W01.45-1039-09
1 | Turboluchtbuis | 6 | Koelmiddelbuis | 10 | Hydraulische leiding | ||
2 | Omkeerrol | 7 | Hydraulische pomp | 11 | Houder | ||
3 | Drager met omkeerrol | 8 | Oliecarter | 12 | Turboluchtbuis | ||
4 | V-riemspaninrichting | 9 | Houder | G2 | Dynamo | ||
5 | Drager dynamo |
W01.45-1038-09
8 | Oliecarter | 16 | Houder | 19 | Hydraulische leiding (stuurinrichting) | ||
14 | Houder | 17 | Houder | B14 | Oliepeilsensor | ||
15 | Turboluchtbuis | 18 | Houder |
| Uit-, inbouwen | ||
Waarschuwing | Kans op letsel aan huid en ogen als gevolg van verbranden aan naar buiten spuitend, heet koelmiddel. Vergiftigingsgevaar door het binnenkrijgen van koelmiddel. | Koelsysteem alleen bij koelmiddeltemperaturen onder de 90 °C openen. De dop langzaam opendraaien en de overdruk laten ontwijken. Koelmiddel niet in consumptieverpakkingen doen. | |
1 | Contact uitschakelen | ||
2 | Onderhoudsklep openen | ||
Waarschuwing | Kans op letsel door bekneld raken bij het kantelen van de cabine. | Tijdens kantelen mogen zich geen personen bevinden in kantelgebied van cabine. Cabine altijd tot aan eindstand kantelen en met veiligheidssteun beveiligen. | |
3 | Cabine kantelen | ||
Aanwijzing | Aanwijzingen voor het kantelen van de cabine | ||
Gevaar | Brand-/explosiegevaar door kortsluiting en naar buiten komend knalgas. Kans op brandwonden/letsel door aantasting van ogen, huid en slijmvliezen door accuelektrolyt, kortsluiting of vlambooginslag. Vergiftigingsgevaar door het binnenkrijgen van accuelektrolyt of het opnemen van lood via de huid of lichaamsopeningen . Levensgevaarlijk is elektrische spanning U >= 30 V AC en U >= 60 V DC. | Vuur, vonken, open licht en roken verboden. Zuurbestendige handschoenen, beschermende kleding en veiligheidsbril dragen. Accuzuur uitsluitend in hiervoor bestemde en als zodanig aangeduide reservoirs doen. | |
4 | Massakabel aan accu losnemen | ||
Aanwijzing | Aanwijzingen accu | ||
5 | Geluidsisolatie rechts, links aan chassis boven en geluidsisolatie of onderrijbeveiliging aan chassis onder uitbouwen | Inbouw: Geluidsisolatie of onderrijbeveiliging pas na controle op lekkage inbouwen. | |
6 | Motorolie met motorolieafzuigapparaat afzuigen of motorolie aftappen |
| |
Aanwijzingen motorolie | |||
Motor 902.9, behalve code MS8, aardgasmotor, motor 926.9 | |||
Olieaftapplug aan oliecarter | |||
Motorolie | |||
7 | Hydraulische pomp (7) uitbouwen | ||
8 | Koelmiddelbuis (6) en hydraulische leiding (10) aan houder (9) losnemen | ||
9 | Houder (9, 11) voor aan oliecarter (8) verwijderen | ||
10 | Turboluchtbuis (1) van turboluchtkoeler naar turboluchtspruitstuk uitbouwen |
| |
Motor 902.9, behalve code MS8, aardgasmotor, motor 926.9 | |||
Motor 906.9, behalve code MS8, aardgasmotor | |||
11 | Turboluchtbuis (12) uitbouwen | Klem turboluchtslang aan turboluchtspruitstuk/turboluchtbuis en turboluchtkoeler | |
12 | Omkeerrol (2) aan oliefilter verwijderen | ||
13 | Drager met omkeerrol (3), spaninrichting V-riem (4) samen met drager dynamo (5) losnemen en aan chassis binden | Elektrische kabels, elektrische kabelset en dynamo (G2) niet losnemen. | |
Bout drager dynamo aan cilinderblok | |||
14 | Turboluchtbuis (15) van uitlaatgasturbo naar turboluchtkoeler uitbouwen |
| |
Motor 902.9, behalve code MS8, aardgasmotor, motor 926.9 | |||
15 | Houder (14) van turboluchtbuis (15) rechts aan oliecarter (8) verwijderen | ||
16 | Houder (16) van turboluchtbuis (15) rechts aan cilinderblok verwijderen | ||
17 | Houder (18) van hydraulische leiding (19) aan oliecarter (8) links verwijderen | Hydraulische leiding (19) niet losnemen. | |
18 | Elektrische stekkerverbinding van oliepeilsensor (B14) aan regeleenheid motorregeling (MR) losnemen | ||
19 | Elektrische kabel bereikbaar maken en oliepeilsensor (B14) aan oliecarter (8) uitbouwen | Inbouw: Afdichtring aan oliepeilsensor (B14) op beschadigingen controleren, zo nodig oliepeilsensor (B14) vervangen. | |
Oliepeilsensor aan oliecarter | |||
20 | Oliecarter (8) uitbouwen en naar voren verwijderen | Bout oliecarter aan cilinderblok | |
21 | Afdichting verwijderen | ||
22 | Inbouw in omgekeerde volgorde uitvoeren | ||
23 | Motoroliepeil met oliepeilstok of op display controleren, zo nodig corrigeren | Op ingestelde motoroliekwaliteit in onderhoudssysteem of Betriebsstoff-Vorschriften letten. | |
Waarschuwing | Kans op ongevallen door spontaan wegrijden bij draaiende motor. Kans op letsel door bekneld raken en verbranding bij ingrepen tijdens het starten of bij draaiende motor. | Voertuig tegen spontaan wegrijden beveiligen. Gesloten en strak aansluitende werkkleding dragen. Geen hete of roterende onderdelen vastpakken. | |
24 | Motor starten en ca. 10 sec. stationair laten draaien totdat oliedruk is opgebouwd. Vervolgens motor met een wisselend toerental laten draaien | ||
25 | Motor afzetten en op lekkage controleren | Visuele controle. | |
26 | Klok van tachograaf synchroniseren | Alleen bij voertuigen met tachograaf MTCO. |
Verwezen documenten
- ah1800n010101ha Aanwijzingen motorolie
- ah5410p000101a Aanwijzingen accu
- ah5410p000101a
- ah6080n000301a Aanwijzingen voor het kantelen van de cabine
- ar0941w1311c
- ar0941w1311d
- ar0941w1311h
- ar0941w1311jb
- ar0941w1311jd
- ar1800w303502a
- ar1800w303502j
- ar2040w0400a
- as0000z000501a Kans op ongevallen door spontaan wegrijden bij draaiende motor. Kans op letsel door bekneld raken en verbranding bij ingrepen tijdens het starten of bij draaiende motor.
- as2000z000101a Kans op letsel aan huid en ogen als gevolg van verbranden aan naar buiten spuitend, heet koelmiddel. Vergiftigingsgevaar door het binnenkrijgen van koelmiddel.
- as5410z000101a Brand-/explosiegevaar door kortsluiting en naar buiten komend knalgas. Kans op brandwonden/letsel door aantasting van ogen, huid en slijmvliezen door accuelektrolyt, kortsluiting of vlambooginslag. Vergiftigingsgevaar door het
- as6080z000101a Kans op letsel door bekneld raken bij het kantelen van de cabine.