GF07.61-P-2003GS | Starten ME, werking | 30.3.99 |
MOTOR 111.951 in TYPE 203.035
MOTOR 111.952 in TYPE 202.081
MOTOR 111.955 in TYPE 203.045
MOTOR 111.956 in TYPE 202.087, 208.344 /444
MOTOR 111.957 in TYPE 210.048 /248
MOTOR 111.958 in TYPE 170.444
MOTOR 111.982 in TYPE 208.448
MOTOR 111.983 in TYPE 170.449
Startopbrengstregeling
Om het starten van de koude motor te vergemakkelijken, moet tijdens het starten, afhankelijk van de koelmiddeltemperatuur, extra brandstof worden ingespoten. De hogere opbrengst wordt bereikt door de inspuitduur te verlengen.
Accuspanning en spanningsvoorziening
De ingespoten brandstofopbrengst wordt bepaald door de openingsduur van de brandstofverstuivers. Deze openingsduur is afhankelijk van de accuspanning. Om de opbrengst bij een lage accuspanning te compenseren, wordt de inspuitduur door de regeleenheid ME verlengd. Beneden de ca. 7 V kan de motor niet meer worden gestart.
-----------------------------------------------------------------------------------------
Nastartmengselverrijking
Na de start is bij een koude motor korte tijd een verrijking met extra brandstof nodig. De brandstof die op de cilinderwanden neerslaat wordt door deze verrijking gecompenseerd, waardoor de motor soepel doorloopt.
Synchronisatie van inspuit- en ontstekingsvolgorde
Om de cilinders in de juiste volgorde in te spuiten en te laten ontsteken, wordt de volgorde bij de eerste motoromwentelingen gesynchroniseerd. Hiervoor heeft de regeleenheid ME de signalen van de Hall-sensor nokkenas en krukasstandsensor nodig.
-----------------------------------------------------------------------------------------
Ontsteking tijdens het starten
Tijdens het starten wordt het ontstekingstijdstip tot ca. 500/min uitsluitend aan de hand van de signalen van de Hall-sensor nokkenas geregeld. Pas bij een toerental van ca. 600/min wordt van een vast ontstekingstijdstip overgegaan op een ontstekingstijdstip dat afhankelijk van de actuele bedrijfstoestand wordt berekend.
Startmotorregeling
De magneetschakelaar van de startmotor (klem 50) wordt via het relais startmotor door de motorregeleenheid aangestuurd.
Het wegrijbeveiligingssysteem blokkeert de motorregeling. De startmotor draait weliswaar, maar de motor start niet.
Regeleenheid elektronische contactstartschakelaar (EZS), plaatsing/functie/bouw/werking | Type 202, 208, 210 | ||
Brandstoftoevoer ME, werking | |||
Ontstekingssysteem ME, werking | |||
Regeling startopbrengst, bouw/functie/werking | |||
Synchronisatie inspuit- en ontstekingsvolgorde, werking | |||
Regeleenheid EGS, plaatsing/functie | Informatie selectiehendelstand P/N en geschakelde rijstand. Wisselbak 722.6 | ||
Startmotorregeling, werking | Met mechanische wisselbak | ||
Met automatische wisselbak | |||
Met mechanische wisselbak |
Verwezen documenten
- gf0761p3004gs Brandstofvoorziening ME, werking
- gf0761p3010gs Startopbrengstregeling ME, werking
- gf0761p4009gs Synchronisatie inspuit- en ontstekingsvolgorde ME, werking
- gf1512p0001gs
- gf1530p3000gb
- gf1530p3000gc
- gf1530p3000gs
- gf2719p4012g
- gf8057p4102a