gf8261s2002a

Voortdurende plaatsbepaling, werking

Type gf · thema 82.61 · versie 0102 · 2000-03-20

Geldig voor: TYPE 638.0 /1 /2 met CODE (ET6), Auto Pilot System (APS)

Plaats

Functiegroep 3 Opbouw/carrosserie › 82 Elektrische installatie, opbouw/carrosserie › 82.61 Auto-Pilot-Systeem (APS), Audio 30 APS — Serie 638 (modellen 0**, 1**, 2**)

GF82.61-S-2002A

Voortdurende plaatsbepaling, werking

5.5.98

TYPE 638.0 /1 /2 met CODE (ET6), Auto Pilot System (APS)

Algemeen

Onder "voortdurende plaatsbepaling" verstaat men de voortdurende berekening van de actuele positie van de wagen door de navigatiecomputer APS (A85). De voortdurende plaatsbepaling is bij ingeschakeld contact altijd actief.

Een nauwkeurige bepaling van de wagenpositie is slechts mogelijk door combinatie van drie verschillende plaatsbepalingsmethodes.

De volgende methodes worden onderscheiden:

Basisplaatsbepaling (gecombineerde plaatsbepaling)

Kaartgeoriënteerde plaatsbepaling (map matching)

Plaatsbepaling Global Positioning System (GPS)

Terwijl na het inschakelen van het contact de benodigde gegevens in het systeem worden geladen, is alleen de basisplaatsbepaling beschikbaar.

Nadat de gegevens zijn geladen, zijn de basisplaatsbepaling (gecombineerde plaatsbepaling), kaartgeoriënteerde plaatsbepaling (map matching) en plaatsbepaling Global Positioning System (GPS) parallel actief.

Na het uitschakelen van het contact worden alle belangrijke plaatsbepalingsparameters opgeslagen.

-----------------------------------------------------------------------------------------

Basisplaatsbepaling (gecombineerde plaatsbepaling)

De basisplaatsbepaling (gecombineerde plaatsbepaling) wordt bij ingeschakeld contact voortdurend uitgevoerd door de navigatiecomputer APS (A85). Na het uitschakelen van het contact wordt de huidige positie in het niet-vluchtige geheugen opgeslagen. Bij de gecombineerde plaatsbepaling berekent de navigatiecomputer APS (A85) de actuele positie aan de hand van:

Het afgelegde traject,

De rijrichting (voorwaarts, achterwaarts) en

De richting van de wagen.

De gecombineerde plaatsbepaling wordt ca. 1 keer per seconde uitgevoerd.

Berekening van het afgelegde traject

De navigatiecomputer APS (A85) ontvangt van de regeleenheid

ABS (A2) de signalen van de omwentelingensensors (B81, B82) van de niet-aangedreven wielen. Aan de hand van deze signalen en de opgeslagen positiegegevens wordt het afgelegd traject berekend. Het verschil tussen het berekende en daadwerkelijk afgelegde traject tussen twee punten wordt voor de automatische nakalibratie van de bandenomtrek gebruikt (noodzakelijk in verband met de bandenslijtage).

-----------------------------------------------------------------------------------------

Na het vervangen van de banden moet een wielnakalibratie worden uitgevoerd.

Berekening van de rijrichting

De rijrichting (vooruit, achteruit) wordt aan de hand van het signaal van de achteruitrijlichtschakelaar (S19/S75) bepaald.

Berekening van de richting van de wagen

De geografische richting van de wagen wordt door de navigatiecomputer APS (A85) berekend aan de hand van het verschil tussen de omwentelingensensors rechtsachter en linksachter (B81, B82), de gegevens van de richtingssensor (gyrosensor) en de volgorde van de via GPS berekende posities.

Onjuistheden in de plaatsbepaling (gecombineerde plaatsbepaling).

Het achteruitrollen zonder ingeschakelde achteruit wordt als vooruitrijden opgenomen en kan tot een onjuiste plaatsbepaling leiden.

Ook het doorrollen bij uitgeschakeld contact of transport van de wagen leidt tot een onjuiste positiebepaling.

De onjuist berekende positie wordt door de navigatiecomputer APS (A85) bij ontvangst van gegevens van de regeleenheid Global Positioning System (GPS) automatisch gecorrigeerd.

-----------------------------------------------------------------------------------------

Kaartgeoriënteerde plaatsbepaling (map matching)

De positie van de wagen wordt door de navigatiecomputer (A85) voortdurend met de gegevens op de CD-ROM-kaart vergeleken. Als de wagen zich in het gedigitaliseerde gedeelte van de kaart op CD-ROM bevindt, worden maximaal 10 alternatieve routes berekend. Hierbij wordt rekening gehouden met kenmerken als wegen met eenrichtingsverkeer, afslagverboden, wegtypen,enz.

