CAN SBC
CAN B
CAN C
Regeleenheid
ESP, PML en BAS (N47-5)
Regeleenheid
SBC (A7/3n1)
Motorregeleenheid
Regeleenheid EGS (N15/3)
Schakelaar parkeerremcontrole (S12)
Diagnosetestaansluiting (X11/4)
Combi-instrument (A1)
Waarschuwingslampje ESP en ABS (A1e41)
Controlelampje ABS (A1e17)
Multifunctionele indicaties (A1p13, A1p15)
Regeleenheid onderste bedieningspaneel (N72)
Regeleenheid
SAM links (N10/6)
Regeleenheid EZS (N73)
Stuurkolom-module
(N80)
Stuurhoek-sensor
(N49)
Sensor draaisnelheid en dwarsacceleratie (B24/15)
Massa klem 31
Spanning klem 87
Schakelaar ESP OFF (N72s14)
De spanningsvoorziening klem 87 van regeleenheid ESP, PML en BAS (N47-5) wordt gerealiseerd via zekeringen- en relaismodule passagier (K40/4).
Regeleenheid ESP, PML en BAS (N47-5) ontvangt ingangssignalen van de volgende onderdelen:
4 omwentelingensensors (via regeleenheid SBC)
Stuurhoeksensor via CAN-datakabel
Dwarsacceleratiesensor
Draaisnelheidssensor
Regeleenheid SBC via CAN-datakabel
Regeleenheid ABC via CAN-datakabel
Regeleenheid DTR via CAN-datakabel
Regeleenheid boordnet via CAN-datakabel
Motorregeleenheid via CAN-datakabel
Regeleenheid EGS via CAN-datakabel
Schakelaar ESP OFF via CAN-datakabel
-----------------------------------------------------------------------------------------
De ingangssignalen worden in regeleenheid ESP, PML en BAS (N47-5) tot uitgangssignalen voor de volgende onderdelen verwerkt:
Regeleenheid SBC via CAN-datakabel
Motorregeleenheid via CAN-datakabel
Regeleenheid EGS via CAN-datakabel
Waarschuwingslampje ESP en ABS via CAN-datakabel
Controlelampje ABS via CAN-datakabel
Multifunctionele indicatie via CAN-datakabel
Regeleenheid ESP, PML en BAS (N47-5) bepaalt op basis van de ingangsignalen welke van de 8 modi
Normale modus
ABS-regelfunctie
ASR-regelfunctie
MSR-regelfunctie (zie regelkring aandrijfkoppel)
ESP-regelfunctie
Functie ESP UIT
BAS-functie
DTR-regelfunctie
moet worden ingeschakeld.
-----------------------------------------------------------------------------------------
Normale modus
In dit geval is geen regeling nodig.
Deze modus is ook ingeschakeld als er een storing in ESP, BAS of ABS aanwezig is. De regeling van het aandrijfkoppel is niet geactiveerd.
ABS-regelfunctie
Aan de hand van de wielomwentelingsignalen herkent regeleenheid ESP, PML en BAS (N47-5) dat de criteria voor een ABS-regeling aanwezig zijn. Bovendien worden de betreffende magneetventielen in de hydraulische eenheid via regeleenheid SBC aangestuurd.
De magneetventielen voor de voor- en achteras in hydraulische eenheid tractiesystemen (A7/3) worden afzonderlijk aangestuurd (4-kanaalsregeling).
ASR-regelfunctie
Zodra een aangedreven wiel de neiging tot doorslippen heeft, stuurt regeleenheid ESP, PML en BAS (N47-5) de betreffende magneetventielen van de achteras via regeleenheid SBC aan.
-----------------------------------------------------------------------------------------
ESP-regelfunctie
In regeleenheid ESP, PML en BAS (N47-5) worden de signalen wielomwentelingen, de stuurhoek, de draaisnelheid van de wagen, de dwarsacceleratie, alsmede de remdruk van de afzonderlijke wielen door een rij-omstandigheidsregelaar opgenomen en verwerkt. Na beoordeling van de ingangssignalen worden de benodigde magneetventielen via de regeleenheid SBC aangestuurd om de remdruk in de afzonderlijke wielremmen in te regelen.
Functie ESP UIT (ESP OFF)
Als schakelaar ESP OFF (N72s14) wordt bediend, wordt de ESP-aandrijfkoppelregeling en de ESP-stabiliteitsfunctie gedeactiveerd tijdens het accelereren en uitrollen. Tijdens het remmen blijft alleen de ESP-stabiliteitsfunctie actief.
In deze schakelaarstand vindt via regelkring remmoment tot 40 km/h bij een doorslippend aangedreven wiel een remcorrectie plaats. Zo lang er nog omstandigheden hiertoe nopen, blijft de remcorrectie tot max. 60 km/h behouden. Het remmoment wordt echter constant teruggebracht.
-----------------------------------------------------------------------------------------
BAS-functie
Aan de hand van de pedaalsnelheid van het rempedaal herkent regeleenheid ESP, PML en BAS (N47-5) dat het om een noodstop gaat en leidt de BAS-functie in (zie BAS, werking).
Regelfunctie Distronic
De regeleenheid Distronic (DTR) stuurt de signalen voor een DTR-regeling naar regeleenheid ESP, PML und BAS (N47-5). Daar wordt de volgorde van prioriteit van de eisen bepaald. Vervolgens worden de signalen aan de motorregeleenheid doorgegeven en wordt, zo nodig, een remcorrectie uitgevoerd.
De wisselbakindicatie- en waarschuwingsfunctie van de DTR wordt direct aan de betreffende ontvangers doorgegeven.
Verwezen documenten
- gf4231p0001sl
- gf4231p0001slr
- gf4245p3000sl ABS-regelfunctie, werking
- gf4245p3000slr
- gf4245p3500sl ASR-regelfunctie, werking
- gf4245p3500slr
- gf4245p3700sl ESP-regelfunctie, werking
- gf4245p3700slr