Functiecontrole via werkelijke waarden met HHT (motor controleren)
Nr. werk. waarde | Werkelijke waarde | Normwaarde |
| Temperatuur koelmiddel | > 80 °C |
| Motortoerental | 750 50 min-1 |
| Inspuitduur | 2,1 - 2,6 ms |
| Lambda-regeling (bij klachten moet de Lambda-regeling bij stationair toerental en bij 2500 min-1 met losgenomen en afgesloten regeneratieleiding (naar motor) worden gemeten) | 0 10 % |
| Luchtklephoek | 0,3 - 2,5 ° |
| Inlaatspruitstukdruk | 600 50 mbar |
| O2-sondespanning (schommelt rond 300 mV na 2 min) | – 200 tot +1000 mV |
| Automatische zelfaanpassing stationair toerental (basisstand stationair toerenral, 0,0 ms. Bij een stationair toerental van < 0,0 ms (neg. waarde) is er doorgaans een "rijk" brandstof/luchtmengsel. Bij een stationair toerental van > 0,0 ms (pos. waarde) is er doorgaans een "arm" brandstof/luchtmengsel. | 0 0,2 ms |
| Automatische zelfaanpassing factor deellast (basisstand deellast, 1,0. Neiging "rijk" < 1,0. Neiging "arm" > 1,0. | 0,85 - 1,15 |
| Openingshoek (de openingshoek wordt ook voor stabilisering van het stationair toerental versteld, daarom kan in extreme gevallen de openingshoek kortstondig 10° van de normwaarde afwijken) | 5 5 °KW voor BDP |
| Codeerstekker (correctiestand codeerstekker) | 1 |
| Rijstand (selectiehendelstand P/N) | Indicatie: UIT |
| Uitschakeling (stationair toerental) Motortoerental > 2100 min-1 | Indicatie: UIT Indicatie: AAN |
| Vonkduur bobine | 0,65 - 2,6 ms |
| Vonkspanning bobine | > 28 V |
| Storingsteller bobine | < 255 |
| Uitlaatgasklep | Indicatie: GESLOTEN |