15.03.07 | Het document is tot en met deze datum geactualiseerd en is niet meer aan wijziging onderhevig. |
P07.52-0018-06
B11/3 Temperatuursensor koelmiddel
L5 Krukasstandsensor
M16/6 Stelelement stationairregeling
N3/6 Regeleenheid druk motorregeling (PMS)
S16/3 Startblokkeer- en achteruitrijlichtschakelaar
Functie
Stationair toerental regelen bij verschillende motorbelastingen (zoals bij verdraaiing servostuur, activering rijstand, inschakeling aircocompressor).
Werking
Stelelement stationairregeling (M16/6) regelt het stationair toerental door aanpassing van de luchtklepstand. Deze klep wordt aangestuurd door regeleenheid PMS (N3/6).
Warmdraaitoerental
Om de katalysator sneller op bedrijfstemperatuur te brengen, wordt het motortoerental bij een koelmiddeltemperatuur <20 °C en selectiehendelstand P/N gedurende ca. 20 seconden na elk startproces tot ca. 1150/min. verhoogd. Bij activering van een rijstand wordt de toerentalverhoging onmiddellijk onderbroken.
Motoren met automatische wisselbak
Als een rijstand wordt ingeschakeld, wordt het toerental verlaagd om de kruipneiging van de wagen te verminderen. Regeleenheid PMS (N3/6) verneemt van de startblokkeer- en achteruitrijlicht-schakelaar (S16/3) of er een rijstand is geactiveerd.
Motoren met aircocompressor
Om te voorkomen dat het toerental daalt het inschakelen van de aircocompressor, zendt het regel- en bedieningspaneel automatisch geregelde airco (N22) vóór inschakeling van de aircocompressor een signaal naar regeleenheid PMS (N3/6) en wordt de diameter van de luchtklepopening vergroot door stelelement stationairregeling (M16/6).
Stationair draaien
Ten behoeve van de regeling stationair toerental kan de openingshoek vanuit de berekende normwaarde maximaal 8° krukashoek in de richting "laat" of "vroeg" worden versteld.
Een ingreep door aanpassing van de ontstekingshoek is sneller dan door verstelling van de luchtklep.
Verwezen documenten
- gf0752p1010a Stelelement stationairregeling PMS, plaatsing/functie/bouw/werking