S07.52-3011-06
Functie
Stationair toerental regelen bij verschillende motorbelastingen (zoals bij het verdraaien van het servostuur, het activeren van de rijstand en het inschakelen van de aircocompressor).
Werking
Het stelelement stationairregeling (M33) regelt het stationair toerental door de luchtklepstand aan te passen. Deze klep wordt aangestuurd door de regeleenheid PMS (A13).
Bouw
A13 Regeleenheid PMS
B60 Sensor koelmiddeltemperatuur
B73 Positiesensor krukas
M33 Stelelement stationairregeling
S75 Startblokkeerschakelaar (bij automatische wisselbak code G40)
Warmdraaitoerental
Om de katalysator sneller op bedrijfstemperatuur te brengen, wordt het motortoerental bij lage koelmiddeltemperaturen na het starten een bepaalde tijd verhoogd. Bij het activeren van een rijstand wordt de toerentalverhoging onmiddellijk onderbroken.
Stationair draaien
Ten behoeve van de regeling stationair toerental kan de openingshoek vanuit de berekende normwaarde enigszins in de richting "laat" of "vroeg" worden versteld.
Een ingreep door verstelling van de ontstekingshoek is sneller dan door verstelling van de luchtklep.
Motoren met automatische wisselbak
Bij het inschakelen van een rijstand wordt het toerental verlaagd om de kruipneiging van de wagen te verminderen. De regeleenheid PMS (A13) verneemt van de startblokkeerschakelaar (S75) of er een rijstand is geactiveerd.
Motoren met aircocompressor
Om te voorkomen dat het toerental daalt bij het inschakelen van de aircocompressor, zendt de regeleenheid aircoregeling vóór het inschakelen van de aircocompressor een signaal naar de regeleenheid PMS (A13). Hierdoor wordt de diameter van de luchtklepopening vergroot door het stelelement stationairregeling (M33).
Verwezen documenten
- gf0752s1010a Stelelement stationairregeling PMS, plaatsing/functie/bouw/werking
- gf2719s3009a