AD30.35-L-5000A | Motorregeling wagen (FMR), diagnose storingen opsporen | 7.10.97 |
MOTOR 904 in TYPE 668, 670
Motorregeling wagen (FMR), diagnose voorkennis | |||
Klacht | Mogelijke oorzaak | Aanwijzing | Maatregelen |
Laag motorvermogen | Regeleenheid PLD herkent: oliedruk te laag turbodruk te laag | Oliedruksensor controleren (bij 600/min >0,5 bar) Als motor is afgezet, turbodruk vergelijken met atmosferische druk (max. 200 mbar) | |
Turboluchttemperatuur te hoog Brandstoftemperatuur te laag Koelmiddeltemperatuur te hoog | Wagen moet langere tijd hebben stilgestaan (motor afgekoeld). Thermische afregeling wordt geactiveerd. | Plausibiliteitscontrole voor temperatuursensor uitvoeren | |
Regeleenheid PLD defect (uitval hoofdcomputer) Regeleenheid MR defect | Motor bevindt zich in noodloop (1300/min). Motor bevindt zich in noodloop (1300/min). | Storingsgeheugen regeleenheid FMR uitl. Storingsgeheugen regeleenheid PLD uitlezen, zo nodig FMR-parameters en werkelijke waarden controleren. Regeleenheid FMR bij wijze van proef vervangen. | |
Magneetventiel in insteekpomp vertoont lekkage. Scheur in insteekpomp. Verstuiver defect. Verbindingen van drukbuisverbindingsstuk vertonen lekkage. | Hogedrukzijde van insteekpomp naar verstuiver en hoeveelheid lekbrandstof controleren. | ||
Brandstoflagedruksysteem niet in orde. Overstroomventiel vertoont lekkage. Brandstoffilter verstopt. | Druk in brandstoflage-druksysteem controleren (5,5 tot 6,5 bar) | ||
Motorremklep defect | Werking controleren, visuele controle uitvoeren | ||
Compressiedruk te laag. Konstantdrossel defect. | Compressiemeting met STAR DIAGNOSE (motortest) uitvoeren. | ||
Konstantdrossel defect Element insteekpomp klemt Aandrijving insteekpomp defect | Insteekpomp met STAR DIAGNOSE (motortest) afzonderlijk na elkaar uitschakelen (motor-reactie controleren). | ||
Oliedruk te laag | Oliedruk controleren | ||
Defect aan turbo of in gehele verbrandingsluchtsysteem. | Rookbegrenzing wordt geactiveerd. | Turbodruk bij belasting controleren. Luchtfilter, luchtslangen/-buizen turboluchtkoeler op lekkage controleren. | |
Motor zaagt, schudt of loopt onregelmatig | Gaspedaal staat niet volledig in de ruststand (stationaire stand wordt niet bereikt door vuil, verontreinigingen, enz.). Gaspedaal niet juist gecodeerd. | Koppelverzoek FMR (werkelijke waarde 02 van PLD) controleren. | |
Polen krukasstandsensor omgewisseld Polen BDP-sensor (nokkenasstandsensor) omgewisseld | Als de motor in noodloop beter draait, zijn de polen van de losgenomen omwentelingensensor omgewisseld. | Aansluiting controleren met STAR DIAGNOSE (motortest). Krukasstandsensor of BDP-sensor losnemen. | |
Gaspedaal mechanisch defect (uitgeslagen, terugdrukveer lam etc.). | Koppelverzoek FMR (werkelijke waarde 02 van PLD) controleren. | ||
Brandstoflagedruksysteem niet in orde. | Koppelverzoek FMR (werkelijke waarde 02 van PLD) controleren. | ||
Uitval hogedrukgedeelte (van insteekpomp tot verstuiver). Verbindingen van insteekpomp, leiding, drukbuisverbindingsstuk en verstuiver vertonen lekkage. | Druk in brandstoflage-druksysteem controleren (5,5 tot 6,5 bar), systeem op lekkage controleren. | ||
Brandstofverbruik te hoog | Regeleenheid PLD herkent een te hoge brandstoftemperatuur. | Wagen moet langere tijd hebben stilgestaan (tot motor is afgekoeld). | Plausibiliteitscontrole voor temperatuursensor uitvoeren. |
Drukzijde naar compressor (turbo) vertoont lekkage. | Zie ook Storingen opsporen bij vermogensgebrek. | Op lekkage controleren | |
Verbindingen van insteekpomp, leiding, drukbuisverbindingsstuk en verstuiver vertonen lekkage (hoge druk). | Zie ook Storingen opsporen bij vermogensgebrek. | Visuele controle, op lekkage controleren. | |
Motor start moeilijk | Regeleenheid PLD herkent een te hoge koelmiddeltemperatuur | Plausibiliteitscontrole voor temperatuursensor uitvoeren. | |
Regeleenheid PLD defect (uitval hoofdcomputer) | Noodloop 1300/min | Storingsgeheugen regeleenheid FMR uitlezen zo nodig regeleenheid PLD vervangen. | |
Brandstoflagedruksysteem niet in orde | Druk in brandstoflage-druksysteem controleren (5,5 tot 6,5 bar), systeem op lekkage controleren. | ||
Magneetventiel in insteekpomp vertoont lekkage. Insteekpomp defect | Insteekpomp bij wijze van proef vervangen. | ||
Inspuitleiding, drukbuisverbindingsstuk of verstuiver defect | Onderdelen controleren, zo nodig vervangen. | ||
