S07.52-3012-06
Functie
Regelt na evaluatie van de ingangssignalen de volgende systemen:
- Inspuitsysteem
- Ontstekingssysteem
- Stationairregeling
- Uitlaatgasreiniging
Bewaakt de in-/uitgangen, controleert de plausibiliteit en slaat storingen op
Berekening van vervangende waarden voor gebruik van het "noodloop-programma" bij signaaluitval
Zelfstandige herkenning van de mechanische eindaanslag van de gesloten luchtklep
Automatische aanpassing van de mengselvorming
Zelfstandige herkenning van de wagenuitvoering
1 Aansluiting positiesensor krukas
2 Elektrische aansluiting chassiszijde
3 Aansluiting leiding inlaatspruitstuk
4 Aansluiting codeerstekker
5 Elektrische aansluiting motorzijde
A13 Regeleenheid PMS
Werking
De regeleenheid PMS (A13) wordt rechtstreeks vanaf klem 15 en 30 van spanning voorzien.
Met behulp van een ingebouwde druksensor neemt de regeleenheid PMS (A13) de inlaatspruitstukdruk op, de belangrijkste meetfactor bij het bepalen van de inspuitduur. De eenheid neemt de verdere ingangssignalen op en stuurt afhankelijk van de bedrijfsomstandigheden de uitgangen aan.
Ingangen:
- Wagenmassa (massa motorruimte rechts)
- Spanningsvoorziening kl. 30 (kabelverbinder klem 30)
- Spanning bij contact IN: kl. 15 (kabelverbinder klem 15)
- Inlaatspruitstukdruk (kabel naar inlaatspruitstuk)
- Temperatuursignaal koelmiddel (sensor koelmiddeltemperatuur)
- Temperatuursignaal aanzuiglucht (sensor aanzuigluchttemperatuur)
- O2-sondesignaal (O2-sonde verwarmd)
- Positiesensor krukas (vliegwielsegmenten)
- Stand luchtklep (stelelement stationairregeling)
- Codeerstekker (aanpassing ontstekings- en inspuitprogramma)
- Snelheidssignaal (combi-instrument)
- Inschakelsignaal aircocompressor (regeleenheid aircoregeling)
- Massapunt motorruimte rechts (herkenning mechanische wisselbak)
- Regeleenheid automatische wisselbak (ingreep bij schakelingen)
- Startblokkeerschakelaar (herkenning automatische wisselbak en selectiehendelstand P/N)
Uitgangen:
- Relais brandstofpomp
- Aansturing bobine (cilinder 1+4) resp. (cilinder 2+3)
- Aansturing van bobines via massazijde
- Brandstofverstuivers (cilinder 1+4) resp. (cilinder 2+3)
- O2-sondeverwarming
- Stelelement stationairregeling
- Toerentalsignaal (diagnose-testaansluiting)
- Toerentalsignaal (bijv. toerentalteller, aircoregeling)
- Regeneratieventiel (mengselverrijking)
- Omschakelventiel uitlaatgasklep (snelle opwarming katalysator)
- Elektronicamassa voor temperatuursensor en stelelement stationairregeling
- Informatie over motorkoppel en stand luchtklep aan regeleenheid automatische wisselbak
- Storingsgeheugenuitvoer aan testaansluiting van diagnosedoos
Diagnose/opslaan van storingen
Alle in-/uitgangen worden tijdens het bedrijf op plausibiliteit gecontroleerd. Waargenomen storingen worden in het storingsgeheugen opgeslagen. De regeleenheid PMS (A13) onderscheidt de volgende storingen:
- Storingen die momenteel in het geheugen aanwezig zijn.
- Storingen die gedurende een bepaalde periode (langer dan 3 seconden) aanwezig waren.
- Kortstondige onderbrekingen (bijv. haperende contacten) die meer dan 5 keer zijn opgetreden tijdens een rit.
De storingen blijven bij contact "UIT" opgeslagen, maar worden na het losnemen van de "accu" of de "regeleenhedenaansluiting wagenzijde" gewist.
De storingen worden automatisch uit het storingsgeheugen gewist als deze gedurende 19 opeenvolgende ritten onder dezelfde omstandigheden niet meer optreden.
Voor de regeleenheid PMS (A13) heeft er een rit plaatsgevonden na:
- Snelheid >10 km/h
- Motortoerental >700/min.
- Contact "UIT" >3 minuten
De opgeslagen storingen kunnen bij de testaansluiting van de diagnosedoos bij contact "IN" of bij "lopende motor" met de Hand-Held-Tester (HHT) worden uitgelezen en gewist.
Aanwijzing voor het ontstekingssysteem
De regeleenheid PMS (A13) controleert bij draaiende motor continu het verloop van de primaire spanning en primaire stroom van de bobines en kan aan de hand hiervan herkennen of storingen bij meer dan ca. 50 ontstekingen aanwezig waren.
