S47.00-2500-06
1 Inlaatspruitstuk
2 Luchtklep
3 Drukregelaar
4 Brandstoftank
5 Brandstoffilter
6 Brandstofverdeler
7 Tussenflens
A37m18 Brandstofpomp
Y16 Verstuiver 1
Y17 Verstuiver 2
Y18 Verstuiver 3
Y19 Verstuiver 4
Y65 Verstuiver 5
Y66 Verstuiver 6
A Rijrichting
Systeemoverzicht
De in de brandstoftank ondergebrachte tweetrapspomp transporteert de brandstof met maximaal 4 bar door het brandstoffilter naar de brandstofverdeler. Vanaf de brandstofverdeler wordt de brandstof naar de verstuivers en de drukregelaar geleid. Daar vandaan stroomt de overtollige brandstof zonder druk in de brandstoftank terug.
Functies van de opbrengstregeling:
- Basisafstemming via programma
- Startregeling
- Nastartregeling
- Warmdraaiverrijking
- Acceleratieverrijking
- Inspuitonderbreking
- Toerentalbegrenzing
- Lambdaregeling (adaptief deelsysteem)
Brandstofpomprelais (K39)
Deze wordt door de motorregeleenheid aangestuurd, zodra een toerentalsignaal van de motor wordt ontvangen. Vervolgens wordt de brandstofpomp en de verwarming van de O2-sonde aangestuurd.
Brandstofdrukregeling
De drukregelaar houdt het drukverschil tussen de brandstofdruk en het inlaatspruistukvacuüm onder alle bedrijfsvoorwaarden constant. Hierdoor kan de opbrengst uitsluitend via de openingsduur van de verstuivers worden bepaald.
Lamdaregeling
De verwarmde O2-sonde (R22) brengt regeleenheid (A52) op de hoogte van het restzuurstofgehalte in het uitlaatgas. Aan de hand van dit signaal wordt het mengsel tijdens het stationair draaien en in het deellastbereik op lamda = 1 geregeld om de mengselsamenstelling voor de werking van de katalysator te garanderen.
Afhankelijk van de spanning van de O2-sonde neemt deze waar of het mengsel moet worden verrijkt of verarmd. Het wijzigen van de lucht-brandstofverhouding mag echter niet sprongsgewijs worden uitgevoerd, omdat de wagen anders zou gaan schokken.
Inspuiting
De verstuivers (Y16-Y19, Y65-Y66) worden overeenkomstig de inspuitvolgorde van de motorregeleenheid aangestuurd. De opbrengst wordt door de motorregeleenheid via de inspuitduur geregeld, die overeemkomstig de bedrijfstoestand wordt vastgelegd.
De inspuiting wordt sequentieel uitgevoerd, dat wil zeggen voor elke cilinder op een vastgelegd tijdstip conform de ontstekings-volgorde.
Schommelingen in de accuspanning die van invloed zijn op de opbrengst, worden door de motorregeleenheid via de inspuitduur gecompenseerd. Voor de vollast- en acceleratie-verrijking wordt de inspuitduur verlengd door de regeleenheid.
Brandstofverdampingssysteem, werking | |||
Tempomat (TPM), werking | |||
Brandstofverstuiver, plaatsing/functie/bouw/werking | |||
Temperatuursensor aangezogen lucht, plaatsing/functie/bouw/werking | |||
Temperatuursensor koelmiddel, plaatsing/functie/bouw/werking | |||
O2-sondes, plaatsing/functie/bouw/werking | |||
Krukasstandsensor, plaatsing/functie/bouw/werking | |||
Nokkenasstandsensor, plaatsing/functie/bouw/werking | |||
Hittefilm-luchtmassameter, plaatsing/functie/bouw/werking | |||
Regeleenheid HFM, plaatsing/functie/bouw/werking |
Verwezen documenten
- gf0703s5004a Verstuivers, plaatsing/functie/bouw/werking
- gf0704s2100c
- gf0704s2101c
- gf0704s4103b
- gf0704s4116c
- gf0704s5035a
- gf0707s4118c
- gf0751s4103a Regeleenheid HFM, plaatsing/functie/bouw/werking
- gf3030s0001a
- gf4730s3013a Werking brandstofverdampingssysteem