gf0752p3000a

Regeleenheid PMS, plaatsing/bouw/werking

Type gf · thema 07.52 · versie 0103 · 2003-09-15

Geldig voor: MOTOR 111.920 /940 /941

Plaats

Functiegroep 1 Motor › 07 Mengselvorming › 07.52 Benzine-inspuit- en ontstekingssysteem PMS

Geldt ook voor motoren/versnellingsbakken: 111 920, 111 940, 111 941

GF07.52-P-3000A

Regeleenheid PMS, plaatsing/bouw/werking

20.7.93

MOTOR 111.920 /940 /941

Regeleenheid PMS, plaatsing/bouw/werking

P07.52-0003-06

1 Aansluiting krukasstandsensor (L5)

2 Elektrische aansluiting

3 Aansluiting inlaatspruitstuk

4 Aansluiting codeerstekker PMS (R16/7)

N3/6 Regeleenheid PMS

Functie

Regelt na beoordeling van de ingangssignalen de volgende systemen:
- Brandstofinspuitsysteem
- Stationairregeling
- Ontstekingssysteem

Bewaakt de in-/uitgangen, controleert de plausibiliteit en slaat storingen op

Berekening van vervangende waarden voor gebruik van het "nood-programma" bij signaaluitval

Zelfstandige herkenning van de mechanische eindaanslag

Automatische aanpassing van mengselvorming (alleen bij KAT)

Zelfstandige herkenning van de wagenuitvoering

Werking

Regeleenheid PMS (N3/4) wordt rechtstreeks vanaf klem 15 en 30 van spanning voorzien.

Met behulp van een ingebouwde druksensor neemt regeleenheid PMS (N3/4) de inlaatspruitstukdruk op, de belangrijkste meetfactor bij het bepalen van de inspuitduur. De eenheid neemt de verdere ingangssignalen op en stuurt afhankelijk van de bedrijfsomstandigheden de uitgangen aan.

Ingangssignalen van:

- Codeerstekker PMS (R16/5)

- CO-potentiometer (R33) (zonder KAT)

- O2-sonde (G3/2) (alleen KAT)

- Krukasstandsensor (L5)

- Inlaatspruitstukdruk (druksensor regeleenheid PMS (N3/6))

- Startblokkeer- en achteruitrijlichtschakelaar (S16/3)

- Stelelement stationairregeling (M16/6)

- Regeleenheid ABS (N30) (snelheidssignaal)

- Regeleenheid compressoruitschakeling (N6) (inschakelsignaal aircocompressor)

- Regeleenheid Tempomat (N4) (signaal Tempomat "AAN")

-----------------------------------------------------------------------------------------

Uitgangen:

- Brandstofverstuivers (Y62)

- O2-sondeverwarming (alleen KAT)

- Relais brandstofpomp (K27)

- Relais partiële inlaatspruitstukvoorverwarming (K3/1) (alleen KAT)

- Stelelement stationairregeling (M16/6)

- TN-signaal (toerentalsignaal motor)

- Omschakelventiel schakelmomentverlegging (Y3/3) (KAT en automatische wisselbak)

- Bobines (T1/1, T1/2)

-----------------------------------------------------------------------------------------

Diagnose/opslaan van storingen

Alle in- en uitgangen worden op plausibiliteit gecontroleerd als de motor draait. Waargenomen storingen worden in het storingsgeheugen opgeslagen. Regeleenheid PMS (N3/6) onderscheidt de volgende storingen:

- Storingen die momenteel in het geheugen aanwezig zijn.

- Storingen die een bepaalde periode aanwezig waren.

- Kortstondige onderbrekingen (haperende contacten) die meer dan 5 keer zijn opgetreden tijdens een rit.

Voor regeleenheid PMS (N3/6) heeft er een rit plaatsgevonden na:

- Snelheid >4 km/h

- Motortoerental >700/min.

- Contact "UIT" >30 seconden

De storingen blijven bij contact "UIT" opgeslagen, maar worden gewist na het losnemen van de accu.

De storingen worden automatisch uit het storingsgeheugen gewist wanneer deze gedurende 19 opeenvolgende ritten niet meer optreden. Als een storing bijvoorbeeld na 6 foutloze ritten opnieuw optreedt, moeten er weer 19 opeenvolgende foutloze ritten volgen voordat de storing automatisch wordt gewist.

De opgeslagen storingen kunnen via bus 8 van diagnose-testaansluiting (X11/4) worden uitgelezen en worden gewist met:

- Hand Held Tester (HHT)

- Impulsteller

-----------------------------------------------------------------------------------------

Aanwijzing voor het ontstekingssysteem

Regeleenheid PMS (N3/6) controleert bij draaiende motor continu het verloop van de primaire spanning en primaire stroom van bobines (T1/1, T1/2) en kan aan de hand hiervan herkennen of storingen bij meer dan ca. 50 ontstekingen aanwezig waren:

- Bobine (controle primaire stroom)

- Secundaire ontstekingskring (controle primaire spanning)

Als een storing wordt herkend, worden de betreffende brandstofverstuivergroepen niet meer aangestuurd om de katalysator tegen thermische overbelasting te beschermen.

