GF07.61-S-2004A | Diagnose storingsgeheugen ME, werking | 18.9.98 |
MOTOR 111.950 /980 in TYPE 638.094 /194 /294
De regeleenheid ME controleert de in- en uitgangen op plausibiliteit en herkent mogelijke storingen.
Bij het herkennen en opslaan van storingen wordt het volgende onderscheid gemaakt:
Storingen die voortdurend aanwezig zijn
Storingen ten gevolge van haperende contacten
Storingsgeheugen uitlezen
De opgeslagen storingen kunnen alleen met de HHT via de diagnosetestaansluiting worden uitgelezen en gewist als het contact is ingeschakeld of de motor draait.
Het storingsgeheugen van regeleenheid ME wordt gewist als de accuklemmen worden losgenomen (onderbreking van klem 30).
Storingen herkennen
Signalen boven of onder grenswaarde
(kabelonderbreking, kortsluiting, defecte sensors)
Frequentie en duur van de storing
Onlogische combinatie van signalen
Werkingsketen met storingen
Storingsmeldingen via CAN-databus van regeleenheid EGS of van regeleenheid FBS
-----------------------------------------------------------------------------------------
Storingen opslaan
Storingen die voor de eerste keer worden herkend, worden met de randgegevens eerst als "vermoedelijke" storing in het storingsgeheugen opgeslagen. Als de storing in de volgende rijcyclus niet opnieuw optreedt, wordt de storing gewist. Als de storing in de volgende rijcyclus opnieuw optreedt, wordt deze met de randgegevens opgeslagen.
Storingen die niet meer optreden worden automatisch na max. 40 warmloopfasen uit het storingsgeheugen gewist.
Een warmloopfase is verstreken als
Koelmiddeltemperatuur bij de start <35°C
Koelmiddel verwarmd tot >70 °C
Een rijcyclus (driving cycle) voor een controle bestaat uit
Motor starten
Betreffende controle uitvoeren
Motor afzetten
Een rit is uitgevoerd als
Alle controles en werkingsketens voor storingen die relevant zijn voor de uitlaatgassen minstens één maal zijn uitgevoerd nadat de motor is gestart
Tijd na het starten > 20 minuten
Motortemperatuur > = 70°C
Motortoerental > 500 1/min
-----------------------------------------------------------------------------------------
Randgegevens/bedrijfsvoorwaarden
Als een storing wordt herkend, worden de volgende gegevens in het geheugen opgeslagen:
Storingscode
Snelheid
Motortoerental
Koelmiddeltemperatuur
Temperatuur aangezogen lucht
Inlaatspruitstukdruk
Motorbelasting
Openingshoek
Aanpassingswaarde mengselvorming
Toestand lambdaregeling
- Lambdaregeling niet vrijgegeven
- Lambdaregeling vrijgegeven
- Lambdaregeling geblokkeerd (bijvoorbeeld bij onderbreking brandstoftoevoer of herkenning storing)
Verdere omstandigheden (zoals tankvulstand, tijd na starteinde, rij-afstand sinds storingen of tellerstanden voor het laatst zijn gewist, storingsfrequentie)
Werkingsketens
Controles die door regeleenheid ME zijn uitgevoerd, bijvoorbeeld van nokkenassenregeling, regeneratie en op lekkage van het brandstofverdampingssysteem.
Vervolgstoring
Als er een onjuist signaal wordt herkend en de bijbehorende storingscode wordt opgeslagen, worden alle controles afgebroken, waarbij dit signaal als vergelijkingswaarde wordt gebruikt. Hierdoor wordt voorkomen dat vervolgstoringen worden opgeslagen.
Noodloop
Als een storing wordt herkend, worden vervangingswaarden gegenereerd.
Het controlelampje in het combi-instrument gaat alleen branden als de storing reeds is opgeslagen.
Verwezen documenten
- gf0761s5000a Regeleenheid ME, plaatsing/functie/bouw/werking