AP42.00-D-4255C | Bedrijfs- en parkeerrem op werking controleren | 10.6.96 |
TYPE 667, 668, 670 met MOTOR 602
TYPE 668, 670 met MOTOR 904
TYPE 668, 670 met MOTOR 900.9
N42.10-2273-01
N42.20-2272-01
N42.20-0258-01
Afgebeeld Parkeerremventiel aan dashboard
N42.00-2062-01
Afgebeeld parkeerremventiel aan zijkant van chauffeursstoel
N42.20-0257-01
Afgebeeld veerremcilinder
a Slag
| Controleren | ||
Gevaarlijk! | Kans op ongevallen door spontaan wegrijden bij draaiende motor. Kans op letsel door bekneld raken en verbranding bij ingrepen tijdens het starten of bij draaiende motor. | Wagen tegen spontaan wegrijden beveiligen. | |
1 | Motor starten | Motor tijdens de controle van de bedrijfsrem laten draaien zodat maximaal vacuüm aanwezig is. | |
2 | Rempedaalslag controleren | Rempedaal indrukken, na een pedaalslag van 100 mm moet een duidelijke weerstand of krachttoename worden gevoeld. | |
Bij afwijkingen van de testgegevens in de standaardtekst moet de oorzaak tegen afzonderlijke opdracht worden bepaald en verholpen. | |||
3.1 | Slag van parkeerrem controleren | Alleen bij wagens met hefboom voor parkeerrem | |
Parkeerhefboom bedienen. Na 3 tot 4 tanden moet een duidelijke weerstand worden gevoeld aan de hefboom. | |||
Het controlelampje van de parkeerrem moet in het dashboard gaan branden. | |||
Bij afwijkingen van de testgegevens in de standaardtekst moet de oorzaak tegen afzonderlijke opdracht worden bepaald en verholpen. | |||
4.1 | Slag (a) van veerremcilinder controleren | Alleen bij wagens met parkeerremventiel | |
Parkeerremventiel bedienen. De slag (a) van de veerremcilinder mag niet groter zijn dan 50 mm als de bedrijfsdruk in het luchtdruksysteem is opgebouwd. | |||
Het controlelampje parkeerrem moet in het dashboard gaan branden. | |||
Bij afwijkingen van de testgegevens in de standaardtekst moet de oorzaak tegen afzonderlijke opdracht worden bepaald en verholpen. |
Verwezen documenten
- as0000z000501a Kans op ongevallen door spontaan wegrijden bij draaiende motor. Kans op letsel door bekneld raken en verbranding bij ingrepen tijdens het starten of bij draaiende motor.