ap0100p1000zz

Motor en motorruimte reinigen en conserveren

Type ap · thema 01.00 · versie 0107 · 2000-05-09

Geldig voor: MOTOR alle

Plaats

Functiegroep 1 Motor › 01 Motor compleet, carterventilatie, cilinderkop, cilinderblok › 01.00 Algemeen — Serie 900 (modellen 9**) · Serie 902 (modellen 9**) · Serie 904 (modellen 918, 919, 924, 925, 938, 943, 957) · Serie 906 (modellen 917, 918, 924, 953)

EinPAS 15 Motor › 15.15 Verbrandingsmotor compleet/krukkast/krukaandrijving › 15.15.15 Verbrandingsmotor compleet — Serie 900 (modellen 9**) · Serie 902 (modellen 9**) · Serie 904 (modellen 918, 919, 924, 925, 938, 943, 957) · Serie 906 (modellen 917, 918, 924, 953)

Geldt ook voor motoren/versnellingsbakken: 139 ***, 254 ***, 256 ***, 272 ***, 276 ***, 282 ***, 457 9**, 541 9**, 542 9**, 608 ***, 700 4**, 700 420, 700 421, 700 422, 700 423, 715 3**, 715 5**, 722 6**, 722 9**, 724 ***, 724 0**, 724 033, 724 044, 724 045, 724 1**, 724 103, 724 114, 724 115, 724 120, 725 ***, 725 0**, 725 035, 725 037, 725 038, 725 085, 725 1**, 739 390, 739 391, 739 395, 739 396, 739 397, 739 398, 739 399, 740 698, 743 3**, 743 4**, 743 498, 746 971, 924 9**, 924 910, 925 9**, 926 9**

AP01.00-P-1000ZZ

Motor en motorruimte reinigen en conserveren

19.7.94

MOTOR alle

1

De motor en motorruimte moeten na elke keer reinigen geconserveerd worden.

Geldt voor auto’s t/m 12/89 en auto’s uit de periode 6/93-7/94

2

Voor het reinigen en conserveren moeten de openingen voor de verse lucht, de voor-ruit en voorspatschermen royaal worden afgedekt.

De vorm en het materiaal voor het afdek-ken moet door de werkplaats zelf bepaald worden. Het afdekken is nodig, opdat geen middelen bijv. koudreinigingsmiddel, was of dergelijke het interieur binnen kunnen drin-gen (moeilijk te verwijderen).

3

De schroefverbinding van het remvloei-stofreservoir moet met plakband afgeplakt en na de conservering van de motorruimte weer verwijderd worden.

4

De boring voor beluchting van de mem-braanruimte in het drukregelventiel in het kleppendeksel afplakken.

Motor 601, 602, 603

AP01.00-P-8503-01A

5

Het reinigen hoogstens bij handwarme mo-tor (uitlaat), afhankelijk van de mate van vervuiling, met een demulgerend koudrei-nigingsmiddel (korte inwerktijd) en hoge-druk-stoomreiniger, uitvoeren.

Onder „demulgerend” verstaat men de eigenschap, dat een mengsel van olie en vetten met water in de olieafscheider weer gescheiden wordt.

6

Voor het reinigen van de aggregatenruimte achter de motorruimte geldt als regel: met geringe druk slechts zoveel water gebrui-ken als nodig is.

Electronische regeleenheden moeten van te voren afgedekt worden, vochtig gewor-den eenheden vervolgens drogen.

7

Na reinigen van motor/conservering

Regelstangenmechanisme smeren, op gangbaarheid en slijtage controleren

8

De conservering alleen bij droge motor-ruimte met goede universele apparatuur uitvoeren.

Uitsluitend goedgekeurde wasconserve-ringsmiddelen gebruiken.

De geringste vervuiling ontstaat met appa-ratuur volgens het Airless-systeem.

9

Niet met conserveringswas bespuiten:

Electrische en electronische componenten, riemaandrijving (riemen en poelies), uitlaat en dempers in aggregatenruimte

Verwezen documenten