AH00.10-P-1000-02A | Ombouw wagen naar LPG | Type 123.220, 123.280, 124.020, 124.080, 126.021, 201.023 | |
Carburatiemotoren met geharde klepzetelringen
Type | Verkoopaanduiding | Motor | Toepassing geharde klepzetelringen | Datum | |
mech. wisselbak | autom. wisselbak | ||||
123.220 123.280 | 200 200 T | 102.920 | 161139 | 047131 | 12/84 |
102.939 | 014858 | 001346 | |||
124.020 124.080 | 200 200 T | 102.922 | seriebegin | seriebegin | seriebegin |
126.021 | 280 S | 110.926 | 008099 | 021025 | 04/85 |
201.023 | 190 | 102.924 | seriebegin | seriebegin | seriebegin |
Die hier niet genoemde oudere carburatiemotoren hebben geen geharde klepzetelringen
In principe is er geen bezwaar om met onze benzinemotoren op autogas te rijden. Vanzelfsprekend kunnen wij geen adviezen ge-ven over bepaalde autogassystemen resp. werkplaatsen die de ombouw uitvoeren.
Alvorens een autogasinstallatie in te bouwen moet de client er over geinformeerd te worden, dat behalve voordelen, zoals een homogener verbrandingsmengsel, een gunstiger emissie en een geringere motorslijtage, ook nadelen geaccepteerd moeten wor-den.
Volgens onze ervaringen moet bij het uitsluitend rijden op autogas met een verhoogde slijtage van de klepzetelringen in oude uitvoe-ring en van de bewegende delen van het mengselvormingssy-steem gerekend worden aangezien de wrijvingsverminderende
werking van bepaalde toevoegingen in benzine ontbreekt. Daarom zijn wij van mening dat uitsluitend carburatiemotoren voor om-bouw naar autogas geschikt zijn.
Bij motoren zonder geharde klepzetelringen, is het onder normale omstandigheden voldoende, als na ca. 1000 km op autogas gere-den te hebben ca. 100 km met loodhoudende benzine gereden wordt. Hierdoor vormt zich op de klepzittingen weer een slijtage-verminderende loodlaag. Daarom kan met de gebruikelijke auto-gassystemen onder andere om deze redenen afwisselend op gas of op benzine gereden worden.
Indien geen loodhoudende benzine beschikbaar is, moet de klep-speling na kortere periodes (gehalveerd interval) gecontroleerd en, zo nodig, gesteld worden.
Het rijden op autogas gaat met een ca. 10% geringer motorver-mogen en een ca. 10-15% volumetrisch hoger brandstofverbruik ten opzichte van benzine gepaard.
De onderhoudsintervallen en -werkzaamheden blijven, afgezien van bovengenoemde beperking voor de klepspeling, ongewijzigd. Bougies, motorolie en afstelgegevens dienen te voldoen aan onze voorschriften.
Afstelwerkzaamheden aan de carburateur mogen alleen bij rijden op benzine verricht worden.
Bij onderhouds- en reparatiewerkzaamheden aan auto’s met autogas dienen de veiligheidsvoorschriften van het desbetreffen-de land te worden aangehouden. Werkzaamheden aan de gasin-stallatie mogen uitsluitend door deskundigen verricht worden.
Opmerking
Gastanks mogen een temperatuur van max. 70 °C niet overschrij-den, d.w.z. dat het drogen van een gespoten wagen in een droogoven altijd zonder gastank dient te gebeuren.
Er moet op gewezen worden, dat de betreffende geldende toe-latingsvoorschriften altijd aangehouden moeten worden en, af-hankelijk van de landelijke voorschriften, keuring van elke omge-bouwde wagen noodzakelijk is.
Garantieregeling
Defecten aan de ingebouwde installatie resp. aan de wagen (ook binnen de garantietermijn) die verband houden met de gasinstal-latie, evenals de hieruit resulterende gevolgschade, zijn voor ver-antwoording van de ombouwfirma of de fabrikant van de instal-latie.
In garantie-aanvragen voor auto’s, die op autogas omgebouwd zijn, moet de opmerking „Uitgerust met gasinstallatie” vermeld zijn.
MB-werkplaatsen, die auto’s ombouwen, moeten het chassis- resp. voertuigidentificatienummer aan de betreffende garantie-afdeling melden.
Als defecten aan een gasinstallatie geconstateerd worden, die door de client met de kwaliteit van onze auto’s in verband kunnen worden gebracht, moeten de afdelingen VP/SP voor PKW resp. VN/TAK voor NFZ evenals de betreffende garantie-afdeling gein-formeerd worden.
Men dient de client hier op te wijzen.