gf0761s2004a

Diagnose storingsgeheugen ME, werking

Type gf · thema 07.61 · versie 0104 · 2003-02-06

Geldig voor: MOTOR 111.950 /980 in TYPE 638.094 /194 /294

Plaats

Functiegroep 1 Motor › 07 Mengselvorming › 07.61 Benzine-inspuit- en ontstekingssysteem ME — Serie 638 (modellen 094, 194, 294)

Geldt ook voor motoren/versnellingsbakken: 111 950, 111 980

GF07.61-S-2004A

Diagnose storingsgeheugen ME, werking

18.9.98

MOTOR 111.950 /980 in TYPE 638.094 /194 /294

De regeleenheid ME controleert de in- en uitgangen op plausibiliteit en herkent mogelijke storingen.

Bij het herkennen en opslaan van storingen wordt het volgende onderscheid gemaakt:
Storingen die voortdurend aanwezig zijn

Storingen ten gevolge van haperende contacten

Storingsgeheugen uitlezen

De opgeslagen storingen kunnen alleen met de HHT via de diagnosetestaansluiting worden uitgelezen en gewist als het contact is ingeschakeld of de motor draait.

Het storingsgeheugen van regeleenheid ME wordt gewist als de accuklemmen worden losgenomen (onderbreking van klem 30).

Storingen herkennen

Signalen boven of onder grenswaarde

(kabelonderbreking, kortsluiting, defecte sensors)

Frequentie en duur van de storing

Onlogische combinatie van signalen

Werkingsketen met storingen

Storingsmeldingen via CAN-databus van regeleenheid EGS of van regeleenheid FBS

-----------------------------------------------------------------------------------------

Storingen opslaan

Storingen die voor de eerste keer worden herkend, worden met de randgegevens eerst als "vermoedelijke" storing in het storingsgeheugen opgeslagen. Als de storing in de volgende rijcyclus niet opnieuw optreedt, wordt de storing gewist. Als de storing in de volgende rijcyclus opnieuw optreedt, wordt deze met de randgegevens opgeslagen.

Storingen die niet meer optreden worden automatisch na max. 40 warmloopfasen uit het storingsgeheugen gewist.

Een warmloopfase is verstreken als

Koelmiddeltemperatuur bij de start <35°C

Koelmiddel verwarmd tot >70 °C

Een rijcyclus (driving cycle) voor een controle bestaat uit

Motor starten

Betreffende controle uitvoeren

Motor afzetten

Een rit is uitgevoerd als

Alle controles en werkingsketens voor storingen die relevant zijn voor de uitlaatgassen minstens één maal zijn uitgevoerd nadat de motor is gestart

Tijd na het starten > 20 minuten

Motortemperatuur > = 70°C

Motortoerental > 500 1/min

-----------------------------------------------------------------------------------------

Randgegevens/bedrijfsvoorwaarden

Als een storing wordt herkend, worden de volgende gegevens in het geheugen opgeslagen:

Storingscode

Snelheid

Motortoerental

Koelmiddeltemperatuur

Temperatuur aangezogen lucht

Inlaatspruitstukdruk

Motorbelasting

Openingshoek

Aanpassingswaarde mengselvorming

Toestand lambdaregeling

- Lambdaregeling niet vrijgegeven

- Lambdaregeling vrijgegeven

- Lambdaregeling geblokkeerd (bijvoorbeeld bij onderbreking brandstoftoevoer of herkenning storing)

Verdere omstandigheden (zoals tankvulstand, tijd na starteinde, rij-afstand sinds storingen of tellerstanden voor het laatst zijn gewist, storingsfrequentie)

Werkingsketens

Controles die door regeleenheid ME zijn uitgevoerd, bijvoorbeeld van nokkenassenregeling, regeneratie en op lekkage van het brandstofverdampingssysteem.

Vervolgstoring

Als er een onjuist signaal wordt herkend en de bijbehorende storingscode wordt opgeslagen, worden alle controles afgebroken, waarbij dit signaal als vergelijkingswaarde wordt gebruikt. Hierdoor wordt voorkomen dat vervolgstoringen worden opgeslagen.

Noodloop

Als een storing wordt herkend, worden vervangingswaarden gegenereerd.

Het controlelampje in het combi-instrument gaat alleen branden als de storing reeds is opgeslagen.

Regeleenheid ME, plaatsing/functie/bouw/werking

GF07.61-S-5000A

Verwezen documenten