GF07.51-P-2002D | Starten HFM werking | 19.7.96 |
MOTOR 104.941 tot 31.7.96
behalve CODE (491) vanaf modeljaar 97 USA-uitvoering
behalve CODE (498) vanaf modeljaar 97 Japan-uitvoering
MOTOR 104.942 /945 /992
MOTOR 104.943 /944 /991 /994 tot 31.7.96
MOTOR 104.995
behalve CODE (491) vanaf modeljaar 97 USA-uitvoering
behalve CODE (498) vanaf modeljaar 97 Japan-uitvoering
MOTOR 111.921 /942 tot 31.8.98
MOTOR 111.945 tot 31.8.98 in TYPE 202.020 /080
MOTOR 111.945 tot 31.5.98 in TYPE 208.335
MOTOR 111.946 tot 31.5.98
MOTOR 111.960 /961 /970 /977
MOTOR 111.944 /975 tot 31.7.96
MOTOR 111.974 behalve CODE (491) vanaf modeljaar 97 USA-uitvoering
15.03.07 | Het document is tot en met deze datum geactualiseerd en is niet meer aan wijziging onderhevig. |
Startregeling
Om het starten van de koude motor te vergemakkelijken, moet tijdens het starten, afhankelijk van de koelmiddeltemperatuur, extra brandstof worden ingespoten. De hogere opbrengst wordt bereikt door de inspuitduur te verlengen.
Accuspanning en spanningsvoorziening
De ingespoten brandstofhoeveelheid wordt bepaald door de openingsduur van de brandstofverstuivers. Deze openingsduur is afhankelijk van de accuspanning. Om de opbrengst bij onder meer lagere accuspanningen te compenseren, verlengt de regeleenheid HFM de inspuitduur. Onder ca. 7 V kan de motor niet meer worden gestart.
Nastartmengselverrijking
Na de start is bij een koude motor korte tijd een verrijking met extra brandstof nodig. De brandstof die op de cilinderwanden neerslaat, wordt door deze verrijking gecompenseerd, waardoor de motor soepel doorloopt.
-----------------------------------------------------------------------------------------
Synchronisatie van de inspuit- en ontstekingsvolgorde
Om de cilinders in de juiste volgorde in te spuiten en te laten ontsteken, wordt de volgorde bij de eerste motoromwentelingen gesynchroniseerd. Hiervoor heeft de regeleenheid HFM de signalen van de positiesensor resp. de Hall-sensor nokkenas en positiesensor krukas nodig.
Ontsteking tijdens het starten
Tijdens het starten wordt het ontstekingstijdstip tot ca. 500/min. uitsluitend op basis van de signalen van de positiesensor krukas resp. Hall-sensor nokkenas geregeld. Pas bij een toerental van ca. 600/min. wordt van een vast ontstekingstijdstip overgestapt op een ontstekingstijdstip dat afhankelijk van de huidige bedrijfs-toestand wordt berekend.
De regeleenheid infrarood-afstandsbediening blokkeert voor het wegrijbeveiligingssysteem de motorregeleenheid. Het systeem blokkeert de motorregeling. De startmotor draait weliswaar, maar de motor start niet.
-----------------------------------------------------------------------------------------
Accu | |||
Contactstartschakelaar | Schakeling klem 50 zie elektrische schema's groep 15 | ||
Startmotor | |||
| Brandstofvoorziening (HFM) werking | ||
| Ontstekingssysteem (HFM) werking | ||
| Regeling startopbrengst werking | ||
| Synchronisatie van de inspuit- en ontstekingsvolgorde werking | met incrementregeling | |
| Synchronisatie van de inspuit- en ontstekingsvolgorde met segmentregeling werking | ||
| Informatie selectiehendelstand werking | met automatische wisselbak | |
| Startmotorregeling werking | Type 170 met motor 111 en mechanische wisselbak | |
Type 170 met motor 111 en automatische wisselbak |
Verwezen documenten
- gf0713p3000d
- gf0751p3001d Ontstekingssysteem HFM, werking
- gf0751p3004d Brandstofvoorziening HFM werking
- gf0751p4009d Synchronisatie inspuit- en ontstekingsvolgorde HFM werking
- gf0761p4009d Synchronisatie inspuit- en ontstekingsvolgorde ME, werking
- gf0761p4029f Informatie selectiehendelstand, werking
- gf1530p3000g
- gf1530p3000ga