ad8035d200212a

Aanwijzingen bij HHT diagnose radiografische afstandsbediening (FFB)

Type ad · thema 80.35 · versie 0100 · 2003-06-10

Geldig voor: TYPE 901, 902, 903, 904 met MOTOR 111, 601, 602 met CODE (FZ1) Zentralverriegelung mit Fernbedienung met CODE (FZ7) Wegfahrsperre

Plaats

Functiegroep 3 Opbouw/carrosserie › 80 Centrale vergrendeling, comfortbediening, wegrijbeveiligingssystemen › 80.35 Radiografische afstandsbediening — Serie 601 · Serie 602 · Serie 901 · Serie 902 · Serie 903 · Serie 904

EinPAS 29 Wegrijbeveiligings-/veiligheidssysteem › 29.16 Vergrendelen/ontgrendelen › 29.16.1 Basisinformatie — Serie 601 · Serie 602 · Serie 901 · Serie 902 · Serie 903 · Serie 904

Geldt ook voor motoren/versnellingsbakken: 111 ***

AD80.35-D-2002-12A

Aanwijzingen bij HHT diagnose radiografische afstandsbediening (FFB)

Het systeem radiografische afstandsbediening met geïntegreerde wegrijblokkering (FFB) kan alleen bij de CAN-versie aan een diagnose worden onderworpen. Een diagnose met de HHT is alleen bij wagens met motor 601/602 mogelijk.

PWM-versie (wagens met motor 111)

Er kan geen diagnose met de HHT worden uitgevoerd. Wel kan de toestand van de wegrijblokkering (geactiveerd/gedeactiveerd) met de HHT via de werkelijke waarden van de regeleenheid PMS worden uitgelezen. Zie diagnosehandboek Sprinter, Hoofdstuk 11.1 Functiecontrole via werkelijke waarden met de HHT (wegrijblokkering controleren).

CAN-versie (wagens met motor 601/602)

De diagnose geschiedt via de CAN-bus. De motorregeleenheid ASF of MSA dient hierbij als data-overbrenger tussen de regeleenheid radiografische afstandsbediening en de op de 14-polige diagnosestekkerdoos aangesloten HHT.

Aanwijzing

De in de wagen aangebrachte regeleenheden ASF of MSA en FFB zijn via een identificatie vast met elkaar verbonden. Hierdoor kan een storing in een van beide systemen op beide regeleenheden van invloed zijn. Om deze reden moet bij het opsporen van storingen met beide systemen rekening worden gehouden.

Zie diagnosehandboek Sprinter hoofdstuk 12.

In de diagnosemodus zijn niet alle functies van de regeleenheid geactiveerd. Het is bijvoorbeeld niet mogelijk om de wagen via de zendersleutel te ontgrendelen of vergrendelen.

In bepaalde gevallen kan tijdens of na de diagnose het controlelampje wegrijblokkering in het combi-instrument oplichten. Het lampje kan worden gereset door de wegrijblokkering met de zendersleutel op de juiste wijze te activeren en deactiveren.