Konstantdrossel defect (indien aanwezig) | Witte rook na het starten | Luchtdrukaansturing controleren (pneuma-tica). Compressiemeting met STAR DIAGNOSE (motortest) uitvoeren. Insteekpomp met STAR DIAGNOSE (motortest) afzonderlijk na elkaar uitschakelen (motor-reactie controleren). | |
Motor rookt zwart | Regeleenheid PLD herkent: Turbodruk te hoog Turboluchttemperatuur te laag Koelmiddeltemperatuur te laag tijdens starten Brandstoftemperatuur te hoog Regeleenheid PLD defect (uitval hoofdcomputer) | Wagen moet langere tijd hebben stilgestaan (motor afgekoeld). Als de klacht alleen optreedt bij het veran-deren van belasting of toerental en bij het schakelen, zijn de turbodruk en de turbo-luchttemperatuur de oorzaak. Noodloop 1300/min | Als motor is afgezet, de turbodruk vergelijken met atmosferische druk (max. 200 mbar). Plausibiliteitscontrole voor temperatuursensor uitvoeren. Storingsgeheugen regeleenheid FMR uit-lezen, zo nodig regel-eenheid PLD vervangen. |
Verstuiver defect | Visueel op koolaanslag en verstopte verstuiver-openingen controleren. Verstuiverdruk stand 1 (250 bar) controleren (verstuiverdruk stand 2 kan niet worden gecontroleerd). | ||
Motorremklep defect | Werking controleren of visuele controle uitvoeren. | ||
Turbo defect, turboluchtbuis defect of luchtfilter verontreinigd | Visuele controle uitvoeren, turbodruk en aanzuigdruk meten. | ||
Konstantdrossel defect (indien aanwezig) | Compressiemeting met STAR DIAGNOSE uitvoeren. | ||
Trekkrachtonderdrukking | Haperend contact in spanningsvoorziening Schommelingen in spanningsvoorziening Onjuist snelheidssignaal (korte tijd 88 km/h) | Storingen worden niet herkend door diagnose-functies in regeleen-heden FMR en PLD. | Poolklemmen van accu controleren op vastzitten en corrosie. 15-polige connector aan regeleenheid PLD controleren op vastzitten en corrosie. Storingsgeheugen van regeleenheid FMR uitlezen. Testrit maken met STAR DIAGNOSE (werkelijke waarde 17 en 19 van PLD). |
Brandstoflagedruksysteem niet in orde | Druk in brandstoflage-druksysteem controleren (5,5 tot 6,5 bar), systeem op lekkage controleren. | ||
Laag motorremvermogen | Defect in FMR-systeem | Storingsgeheugen van regeleenheid FMR uitlezen. Voetschakelaar (werkelijke waarde 29 van FMR) en aansturing van motorrem en, zo nodig Kostantdrossel, controleren: als de wagen stilstaat kortstondig "volgas geven", vervolgens gas-pedaalsensor loslaten en snel voetschakelaar motorrem bedienen. Als het magneetventiel schakelt (hoorbaar), is de FMR-aansturing in orde. | |
Konstantdrossel defect (indien aanwezig) | Luchtdrukaansturing controleren (pneumatiek). | ||
Motorremklep defect | Werking controleren of visuele controle uitvoeren. | ||
Motor slaat spontaan af | Totale uitval van regeleenheid PLD | Regeleenheid PLD vervangen. | |
Polen krukasstandsensor omgewisseld Polen BDP-sensor (nokkenasstandsensor) aangesloten | Als de motor in nood-loop beter draait, zijn de polen van de losge-nomen omwente-lingensensor omge-wisseld. | Aansluiting controleren met STAR DIAGNOSE (motortest). Krukasstandsensor of BDP-sensor losnemen. | |
Spanningsvoorziening onderbroken | Kabelset met 15-polige connector controleren. | ||
Kortsluiting in bekabeling naar of aan stopknop als motor draait | Knop en motorkabelset met 55-polige connector controleren. | ||
Regeleenheid FMR defect | Regeleenheid FMR bij wijze van proef vervangen. | ||
Brandstoflagedruksysteem niet orde Aandrijving van brandstofopvoerpomp defect | Druk in brandsstoflage-druksysteem controleren (5,5 tot 6,5 bar), systeem op lekkage controleren. | ||
Motor wordt te heet | Regeleenheid PLD herkent te hoge koelmiddeltemperatuur | Wagen moet langere tijd hebben stilgestaan (motor afgekoeld). | Plausibiliteitscontrole voor temperatuursensor uitvoeren. |
Motor regelt te vroeg af (maximum-toerental en -snelheid worden niet bereikt). | Onjuist geparametreerde regeleenheid FMR | Storingsgeheugen regeleenheid FMR uitlezen, zo nodig FMR-parameter en werkelijke waarden controleren. Regeleenheid FMR bij wijze van proef vervangen. | |
Regeleenheid PLD herkent een te hoog toerental | Signaal krukasstand-sensor controleren (stoorsignalen). | ||
Motor in noodloop (constant toerental 1300/min) | CAN-kabel defect Regeleenheid PLD defect (uitval hoofdcomputer, CAN-processor) Regeleenheid FMR defect | CAN-kabels op onderbreking en onderlinge kortsluiting, kortsluiting naar massa en UB+ controleren. Regeleenheid FMR bij wijze van proef vervangen. Regeleenheid PLD bij wijze van proef vervangen. |
Verwezen documenten
- ad3035l2001a Motorregeling (FMR) diagnose kennis
- ad3035l4001a Motorregeling wagen (FMR), diagnose storingsgeheugen