Afgebeeld bij type 405 |
1 | ALR-typeplaatje (automatische lastafhankelijke rem (ALR)) |
G42.80-3115-11
Afgebeeld bij type 405 |
2 | Regelstangenmechanisme |
3 | Bedieningshendel |
4 | ALR-regelaar |
5 | Testaansluiting (ongeregelde remdruk, voor ALR-regelaar) |
G42.80-3117-11
G42.80-3116-01
G42.80-3138-01
G42.80-3110-01
Afgebeeld bij type 405.102/122/200/220 |
6 | Testaansluiting (ongeregelde remdruk, voor last-leegklep) |
Afgebeeld bij type 405.103/123/201/221 |
5 | Testaansluiting (ongeregelde remdruk, voor ALR-regelaar) |
6 | Testaansluiting (ongeregelde remdruk, voor last-leegklep) |
Afgebeeld bij type 405 |
7 | Testaansluiting (geregelde remdruk, achteras) |
Waarschuwing | Kans op ongevallen door spontaan wegrijden bij draaiende motor. Kans op letsel door bekneld raken en verbranding bij ingrepen tijdens het starten of bij draaiende motor. | Voertuig tegen spontaan wegrijden beveiligen. Gesloten en strak aansluitende werkkleding dragen. Geen hete of roterende onderdelen vastpakken. | |
| Controleren | ||
1 | Achterasbelasting van rijklaar voertuig bepalen door voertuig te wegen. | Weegbrug | |
2 | Op ALR-typeplaatje (1) aangegeven waarde voor 'maat A' en 'maat B' noteren. | ALR-typeplaatje (1) bevindt zich aan de binnenzijde van het portier links. | |
3 | Regelstangenmechanisme (2) en bedieningshendel (3) op gangbaarheid controleren, alsmede controleren of gewrichten vrij van speling zijn. | Als er klachten zijn: | |
| |||
Regelstangenmechanisme (2) of bedieningshendel (3) repareren. | |||
4 | Maat tussen twee draaipunten van bedieningshendel (3) controleren. | Als er klachten zijn: | |
| |||
Lengte tussen twee draaipunten van bedieningshendel (3) afstellen. Zie 'maat A' op ALR-typeplaatje (1). | |||
5 | Manometers op testaansluitingen (5, 6, 7) aansluiten. | Type 437 met code F10, cabine beveiligd | |
6 | Motor starten en persluchtsysteem tot uitschakeldruk vullen. | Voordat het rempedaal wordt ingedrukt, moet het persluchtsysteem tot de uitschakeldruk worden gevuld. | |
7 | Rempedaal indrukken tot een druk van 8,1 bar bij testaansluiting (5) aanwezig is en rempedaal ingedrukt houden. | De manometer van de geregelde kring moet binnen het voorgeschreven drukgebied blijven. | |
Als er klachten zijn: | |||
| |||
ALR-regelaar afstellen. | |||
| |||
Tegen afzonderlijke opdracht. | |||
8 | Motor afzetten. | ||
9 | Manometers verwijderen. | ||
10 | Remsysteem op lekkage en lekkage controleren. |
385 589 05 21 00
Weegbrug
Verwezen documenten
- ar4280g0050bb
- as0000z000501a Kans op ongevallen door spontaan wegrijden bij draaiende motor. Kans op letsel door bekneld raken en verbranding bij ingrepen tijdens het starten of bij draaiende motor.