GF82.85-P-2012D | Navigatie, werking | 9.2.99 |
TYPE 208, 210
met CODE (352a), bedienings- en indicatiesysteem COMAND
behalve CODE (498), exportuitvoering Japan
Diagnosetestaansluiting (X11/4)
Combi-instrument (A1)
Multifunctioneel stuur
Antenne GPS
(A2/23)
Regeleenheid
tractiesystemen
(N47)
Omwentelingensensor rechtsvoor
(L6/2)
Autoluidsprekers
Diagnose
Radiotuner
Verkeersinformatie-
geheugen (A2/43)
Centrale
computer
Verwerking
audiosignalen
Navigatie-computer met GPS-ontvanger en gyrosensor
Bedienings-,
indicatie- en
regeleenheid COMAND
(A40/3)
A2/5
CD-loopwerk
CAN-
(A40/3-A1)
D2B
Blokschema COMAND-navigatiesysteem zonder dynamische bestemmingsgeleiding (code 815)
De gemarkeerde onderdelen zijn de belangrijkste componenten van de navigatie.
Afkortingen:
A2/5 Antennevertakking (alleen bij code 347 (noodoproepsysteem))
GPS Global Positioning System
Met behulp van het COMAND-navigatiesysteem worden de locatie van de wagen en de richting naar en de afstand tot de bestemming (na het invoeren van de bestemming) bepaald. Vervolgens worden de nodige maatregelen genomen om de bestemming te bereiken (bestemmingsgeleiding).
Het navigatiesysteem wordt geactiveerd met de toets "NAVI" op het bedieningspaneel. In de bedienings-, indicatie- en regeleenheid COMAND (A40/3) is een navigatiecomputer met CD-ROM-loopwerk voor digitale kaartgegevens geïntegreerd.
Aanwijzing op navigatie-CD-scherm:
T/m 31.05.01; "Bitte Navi-CD einlegen"
Vanaf 01.06.01; "Bitte Navi-CD Typ DX einlegen"
Deze aanwijzing moet ervoor zorgen dat klanten de juiste CD aanschaffen. Het navigatie-CD-ROM-loopwerk kan ook audio-CD's afspelen.
Bestemming invoeren
De bestemming wordt menugestuurd via het bedieningspaneel opgegeven en vervolgens door de navigatiecomputer verwerkt.
-------------------------------------------------------------------------------------------
Er kunnen alleen bestemmingen worden ingevoerd die op de CD-ROM zijn te vinden. COMAND biedt de volgende mogelijkheden om bestemmingen in te voeren:
De bestemming op de weergegeven kaart aangeven.
Een in het systeem opgeslagen bestemming opvragen.
De naam van de bestemming invoeren (alleen mogelijk als de bestemming op CD-ROM is opgeslagen).
Bestemming invoeren (vanaf 01.06.01)
De bestemming wordt menugestuurd via het bedieningspaneel opgegeven en vervolgens door de navigatiecomputer verwerkt. COMAND biedt de volgende mogelijkheden om bestemmingen in te voeren:
Adres...
Bestemmingsgeheugen...
Bestemmingen via de kaart...
Speciale bestemmingen (zoals stations, vliegvelden, enz.)
Reisgids...
Laatste bestemming...
-------------------------------------------------------------------------------------------
Intelligente bestemmingsinvoer (vanaf 01.06.01)
Tijdens het invoeren van de bestemming worden de nog ontbrekende letters voor de in te voeren bestemming automatisch aangevuld aan de hand van een aanwezige lijst. De intelligente bestemmingsinvoer is alleen bij geografische index actief en heeft alleen betrekking op het invoeren van bestemmingen en straten bij de bestemmingsgeleiding. In het menu Sonderziele zijn de submenu's "Umgebung anderer Orte..." en "Überregionale Ziele..." aanwezig. Het menu "Überregionale Ziele..." is in een volgend submenu aanwezig. De afzonderlijke menu-opties in dit submenu maken gebruik van de geografische index.
Dynamische aanvulling
Deze functie wordt gerealiseerd bij het handmatig invoeren van de bestemming. Tijdens het invoeren van de bestemming worden bij de dynamische aanvulling de nog ontbrekende letters voor de in te voeren bestemming automatisch aangevuld aan de hand van een aanwezige lijst. De aangevulde tekens worden in zwart weergegeven. Deze aanvullende gegevens kunnen steeds per teken worden gewist.
-------------------------------------------------------------------------------------------
Plaatsbepaling
COMAND berekent voortdurend de locatie van de wagen met behulp van:
GPS-plaatsbepaling
Basisplaatsbepaling (gecombineerde plaatsbepaling)
Kaartgeoriënteerde plaatsbepaling (map matching)
Door de resultaten van deze drie methodes te vergelijken berekent de navigatiecomputer de meest waarschijnlijke locatie.
Routeberekening
De route wordt in de navigatiecomputer uitgevoerd nadat een bestemming is ingevoerd of nadat van de voorgestelde route is afgeweken.
Als de wagen bovendien met dynamische bestemmingsgeleiding (code 815) is uitgerust, wordt de routeberekening ook beïnvloed door de actuele verkeerssituatie, zoals wegwerkzaamheden en files (behalve uitvoering). De berekende route wordt opgeslagen in het geheugen van de navigatiecomputer.
-------------------------------------------------------------------------------------------
Bestemmingsgeleiding
Nadat de navigatiecomputer de routeberekening heeft uitgevoerd, start de bestemmingsgeleiding.
Bij de bestemmingsgeleiding kan de informatie op drie verschillende manieren worden weergegeven:
Symbolische weergave (routegeleidingssymbolen)
Kaartweergave
Combinatie van kaartweergave en symbolische weergave
Er kan op elk gewenst moment tussen de drie verschillende weergaves worden omgeschakeld. De bestemmingsgeleiding wordt in alle gevallen ondersteund door gesproken informatie die via de autoluidsprekers wordt weergegeven.
Verwezen documenten
- gf8260p2003d Volume- en geluidsinstellingen, werking
- gf8261p2002d Voortdurende plaatsbepaling, werking
- gf8261p3011g Routeberekening, werking
- gf8261p3012e Bestemmingsgeleiding, werking
- gf8285p3001c Gesproken informatie, werking
- gf8285p3008b Gegevensuitwisseling tussen COMAND en combi-instrument, werking