bb9900z000000hpb

Structuurtest BB: IE

Type bb · thema 99.00 · versie 0100 · 2012-09-14

Geldig voor: TYPE 124.004

Plaats

Functiegroep 3 Opbouw/carrosserie › 99 Drukwerk › 99.00 Algemeen — Serie 124 (modellen 004)

EinPAS 45 Gegevens/informatie › 45.40 Organisatie › 45.40.23 Gebruikersinformatie — Serie 124 (modellen 004)

BB99.00-Z-0000-00HPB

Structuurtest BB: IE

TYPE

124.004

Opmerking vooraf

MB-dieselmotoren zijn bedoeld voor diesel die aan de betreffende nationale of Europese eisen voldoet. Andere brandstoffen zijn normaal gesproken niet geschikt voor deze motoren.

In het kader van het gebruik van natuurlijke grondstoffen en de ondersteuning van de binnenlandse landbouw is er de afgelopen jaren gesproken over het mogelijke gebruik van 'biodiesel'. 'Biodiesel' zijn chemisch gezien meestal plantaardige oliën die door een chemische reactie in mengsels van vetzuurmethylesters (FAME) zijn omgevormd.

Aangezien er verschillende afkortingen voor biodiesel gebruikt worden, volgt hieronder een beknopte 'verklarende woordenlijst':

FAME vetzuurmethylester - een overkoepelend begrip, wordt voortaan in de EU-normen gebruikt.

PME vetzuren plantaardige olie - een overkoepelend begrip voor methylester.

RME raapolievetzuren - specifieke 'biomethylesterdiesel' uit raapolie.

Chemisch onveranderde plantaardige olie , zoals raapolie, sojaolie en zonnebloemolie, mag niet in Mercedes-Benz dieselmotoren worden gebruikt. Dit voorschrift geldt ongeacht de zuiverheidsgraad van de plantaardige olie. Plantaardige oliën hebben in vergelijking met normale diesel bijzonder grote molecuulmassa's, waaruit enkele ongunstige eigenschappen kunnen voortvloeien:

Bijzonder hoge kooktrajecten (onvolledige mengselvorming)

Deels (bij verhitting) ontbinding bij verkoling

Hoge viscositeit enzovoorts.

Het gebruik van chemisch onveranderde plantaardige olie kan binnen de kortste tijd tot ernstige permanente schade aan de motor leiden. De redenen voor motorschade zijn hoofdzakelijk het ontstaan van koolaanslag op de verstuivers, de oppervlakken van de verbrandingsruimte, de zuigerveergroeven en in de olieboringen enzovoorts. .

In deze tekst, die verder over omgeësterde olie, wordt 'biodiesel' verder als FAME (vetzuurmethylester) aangeduid, in overeenstemming met de Europese normen, hoewel onze ervaringen zich eigenlijk beperken tot RME. FAME kan als niche-brandstof een toekomst hebben en op plekken worden gebruikt waar ecologische voordelen zijn vereist, zoals in waterwingebieden.

Er moet onderscheid worden gemaakt tussen het gebruik van 100 % FAME en mengsels van FAME en conventionele diesel. De onderstaande punten 1 t/m 3 hebben betrekking op 100 % FAME. Mengsels worden onder punt 4 behandeld.

1 Goedkeuringsstatus

Een algemene goedkeuring voor alle personenwagens is vanwege materiaalonverdraagzaamheid niet mogelijk. Sinds augustus 1999 is voor afzonderlijke typen, E 200/220 D of CDI, C 200/220 D of CDI - onafhankelijk van de betreffende motoraanduiding - als optie een voor FAME geschikte voertuiguitrusting beschikbaar. De genoemde voertuigen beschikken hoofdzakelijk over andere, bestendige elastomeren in het brandstof- en inspuitsysteem. Deze FAME-bestendige optie kan niet worden aangeboden in combinatie met de emissieklasse EU 4 om redenen die met de nabehandeling uitlaatgassen hebben te maken.

