6/1) en krukasstandsensor (L5) nodig.
Ontsteking tijdens het starten
Tijdens het starten wordt het ontstekingstijdstip tot ca. 200/min uitsluitend overeenkomstig signalen van de krukasstandsensor geregeld. Pas bij een toerental van ca. 300/min wordt van een vast ontstekingstijdstip overgeschakeld op een ontstekingstijdstip dat programma-afhankelijk aan de hand van de actuele bedrijfstoestand wordt berekend.
Startopbrengstregeling MSM, werking | |||
Spanningsvoorziening motorregeleenheid, werking | |||
Brandstofvoorziening MSM, werking | |||
Nastartverrijking MSM, werking | |||
Ontstekingssysteem MSM, werking | |||
Synchronisatie inspuit- en ontstekingsvolgorde MSM, werking | |||
Startmotorregeling, werking | Mechanische wisselbak t/m 08/01 | ||
Mechanische wisselbak 09/01 - 05/03 | |||
Mechanische wisselbak vanaf 06/03 | |||
Wisselbak 722.7, met AKS t/m 08/01 | |||
Wisselbak 722.7, met AKS 09/01 - 05/03 | |||
Wisselbak 722.7, met AKS vanaf 06/03 | |||
Beveiliging thermische overbelasting magneetschakelaar, werking | Vanaf 09/01 t/m 05/03 | ||
CAN-databus, werking |
Verwezen documenten
- gf0753p3000gc Startopbrengstregeling MSM, werking
- gf0753p3003gc Spanningsvoorziening regeleenheid MSM, werking
- gf0753p3004gc Brandstofvoorziening MSM, werking
- gf0753p3005gc Nastartverrijking MSM, werking
- gf0753p3006gc Ontstekingssysteem MSM, werking
- gf0753p3017gc Synchronisatie van inspuit- en ontstekingsvolgorde MSM, werking
- gf1530p3000gd
- gf1530p3000ge
- gf1530p3000gf
- gf1530p3000gg
- gf1530p3000gh
- gf1530p3000gi
- gf1530p3001gc
- gf5400p0005gc