AR09.40-W-6020A | Turbocompressor uit-, inbouwen | 15.2.12 |
MOTOR 904.9 in TYPE 374, 375, 673, 674, 676, 958, 970, 972, 975, 976
MOTOR 906.9 in TYPE 374, 958, 970, 972, 974, 975, 976
MOTOR 906.9 in TYPE 374, 375, 950, 952, 953, 954, 958
MOTOR 906.9 in TYPE 957 behalve CODE MS8, aardgasmotor
W09.40-0013-06
Afgebeeld bij motor 904.905
1 Uitlaatpijp
2 Klem
3 Moer
4 Motorremklephuis
5 Moer
6 Turbocompressor
7 Oliedrukleiding
8 Motorventilatieleiding
9 Klem
10 Afdichtring
11 Turboluchtbuis
12 Aanzuigslang (niet bij type 957)
13 Hittebescherming
14 Olieretourleiding
15 Olieretourslang
16 Steun
17 Luchtdrukleiding
| Uit-, inbouwen | ||
| Aanwijzingen bij zelfborgende bouten en moeren | ||
1 | Contact uitschakelen | ||
Gevaarlijk! | Explosiegevaar door naar buiten komend knalgas. Kans op letsel door aantasting van ogen, huid en slijmvliezen door accu-elektrolyt (bevat verdund zwavelzuur) of metaalspatten door kortsluiting. Verbrandingsgevaar door kortsluiting. Vergiftigingsgevaar door het binnenkrijgen van accuelektrolyt (bevat verdund zwavelzuur) of het opnemen van lood via de huid of lichaamsopeningen | Vuur, vonken, open licht en roken verboden. Zuurbestendige handschoenen, beschermende kleding en veiligheidsbril met zijbescherming dragen. Geen geleidende voorwerpen op de accu leggen en kortsluiting van de accu van plus naar massa voorkomen. Vloeibaar accuelektrolyt (verdund zwavelzuur) uitsluitend in hiervoor bestemde en als dusdanig aangeduide reservoirs doen. | |
2 | Massakabel aan accu losnemen | ||
| Aanwijzingen accu | ||
Gevaarlijk! | Kans op letsel door bekneld raken bij het kantelen van de cabine. | Tijdens het kantelen mogen zich geen personen bevinden in het kantelgebied van de cabine. De cabine altijd tot aan de eindstand kantelen en met veiligheidssteunen beveiligen. | |
3 | Cabine kantelen | Bij type 957 de onderhoudsklep openen. | |
| Aanwijzingen voor het kantelen van de cabine | ||
4 | Geluidsisolatie rechts aan chassis en geluidsisolatie onder uitbouwen | ||
5 | Turboluchtbuis (11) uitbouwen | Type 673, 674, 676 | |
Type 374, 375, 950, 952, 953, 954, 957, 958, 970, 972, 974, 975, 976 | |||
6.1 | Aanzuigslang (12) aan turbocompressor (6) losnemen | Type 374, 375, 673, 674, 676, 950, 952, 953, 954, 958, 970, 972, 974, 975, 976 | |
6.2 | Luchtaanzuigbuis uitbouwen | Type 957 | |
7 | Uitlaatpijp (1) aan motorremklephuis (4) verwijderen | Inbouw: afdichtvlakken reinigen. Klem (2) op beschadiging controleren, zo nodig vervangen. | |
8 | Luchtdrukleiding (17) aan motorremcilinder losnemen | ||
9 | Hittebescherming (13) verwijderen | Inbouw: bij type 673, 674, 676 hittebescherming (13) met aanzuigleiding van compressor aan cilinderblok monteren. | |
10 | Olieretourslang (15) aan olieretourleiding (14) losnemen | Weglopende motorolie opvangen, boringen afsluiten. | |
11 | Oliedrukleiding (7) aan oliefilter en turbocompressor (6) losnemen | Boringen afsluiten. | |
Inbouw: vóór het aansluiten van oliedrukleiding (7) dient lagerhuis turbocompressor via de olievulboring met motorolie te worden gevuld. Turbocompressoras hierbij met de hand ronddraaien om de lagers van een oliefilm te voorzien. | |||
| |||
12 | Turbocompressor (6) samen met motorremklephuis (4) aan uitlaatspruitstuk losnemen | Boringen van turbocompressor (6) afsluiten. | |
Inbouw: afdichtvlakken reinigen. Moeren (5) vervangen. | |||
| |||
13 | Olieretourleiding (14) aan turbocompressor (6) losnemen | Alleen als turbocompressor (6) wordt vervangen. | |
Inbouw: afdichtvlakken reinigen. Afdichting vervangen. | |||
| |||
14 | Motorremklephuis (4) met steun (16) van turbocompressor (6) losnemen | Alleen als turbocompressor (6) wordt vervangen. | |
Inbouw: afdichtvlakken reinigen. Moeren (3) vervangen. | |||
| |||
15 | Inbouw in omgekeerde volgorde uitvoeren | ||
16 | Motoroliepeil met oliepeilstok of op display controleren, zo nodig corrigeren | Op ingestelde motoroliekwaliteit in onderhoudssysteem of Betriebsstoff-Vorschriften letten. | |
Gevaarlijk! | Kans op ongevallen door spontaan wegrijden bij draaiende motor. Kans op letsel door bekneld raken en verbranding bij ingrepen tijdens het starten of bij draaiende motor. | Wagen tegen spontaan wegrijden beveiligen. | |
17 | Motor starten en bij stationair toerental op oliedrukmeter letten | Motor max. 90 sec. met startmotor starten. Starten na een pauze van minstens ca. 2 min. herhalen. | |
18 | Motor afzetten en op lekkage controleren | Visuele controle. |
Controlewaarden motoroliedruk
Nummer | Omschrijving | Motor | ||
BE18.00-N-1001-01C | Motoroliedruk bij | Stationair toerental | bar | 0,5 |
Maximumtoerental | bar | 2,5 | ||
Turbocompressor
Nummer | Omschrijving | Motor | Motor | ||
BA09.40-N-1001-01B | Moer turbocompressor aan uitlaatspruitstuk | M8 | Nm | 30 | 30 |
M10 | Nm | 50 | 50 | ||
BA09.40-N-1002-01B | Bout oliedrukleiding aan turbocompressor | M8 | Nm | 40 | 40 |
M6 | Nm | 10 | 10 | ||
BA09.40-N-1003-01B | Bout olieretourleiding aan turbocompressor | Nm | 10 | 10 | |
Uitlaatspruitstuk
Verwezen documenten
- ah0000n000101a Aanwijzingen bij zelfborgende bouten en moeren
- ah5410p000101a Aanwijzingen accu
- ah5410p000101a
- ah6080n000301a Aanwijzingen voor het kantelen van de cabine
- ar0910w8131b Luchtaanzuigbuis uit-, inbouwen
- ar0941w1311a Turboluchtbuis uit-, inbouwen
- ar0941w1311c
- as0000z000501a Kans op ongevallen door spontaan wegrijden bij draaiende motor. Kans op letsel door bekneld raken en verbranding bij ingrepen tijdens het starten of bij draaiende motor.
- as5410z000101a Brand-/explosiegevaar door kortsluiting en naar buiten komend knalgas. Kans op brandwonden/letsel door aantasting van ogen, huid en slijmvliezen door accuelektrolyt, kortsluiting of vlambooginslag. Vergiftigingsgevaar door het
- as6080z000101a Kans op letsel door bekneld raken bij het kantelen van de cabine.