Voor verdere details, in het bijzonder over vervangingsonderdelen, dient de Service-Informatie 00.40-P-0005A van 30.3.2000 te worden geraadpleegd.

De goedkeuring voor MB-bedrijfswagens en MB-industriemotoren die geschikt zijn voor het rijden op FAME, wordt door Service-Informaties (STIN, bijvoorbeeld nr. 00.00S0028) geregeld. Deze Service-Informaties zijn voor de MB-dealers beschikbaar. De Service-Informaties beschrijven de FAME-goedkeuring met betrekking tot het voertuigtype, bouwjaar, eventueel vereiste ombouwmaatregelen enzovoorts voor SK-, MK- en LK-modellen, bussen, bestelwagens en Unimog-modellen.

2 Technische situatie

2.1 Motorwaarden

Ten opzichte van diesel geldt bij het rijden op FAME het volgende met betrekking tot de motorwaarden:

Het volumetrische brandstofverbruik ligt vanwege de lagere verwarmingswaarde iets hoger.

Het nominale vermogen ligt vanwege de lagere verwarmingswaarde en de hogere viscositeit iets lager.

De emissiewaarden bij voertuigen met direct ingespoten motoren, zoals vrachtwagens en bussen, zijn vergelijkbaar laag. De zwarte rook is aanzienlijk minder. Er werden enigszins verhoogde NOx-waarden geconstateerd.

Als er sprake is van ongunstige bedrijfsomstandigheden, in het bijzonder bij lang stationair draaien, kan zich een ongebruikelijke stank voordoen. Het gebruik van een oxidatiekatalysator leidt tot een aanzienlijke reductie van de HC-, CO- en roetemissie, alsmede van de stank.

2.2 Brandstof

De punten 1 t/m 3 in dit blad gelden voor pure FAME, niet voor mengsels van FAME en diesel. Het is echter toegestaan zonder verdere maatregelen afwisselend FAME of diesel te gebruiken bij voertuigen die voor FAME zijn goedgekeurd. Zie punt 4 voor mengsels van FAME en diesel.

De brandstof, ook in het geval van mengsels, moet aan de eisen van ontwerpnorm EN 14214 voldoen.

Het is erg belangrijk dat EN 14214 wordt aangehouden, omdat het gebruik van brandstof van mindere kwaliteit tot functiestoringen en schade kan leiden.

2.3 Motorolie

Met betrekking tot de afvoer geldt in het algemeen:

Niet elke fabrikant van geregenereerde motorolie kan motorolie verwerken, die een bepaald estergehalte aan FAME bevat. De klant dient het verwerkingsbedrijf voor afgewerkte olie hierover aan te spreken.

2.3.1 Personenwagens

Er gelden dezelfde olieverversingsintervallen als bij diesel.

Het brandstoffilter bij 1000 t/m 5000 km en elke 30.000 km vervangen.

Als er langdurig op diesel is gereden (> 10.000 km), moet na omschakeling naar FAME het brandstoffilter op korte termijn worden vervangen (bij 1000 - 2000 km).

Bij voertuigen waarbij naar FAME is omgeschakeld en die vervolgens langer dan twee weken niet zijn gebruikt, moet eerst naar diesel worden omgeschakeld en minstens 30 minuten worden gereden.

Bij temperaturen onder de -10 °C wordt het gebruik van normale winterdiesel aanbevolen.

2.3.2 Bedrijfswagens

Bij het rijden op FAME (B100) moet motorolie conform MB-Betriebsstoffvorschrift 228.3/.31/.5/.51 worden gebruikt. De verkorte olieverversingsintervallen bij het rijden op FAME worden in de Service-Informatie SI 00.40-N-0008A van 12 mei 2009 voor alle bedrijfswagenmotoren aangegeven.