Als de storing gedurende meer dan ca. 255 ontstekingen niet meer optreedt, worden de verstuivers (Y62) weer aangestuurd wanneer:

- Motortoerental >2500/min bedroeg

- Wagen decelereert (inspuitonderbreking)

-----------------------------------------------------------------------------------------

Berekening van vervangende waarden voor "noodprogramma" bij signaaluitval

Regeleenheid PMS (N3/6) berekent bij uitval van bepaalde ingangssignalen overeenkomstig andere signalen een vervangende waarde om het systeem in werking te houden.

Voorbeeld:

Bij uitval van de druksensor in regeleenheid PMS (N3/6) wordt, afhankelijk van het toerental en de luchtklepstand, een belastingssignaal berekend voor het vaststellen van de inspuitduur.

-----------------------------------------------------------------------------------------

Zelfstandige herkenning van de mechanische eindaanslag van de gesloten luchtklep

Voor een ongestoorde werking van de stationairregeling moet regeleenheid PMS (N3/6) de mechanische eindaanslag van de gesloten luchtklep herkennen.

De herkenning geschiedt bij contact "AAN" (90 seconden, selectiehendel in stand P/N). Terwijl de luchtklep door de stelmotor in het stelelement stationairregeling (M16/6) tegen de eindaanslag wordt getrokken, neemt regeleenheid PMS (N3/6) via de potentiometer werkelijke waarde (luchtklephoek) de stroomverhoging op van de stelmotor. Aan de hand hiervan wordt de mechanische eindaanslag gemeten en opgeslagen.

-----------------------------------------------------------------------------------------

Automatische aanpassing van mengselvorming (alleen KAT)

Als regeleenheid PMS (N3/6) tijdens de lambda-regeling via het signaal van de O2-sonde (G3/2) een afwijking van lambda=1 registreert, wordt het mengsel door wijzigen van de inspuitduur zo lang gecorrigeerd tot opnieuw lambda=1 is bereikt. Er is echter slechts een beperkte correctie mogelijk. De correctie wordt door regeleenheid PMS (N3/6) opgeslagen. Tijdens de regeling (waarbij de lambdaregeling niet actief is) wordt het mengsel overeenkomstig de opgeslagen correctiewaarden aangepast.

Dit garandeert dat de mengselsamenstelling tijdens de regeling niet te "rijk"of te "arm" is.

De automatische aanpassing wordt uitgevoerd tijdens:

- Bij het stationair draaien

- In het deellastbereik

-----------------------------------------------------------------------------------------

Aanwijzing

De opgeslagen waarden van de zelfaanpassing kunnen via bus 8 van de diagnosetestaansluiting (X11/4) met de Hand Held Tester (HHT) worden weergegeven. Resetten is nodig na reparatie-werkzaamheden aan onderdelen die de uitlaatgassen beïnvloeden. Het resetten geschiedt ook wanneer regeleenheid PMS (N3/6) wordt afgesloten.

De opgeslagen waarden van de automatische aanpassing worden op de Hand Held Tester (HHT) als volgt weergegeven:

- Tijdens het stationair draaien in ms, hetgeen betekent dat deze waarde voor het bepalen van de inspuitduur moet worden opgeteld bij of worden afgetrokken van de door het programma berekende basisinspuitduur.

In het deellastbereik als factor, hetgeen betekent dat deze factor voor het bepalen van de inspuitduur moet worden vermenigvuldigd met de berekende motorbelasting.

Bijvoorbeeld:
Daadwerkelijk luchtmassaverbruik: 12 kg/h
Indicatie: 1,11
Rekenkundig luchtmassaverbruik dat voor het bepalen van de inspuitduur wordt gebruikt: 13,32 kg/h

-----------------------------------------------------------------------------------------

Zelfstandige herkenning van wagenuitvoering

Regeleenheid PMS (N3/6) herkent bij de eerste ingebruikname aan de hand van de aansluitingen van de ingangen de wagenuitvoering, slaat deze op en activeert de programma's voor de betreffende wagenuitvoering.

Mogelijke wagenuitvoeringen:

- Mechanische/automatische wisselbak

- Met/zonder KAT

Aanwijzing

De herkenning van de wagenuitvoerin kan via bus 8 van diagnosetestaansluiting (X11/4) met de Hand Held Tester (HHT) opnieuw worden geactiveerd;
Hierbij worden tegelijkertijd:

- Het storingsgeheugen gewist.

- De opgeslagen waarden van de automatische aanpassing van de mengselvorming (alleen KAT) gereset.

- Een herkenning van de mechanische aanslag van de gesloten luchtklep uitgevoerd.

De herkenning van de wagenuitvoering wordt ook geactiveerd als regeleenheid PMS (N3/6) wordt losgenomen en opnieuw wordt aangesloten.

Codeerstekker PMS, plaatsing/functie/werking

GF07.52-P-1002A

Temperatuursensor koelmiddel, plaatsing/functie/bouw/werking

GF15.00-P-3005A

Temperatuursensor aangezogen lucht, plaatsing/functie/bouw/werking

GF15.00-P-3006A

Krukasstandsensor, plaatsing/functie/bouw/werking

GF15.00-P-3007A

Verwezen documenten