L15.20-0003-06
A1e16 Voorgloeicontrolelampje
B11/4 Temperatuursensor koelmiddel
N3/9 Regeleenheid CR
N14/2 Gloei-eindtrap
N14/2x1 Stekkerverbinding gloei-eindtrap regelkabel naar regeleenheid CR
N14/2x2 Stekkerverbinding gloei-eindtrap naar gloeibougies
N14/2x3 Stekkerverbinding gloei-eindtrap accu plus, klem 30
R9 Gloeibougies
S2 Startschakelaar
Sleutelstanden:
0 De sleutel kan alleen in stand 0 worden uitgenomen
1 De meeste stroomverbruikers kunnen worden ingeschakeld
2 Voorgloei- en rijstand
3 Startstand
Werking
Zodra de sleutel in de stand "Contact aan" wordt gedraaid, begint het voorgloeien. De voorgloeitijd wordt aan de hand van de koelmiddeltemperatuur berekend door regeleenheid
CR (N3/9). De wagen wordt gestart nadat de voorgloei-controlelampjes zijn uitgegaan, omdat de gloeiboegies dan heet genoeg zijn geworden. Als de contactsleutel verder wordt gedraaid naar stand 3, wordt met het startgloeien begonnen. Gloei-eindtrap (N14/2) ontvangt van regeleenheid CR (N3/9) een signaal dat er wordt gestart. Gloeiboegies (R9) worden verder van spanning voorzien.
In de volgende startfase verdampen ingespoten druppels brandstof ontbranden door de gecomprimeerde en hete lucht. Hierdoor wordt het verbrandingsproces ingeleid. Tijdens het starten wordt de opbrengst aan de hand van de temperatuur en het toerental berekend. De bestuurder kan geen invloed uitoefenen op de opbrengst.
Als het motortoerental wordt bereikt waarbij de startmotor wordt uitgeschakeld, begint het nagloeien.
Het nagloeien na de start zorgt ervoor dat de motor in de warmloopfase niet overslaat en met weinig rookvorming stationair of met toenemend toerental draait. Bovendien worden hierdoor de verbrandingsgeluiden gereduceerd. De nagloeitijd is afhankelijk van de koelmiddeltemperatuur.
Als er niet kan worden gestart, zorgt een veiligheidsuitschakeling van de gloeiboegies ervoor dat de accu niet leegloopt.
Defecten aan onderdelen of leidingen in het voorgloeisysteem worden weergegeven door het voorgloeicontrolelampje. De betreffende storingen worden in de regeleenheid CDI opgeslagen.
Startmotorregeling, werking | Met automatische wisselbak of automatische koppeling | ||
Zonder automatische wisselbak of automatische koppeling | |||
Brandstoflagedruksysteem CDI, werking | |||
Hogedruksysteem CDI, werking | |||
Brandstofvoorverwarming, werking | |||
Temperatuursensor koelmiddel, plaatsing/functie/bouw/werking | |||
Regeleenheid CDI, plaatsing/functie | |||
Gloei-eindtrap, plaatsing/functie/bouw/werking | |||
Staafgloeibougies, plaatsing/functie/bouw/werking | |||
Regeleenheid CDI, plaatsing/functie |
Verwezen documenten
- gf0704l5026va
- gf0713l3113va
- gf0716l3001va Brandstoflagedruksysteem CDI, werking
- gf0716l3012va Hogedruksysteem CDI, werking
- gf0716l3101va Regeleenheid CDI, plaatsing/functie
- gf1520l2102va
- gf1520l3101va
- gf1530l3000va
- gf1530l3000vb