AR07.16-D-1080A | Inspuitleidingen Common-Rail Diesel Injection (CDI) uit-, inbouwen | 14.4.99 |
MOTOR 611.981 /987 in TYPE 901.6, 902.6, 903.6, 904.6
MOTOR 612.981 in TYPE 902.6, 903.6, 904.6, 905.6
MOTOR 611.983 in TYPE 690.6
D07.16-0005-06
Afgebeeld bij motor 611
1 Inspuitleiding rail - injector
2 Injector
3 Rail
Wijziging
28.1.00 | Waarde gewijzigd van 20 Nm in 22 Nm | Waarde in BA07.16-P-1011-01A bij motor 611.981/987 en 612.981 gewijzigd | |
15.11.02 | Waarde gewijzigd van 22 Nm in 20 Nm | Waarde in rij 1011 bij motor 612.981 gewijzigd | |
25.9.03 | Waarde gewijzigd van 20 Nm in 23 Nm | Waarde in rij 1011 bij motor 611.981/983/987, |
| Uit-, inbouw | ||
Gevaarlijk! | Explosiegevaar door ontbranding, vergiftigingsgevaar door het inademen en binnenkrijgen van brandstof en kans op letsel door huid- en oogcontact met brandstof. | Vuur, vonken, open licht en roken verboden. Bij het omgaan met brandstoffen veiligheidskleding dragen. | |
1 | Bovenste deel turboluchtverdeelbuis uitbouwen | Alleen bij motor 611.981/983/987 | |
2 | Afdekking kleppendeksel uitbouwen | ||
3 | Wartelmoeren van inspuitleidingen (1) van injector (2) en rail (3) losdraaien | Injectors aan de aansluitingen (pijl) tegenhouden. Aanhaalmoment in geen geval overschrijden, om te voorkomen dat de schroefdraadaansluiting de volgende keer meekomt bij het losdraaien. | |
| |||
| |||
4 | Inspuitleidingen (1) uitbouwen | Leidingen niet afklemmen of buigen. Aansluitingen van inspuitleidingen na demontage afdichten. Alles zo schoon mogelijk houden! | |
Inbouw: op de juiste ligging van de leidingen letten. Afdichtingsconus aan leidingen controleren, bij drukplekken leidingen vervangen. Om de inspuitleidingen spanningsvrij te monteren, dient de rail te worden losgedraaid. Hierdoor wordt voorkomen dat er leidingen breken. Rail pas aanhalen nadat alle inspuitleidingen zijn bevestigd. | |||
5 | Inbouw in omgekeerde volgorde uitvoeren | ||
Gevaarlijk! | Kans op ongevallen door spontaan wegrijden bij draaiende motor. Kans op letsel door bekneld raken en verbranding bij ingrepen tijdens het starten of bij draaiende motor. | Wagen tegen spontaan wegrijden beveiligen. | |
Gevaarlijk! | Explosiegevaar door ontbranding van brandstofdampen. Kans op letsel aan huid en ogen door naar buiten spuitende brandstof. | Ontstekingsbronnen uit de gevarenzone verwijderen. Geen werkzaamheden uitvoeren aan een systeem dat onder druk staat. | |
6 | Brandstofsysteem op lekkage controleren | Motor laten draaien, afzetten en op lekkage controleren. |
Common-Rail Diesel Injection (CDI)
Common-Rail Diesel Injection (CDI)
Nummer | Omschrijving | Motor 612.981 | Motor 611.981/ | |||
BA07.16-P-1011-01A | Moer drukleiding aan rail/injector | Nm | 23 | 23 | ||
611 589 00 03 00
Dop
Verwezen documenten
- ar0120d5015a
- ar0941d1312a
- as0000z000501a Kans op ongevallen door spontaan wegrijden bij draaiende motor. Kans op letsel door bekneld raken en verbranding bij ingrepen tijdens het starten of bij draaiende motor.
- as0716z000101a Explosiegevaar door ontbranding van brandstofdampen. Kans op letsel aan huid en ogen door naar buiten spuitende brandstof.
- as4700z000101a Explosiegevaar door ontbranding, vergiftigingsgevaar door het inademen en binnenkrijgen van brandstof en kans op letsel door huid- en oogcontact met brandstof.