GF07.16-S-2007A | Totale opbrengstregeling CDI, werking | 29.5.98 |
MOTOR 611.980 in TYPE 638.094 /194 /294
De opbrengstregeling van het Common-Rail-systeem wordt, vergeleken met de tot dusver toegepaste inspuittechniek, op een geheel veranderde wijze gerealiseerd. Een module van de inspuitelektronica berekent de totale opbrengst. Deze moet voor elke cilinder in voor- en hoofdopbrengst worden opgedeeld.
Afhankelijk van de gaspedaalstand en van de bedrijfstoestand van de motor worden de onderstaande waarden bepaald om de juiste opbrengst te berekenen:
Railnormdruk
Begin van injectoraansturing
Aansturingsduur
Daarnaast zijn bij de totale opbrengstregeling vele afzonderlijke systemen betrokken:
Regeling startopbrengst
Regeling stationair draaien (750 omw/min)
Regeling vollastopbrengst (reductie van de opbrengst)
Regeling regelmatig draaien
Begrenzing maximum toerental (4200-4600 omw/min)
Deceleratie (opbrengstregeling wordt onderbroken als het motortoerental >1500 omw/min is en het gaspedaal niet wordt ingedrukt)
-----------------------------------------------------------------------------------------
Het inspuitmoment en de inspuitduur worden vastgelegd als de voor- en hoofdopbrengst worden berekend.
Regeling inspuitdruk
Raildrukregelventiel (Y74) wordt gebruikt voor het regelen van de druk. Raildrukregelventiel (Y74) stelt aan de hand van de vastgelegde signaaltoetsverhouding van regeleenheid CDI (A53) de betreffende druk beschikbaar.
De regelkring is voltooid bij regeleenheid CDI (A53) met behulp van een uiterst gevoelige raildruksensor (B66), die de actuele werkelijke druk van de rail opneemt.
Afhankelijk van het bedrijfsmoment wordt een normwaarde bepaald die wordt gecorrigeerd aan de hand van de atmosferische druk (interne sensor in regeleenheid CDI (A53)), de koelmiddel-temperatuur (sensor B60) en de temperatuur van de aangezogen lucht (sensor B63).
-----------------------------------------------------------------------------------------
Regeling startopbrengst
Nadat regeleenheid CDI (A53) het inspuitmoment via nokkenasstandsensor (B48) heeft gesynchroniseerd, wordt de inspuiting vrijgegeven.
De startopbrengst wordt onafhankelijk van de gaspedaalstand tot een motortoerental van 600 omw/min geregeld door de startopbrengstregeling. Tot 600 omw/min speelt temperatuursensor koelmiddel (B60) de belangrijkste rol: hoe hoger de koelmiddeltemperatuur, des te lager de startopbrengst.
Regeling regelmatig draaien
De onregelmatigheden in het toerental die regeleenheid CDI (A53) van krukasstandsensor (B73) ontvangt, worden opgeheven door cilinderspecifieke opbrengsten. Hierdoor produceert de motor minder geluiden en draait deze met nog minder trillingen.
Bij motortoerentallen boven de 1500 omw/min wordt de regeling voor het regelmatig draaien uitgeschakeld omdat er dan te hoge eisen aan de berekening worden gesteld.
Voorinspuiting CDI, werking | |||
Hoofdinspuiting CDI, werking | |||
Tempomat, werking | |||
CAN-databus algemeen, werking | |||
Krukasstandsensor, plaatsing/functie/bouw/werking | |||
Injector, plaatsing/functie/bouw/werking | |||
Temperatuursensor aangezogen lucht, plaatsing/functie/bouw/werking | |||
Temperatuursensor koelmiddel, plaatsing/functie/bouw/werking | |||
Druksensor, plaatsing/functie/bouw/werking | |||
Nokkenasstandsensor, plaatsing/functie/bouw/werking | |||
Drukregelventiel, plaatsing/functie/bouw/werking | |||
Regeleenheid CDI, plaatsing/functie/bouw | |||
Oliesensor, plaatsing/functie/bouw/werking | |||
Schakelaar koppelingspedaal, plaatsing/functie/werking | Alleen bij mechanische wisselbak | ||
Pedaalwaardesensor, plaatsing/functie/bouw/werking |
Verwezen documenten
- gf0703s2100a
- gf0704s2100b
- gf0704s2101b
- gf0704s2103a
- gf0704s4116a
- gf0704s5035b
- gf0705s2101a
- gf0716s2008a Voorinspuiting CDI, werking
- gf0716s2009a Hoofdinspuiting CDI, werking
- gf0716s5000a Regeleenheid CDI, plaatsing/functie/bouw
- gf1840s4111a
- gf2910s2100a
- gf3020s4011a
- gf3030s0001a
- gf5400s0005a