- Bobine (controle primaire stroom)
- Secundaire ontstekingskring (controle primaire spanning)
Als een storing wordt herkend, worden de betreffende brandstofverstuivergroepen niet meer aangestuurd om de katalysator tegen thermische overbelasting te beschermen.
Als de storing gedurende meer dan ca. 255 ontstekingen niet meer optreedt, worden de verstuivers weer aangestuurd.
Berekening van vervangende waarden voor gebruik van het "noodlooprogramma" bij signaaluitval
De regeleenheid PMS (A13) berekent bij uitval van bepaalde ingangssignalen overeenkomstig andere signalen een vervangende waarde om het systeem in werking te houden.
Voorbeeld:
Bij uitval van de druksensor in de regeleenheid PMS (A13) wordt, afhankelijk van het toerental en de luchtklepstand, een belastingssignaal berekend voor het vaststellen van de inspuitduur.
Zelfstandige herkenning van de mechanische eindaanslag van de gesloten luchtklep.
Voor een ongestoorde werking van de stationairregeling moet de regeleenheid PMS (A13) de mechanische eindaanslag van de gesloten luchtklep herkennen.
De herkenning vindt plaats bij contact "IN", gaspedaal "niet" bediend (selectiehendel in P/N). De luchtklep wordt door de stelmotor die in het stelelement stationairregeling is geïntegreerd tegen de eindaanslag getrokken. Het stelelement stationair-regeling (LLR) neemt de mechanische eindaanslag van de gesloten luchtklep op en slaat deze vervolgens op in de regeleenheid.
Zelfstandige herkenning van de wagenuitvoering
De regeleenheid PMS (A13) herkent de eerste keer dat de wagen sneller dan 10 km/h rijdt aan de hand van de aansluitingen van de ingangen de volgende wagenuitvoeringen en slaat deze op in de regeleenheid PMS (A13).
- Mechanische/automatische wisselbak
- Met/zonder katalysator
Aanwijzing
De "herkenning wagenuitvoering" kan via de testaansluiting van de diagnosedoos met de Hand-Held-Tester (HHT) opnieuw worden geactiveerd.
Hierbij worden tegelijkertijd:
- het storingsgeheugen gewist,
- de opgeslagen waarden voor de automatische aanpassing van de mengselvorming gereset en
- een herkenning van de mechanische aanslag van de gesloten luchtklep uitgevoerd.
De "herkenning wagenuitvoering" wordt ook geactiveerd als de regeleenheid PMS (A13) wordt losgenomen en opnieuw wordt aangesloten.
Automatische aanpassing van de mengselvorming
Als de regeleenheid PMS (A13) tijdens de lambda-regeling via het signaal van de O2-sonde een afwijking van lambda=1 (corresponderend met 14,7 kg lucht ten opzichte van 1 kg brandstof) registreert, wordt het mengsel door wijzigen van de inspuitduur zo lang gecorrigeerd tot opnieuw lambda=1 is bereikt. De correctie in de richting "rijk" of "arm" bedraagt telkens max. 25%. De correctie wordt opgeslagen door de regeleenheid PMS (A13).
Dit garandeert dat de mengselsamenstelling tijdens de regeling niet te "rijk"of te "arm" is.
De zelfaanpassing wordt doorgevoerd:
- Bij het stationair draaien
- Bij deellast
Aanwijzing
De opgeslagen waarden van de automatische aanpassing kunnen via de testaansluiting van de diagnosedoos met de Hand-Held-Tester (HHT) worden weergegeven.
Na reparatiewerkzaamheden, zoals het vervangen van de regeleenheid PMS (A13) of het stelelement stationairregeling (LLR), past de regeleenheid PMS (A13) zichzelf opnieuw automatisch aan.
Ingangssignalen van | |||
| Codeerstekker PMS | R27 | |
| Stelelement stationairregeling | M33 | |
| Werking startblokkeerschakelaar | S75 | |
Uitgangssignalen aan | |||
| Bobines PMS | R9/R39 | |
| Verstuivers | Y16-Y19 | |
| Stelelement stationairregeling | M33 | |
| Regeneratieventiel | Y1 | |
| Relais brandstofpomp | K39 |
Verwezen documenten
- gf0703s5004aa
- gf0752s1002a Codeerstekker PMS, plaatsing/functie/werking
- gf0752s1005a Bobines PMS, plaatsing/functie/bouw/werking
- gf0752s1008a Relais brandstofpomp, plaatsing/functie/bouw/werking
- gf0752s1010a Stelelement stationairregeling PMS, plaatsing/functie/bouw/werking
- gf2719s3009a
- gf4730s3006a