Door de via de gecombineerde plaatsbepaling berekende positie van de wagen met de mogelijke positie op de elektronische kaart te vergelijken, kunnen eventuele afwijkingen worden gecorrigeerd.

Als de rit van de berekende routes afwijkt, wordt zo nodig de positie van de basisplaatsbepaling gecorrigeerd.

De kaartgeoriënteerde plaatsbepaling (map matching) is alleen beschikbaar in het gedigitaliseerde gedeelte van de kaart op CD-ROM.

Plaatsbepaling Global Positioning System (GPS)

Het Global Positioning System (GPS) is een systeem voor plaatsbepaling met behulp van satellieten.

Momenteel draaien er 25 GPS-satellieten in 6 verschillende banen rond de aarde. Het GPS-systeem meet de verschillen in afgelegde tijd tussen de signalen die door de verschillende satellieten synchroon worden verzonden.

-----------------------------------------------------------------------------------------

Deze signalen bevatten de tijds-, baan- en identificatiegegevens van de GPS-satellieten.

De positie van de ontvanger kan alleen worden berekend als ten minste de gegevens van 4 satellieten ter beschikking staan.

De GPS-plaatsbepaling is vooral onvervangbaar bij ritten buiten het gedigitaliseerde bereik van de kaart en na transport (bijvoorbeeld per trein of pont) of wegslepen van de auto.

De door de GPS-satellieten verzonden gegevens (positiecoördinaten) worden door de antenne Global Positioning System (W35/W36) ontvangen en versterkt.

De ontvangen gegevens worden via de regeleenheid GPS doorgegeven aan de navigatiecomputer APS (A85) die de positie van de wagen berekent.

De navigatiecomputer APS (A85) berekent de positie aan de hand van de positiecoördinaten en andere gegevens (zoals de kaartgegevens op CD-ROM).

De GPS-positiecoördinaten worden gebruikt bij de voortdurende plaatsbepaling.

Het GPS-systeem wordt voornamelijk gebruikt bij het rechtuit rijden en het bepalen van de uitgangspositie.

De plaatsbepaling heeft een nauwkeurigheid van 100 m of minder.

-----------------------------------------------------------------------------------------

Problemen bij de ontvangst van GPS-signalen

Omdat de GPS-signalen in het GHz-bereik (microgolfbereik) liggen en de signalen zwak zijn, kunnen er ontvangststoringen optreden door:

Atmosferische storingen (weer, waterdamp)

Dubbele ontvangst door weerkaatsing van signalen, zoals op huismuren

Signaalafscherming, zoals in dicht bebouwde gebieden, terreinen of tunnels

-----------------------------------------------------------------------------------------

Wielnakalibratie

Door de kalibratie van de banden ontvangt de navigatiecomputer APS (A85) gegevens over de toestand van de banden.

Na het vervangen van de banden of de navigatiecomputer APS (A85) moet een wielnakalibratie worden uitgevoerd.

Hiervoor moet op het radio- en navigatiebedieningspaneel APS (A9) of met de Hand-Held-Tester het juiste bandtype (zoals 195/070/015) worden ingevoerd.

Vervolgens moet worden opgegeven of er nieuwe of gebruikte

banden zijn gemonteerd.

Nieuwe banden: Profieldiepte 7-10 mm

Gebruikte banden: Profieldiepte 3-7 mm

De diameter van gebruikte banden wordt berekend via een meettraject dat vooraf in het radio- en navigatiebedienings-paneel (A9) moet worden ingevoerd.

Op dit meettraject telt de navigatiecomputer APS (A85) de elektrische impulsen die door de omwentelingssensors (via de regeleenheid ABS) worden verzonden. Aan de hand van de lengte van het meettraject en het aantal elektrische impulsen kan de bandenmaat worden berekend.

De continue bandenslijtage wordt door het APS-systeem herkend aan het verschijnsel dat de wagen steeds later de gewenste weg binnenrijdt dan is berekend.

Bij de beoordeling van de signalen van de omwentelingensensor wordt daarom automatisch rekening gehouden met de continue bandenslijtage.

Navigatie, werking

GF82.61-S-2003A

Bestemmingsgeleiding, werking

GF82.61-S-3012A

Navigatiecomputer Auto Pilot System, plaatsing/functie/bouw/werking

GF82.61-S-4104A

Omwentelingssensor, plaatsing/functie/bouw/werking

GF42.30-S-4550A

Antenne Global Positioning System, plaatsing/functie/bouw/werking

GF82.61-S-4106A

Verwezen documenten