gf0751s2000a

Opbrengstregeling HFM, werking

Type gf · thema 07.51 · versie 0100 · 2003-02-04

Geldig voor: Motor 104.900 in type 638.2

Plaats

Functiegroep 1 Motor › 07 Mengselvorming › 07.51 Benzine-inspuit- en ontstekingssysteem HFM — Serie 638 (modellen 2**)

Geldt ook voor motoren/versnellingsbakken: 104 900

GF07.51-S-2000A

Opbrengstregeling HFM, werking

10.6.99

Motor 104.900 in type 638.2

Opbrengstregeling HFM, werking

S47.00-2500-06

1 Inlaatspruitstuk

2 Luchtklep

3 Drukregelaar

4 Brandstoftank

5 Brandstoffilter

6 Brandstofverdeler

7 Tussenflens

A37m18 Brandstofpomp

Y16 Verstuiver 1

Y17 Verstuiver 2

Y18 Verstuiver 3

Y19 Verstuiver 4

Y65 Verstuiver 5

Y66 Verstuiver 6

A Rijrichting

Systeemoverzicht

De in de brandstoftank ondergebrachte tweetrapspomp transporteert de brandstof met maximaal 4 bar door het brandstoffilter naar de brandstofverdeler. Vanaf de brandstofverdeler wordt de brandstof naar de verstuivers en de drukregelaar geleid. Daar vandaan stroomt de overtollige brandstof zonder druk in de brandstoftank terug.

Functies van de opbrengstregeling:

- Basisafstemming via programma

- Startregeling

- Nastartregeling

- Warmdraaiverrijking

- Acceleratieverrijking

- Inspuitonderbreking

- Toerentalbegrenzing

- Lambdaregeling (adaptief deelsysteem)

Brandstofpomprelais (K39)

Deze wordt door de motorregeleenheid aangestuurd, zodra een toerentalsignaal van de motor wordt ontvangen. Vervolgens wordt de brandstofpomp en de verwarming van de O2-sonde aangestuurd.

Brandstofdrukregeling

De drukregelaar houdt het drukverschil tussen de brandstofdruk en het inlaatspruistukvacuüm onder alle bedrijfsvoorwaarden constant. Hierdoor kan de opbrengst uitsluitend via de openingsduur van de verstuivers worden bepaald.

Lamdaregeling

De verwarmde O2-sonde (R22) brengt regeleenheid (A52) op de hoogte van het restzuurstofgehalte in het uitlaatgas. Aan de hand van dit signaal wordt het mengsel tijdens het stationair draaien en in het deellastbereik op lamda = 1 geregeld om de mengselsamenstelling voor de werking van de katalysator te garanderen.

Afhankelijk van de spanning van de O2-sonde neemt deze waar of het mengsel moet worden verrijkt of verarmd. Het wijzigen van de lucht-brandstofverhouding mag echter niet sprongsgewijs worden uitgevoerd, omdat de wagen anders zou gaan schokken.

Inspuiting

De verstuivers (Y16-Y19, Y65-Y66) worden overeenkomstig de inspuitvolgorde van de motorregeleenheid aangestuurd. De opbrengst wordt door de motorregeleenheid via de inspuitduur geregeld, die overeemkomstig de bedrijfstoestand wordt vastgelegd.

De inspuiting wordt sequentieel uitgevoerd, dat wil zeggen voor elke cilinder op een vastgelegd tijdstip conform de ontstekings-volgorde.

Schommelingen in de accuspanning die van invloed zijn op de opbrengst, worden door de motorregeleenheid via de inspuitduur gecompenseerd. Voor de vollast- en acceleratie-verrijking wordt de inspuitduur verlengd door de regeleenheid.

Brandstofverdampingssysteem, werking

GF47.30-S-3013A

Tempomat (TPM), werking

GF30.30-S-0001A

Brandstofverstuiver, plaatsing/functie/bouw/werking

GF07.03-S-5004A

Temperatuursensor aangezogen lucht, plaatsing/functie/bouw/werking

GF07.04-S-2100C

Temperatuursensor koelmiddel, plaatsing/functie/bouw/werking

GF07.04-S-2101C

O2-sondes, plaatsing/functie/bouw/werking

GF07.04-S-4103B

Krukasstandsensor, plaatsing/functie/bouw/werking

GF07.04-S-4116C

Nokkenasstandsensor, plaatsing/functie/bouw/werking

GF07.04-S-5035A

Hittefilm-luchtmassameter, plaatsing/functie/bouw/werking

GF07.07-S-4118C

Regeleenheid HFM, plaatsing/functie/bouw/werking

GF07.51-S-4103A

Verwezen documenten