2.4 FAME-bestendigheid van onderdelen

Personenwagens:

Als elastomeerslangen en -afdichtingen in de brandstofvoorziening aanwezig zijn, moeten deze worden omgebouwd naar onderdelen van fluorrubber; de beschikbaarheid van dergelijke onderdelen kan alleen voor bepaalde typen worden gegarandeerd (zie 'Goedkeuringsstatus'). Meer hierover vindt u in de onder 1) genoemde Service-Informaties.

Bedrijfswagens:

In sommige voertuigentypen zijn bij langdurig gebruik niet alle onderdelen, vooral die van elastomeer, bestand tegen FAME. De geschiktheid voor het gebruik van FAME moet op grond van de bedrijfs- en verkeersveiligheid voor elk voertuigtype worden gecontroleerd en kan, indien nodig, in sommige gevallen door aanpassingen worden gegarandeerd. Meer hierover vindt u in de onder 1) genoemde Service-Informaties.

2.5 Overige

Het probleem van de winterbestendigheid/koude start is niet opgelost. Afhankelijk van het voertuig en de motor kunnen bij temperaturen onder het vriespunt brandstofvoorverwarmingssystemen nodig zijn.

FAME is een bijzonder goed oplosmiddel. Daarom moet contact met het lakwerk tijdens het tanken worden voorkomen.

3 Wettelijke voorschriften

3.1 Brandstofnorm

Voor FAME als diesel geldt de norm EN 14214 versie 02/2009.

3.2 Algemene typegoedkeuring

Het nominale vermogen bij gebruik van FAME kan met meer dan 5 % dalen ten opzichte van het vermogen dat door de fabrikant wordt opgegeven. De typegoedkeuring komt hierdoor niet te vervallen.

4. Mengsels van FAME en minerale diesel

4.1 Opmerkingen met betrekking tot normen

Vanuit politiek oogpunt (Europese Commissie) moet het gebruik van biobrandstoffen in de EU worden bevorderd. Daarom werd in de nu geldende herziening van EN 590 uit 2009, in de Duitse DIN-norm 51628 en in de Oostenrijkse ÖNORM 1590 het bijmengen van 7 vol.- % FAME conform EN 14214 uitdrukkelijk toegestaan.

4.2 Technische implicaties

De onder 4.1 beschreven regelingen vereisen dat alle voertuigen die zich op de Europese markt bevinden, langdurig gebruik moeten doorstaan met tot 7 vol.- % FAME zonder nadelen voor de klanten en het milieu. Dit valt echter niet volledig te garanderen.

Volgens de ACEA (Europese Federatie van Autoproducenten) kan een concentratie van 7 vol. % FAME worden getolereerd, hoewel er bij oudere voertuigen wel bepaalde risico's bestaan. Voorwaarde is echter dat het mengsel volledig aan EN 590:2009 en het FAME-gehalte aan EN 14214 voldoet. Hogere concentraties FAME moeten als zodanig worden aangeduid, en moeten worden vermeden bij voertuigen die niet zijn aangepast.

4.3 Situatie buiten de EU

Vanwege de verhoogde kosten voor primaire energie (prijzen voor ruwe olie) wordt op veel markten positief gereageerd op brandstoffen op basis van plantaardige olie. Buiten Europa vormt plantaardige olie, zoals palmolie, sojaolie of andere oliën, echter meestal de basis. Bovendien wordt soms ook ethanol in plaats van methanol voor het omesteren gebruikt. De hieruit resulterende methyl- of ethylesters hebben in de regel andere brandstofeigenschappen dan raapolievetzuurmethylester. Bovendien geldt EN 14214 alleen in de EU. De Amerikaanse tegenhanger, ASTM 6751, beschrijft de kwaliteit niet op een vergelijkbare wijze en deze mengsels worden niet door ons getest. In de Amerikaanse staat Minnesota heeft de verplichte bijmenging aanzienlijke problemen veroorzaakt.

4.4 Doorontwikkeling binnen de EU

Conform de voorschriften van de betreffende Europese aanbeveling wordt binnen de EU gestreefd naar een verhoging van het gehalte regeneratieve bestanddelen van 10 % (energetisch) in de brandstof.