gf0716l2001va

Starten CDI, werking

Type gf · thema 07.16 · versie 0100 · 2003-03-13

Geldig voor: MOTOR 668.914 in TYPE 414.700

Plaats

Functiegroep 1 Motor › 07 Mengselvorming › 07.16 Dieselinspuitsysteem Common-Rail — Serie 414 (modellen 700) · Serie 668 (modellen 914)

GF07.16-L-2001VA

Starten CDI, werking

23.8.00

MOTOR 668.914 in TYPE 414.700

Starten CDI, werking

L15.20-0003-06

A1e16 Voorgloeicontrolelampje

B11/4 Temperatuursensor koelmiddel

N3/9 Regeleenheid CR

N14/2 Gloei-eindtrap

N14/2x1 Stekkerverbinding gloei-eindtrap regelkabel naar regeleenheid CR

N14/2x2 Stekkerverbinding gloei-eindtrap naar gloeibougies

N14/2x3 Stekkerverbinding gloei-eindtrap accu plus, klem 30

R9 Gloeibougies

S2 Startschakelaar

Sleutelstanden:

0 De sleutel kan alleen in stand 0 worden uitgenomen

1 De meeste stroomverbruikers kunnen worden ingeschakeld

2 Voorgloei- en rijstand

3 Startstand

Werking

Zodra de sleutel in de stand "Contact aan" wordt gedraaid, begint het voorgloeien. De voorgloeitijd wordt aan de hand van de koelmiddeltemperatuur berekend door regeleenheid

CR (N3/9). De wagen wordt gestart nadat de voorgloei-controlelampjes zijn uitgegaan, omdat de gloeiboegies dan heet genoeg zijn geworden. Als de contactsleutel verder wordt gedraaid naar stand 3, wordt met het startgloeien begonnen. Gloei-eindtrap (N14/2) ontvangt van regeleenheid CR (N3/9) een signaal dat er wordt gestart. Gloeiboegies (R9) worden verder van spanning voorzien.

In de volgende startfase verdampen ingespoten druppels brandstof ontbranden door de gecomprimeerde en hete lucht. Hierdoor wordt het verbrandingsproces ingeleid. Tijdens het starten wordt de opbrengst aan de hand van de temperatuur en het toerental berekend. De bestuurder kan geen invloed uitoefenen op de opbrengst.

Als het motortoerental wordt bereikt waarbij de startmotor wordt uitgeschakeld, begint het nagloeien.

Het nagloeien na de start zorgt ervoor dat de motor in de warmloopfase niet overslaat en met weinig rookvorming stationair of met toenemend toerental draait. Bovendien worden hierdoor de verbrandingsgeluiden gereduceerd. De nagloeitijd is afhankelijk van de koelmiddeltemperatuur.

Als er niet kan worden gestart, zorgt een veiligheidsuitschakeling van de gloeiboegies ervoor dat de accu niet leegloopt.

Defecten aan onderdelen of leidingen in het voorgloeisysteem worden weergegeven door het voorgloeicontrolelampje. De betreffende storingen worden in de regeleenheid CDI opgeslagen.

Startmotorregeling, werking

Met automatische wisselbak of automatische koppeling

GF15.30-L-3000VA

Zonder automatische wisselbak of automatische koppeling

GF15.30-L-3000VB

Brandstoflagedruksysteem CDI, werking

GF07.16-L-3001VA

Hogedruksysteem CDI, werking

GF07.16-L-3012VA

Brandstofvoorverwarming, werking

GF07.13-L-3113VA

Temperatuursensor koelmiddel, plaatsing/functie/bouw/werking

GF07.04-L-5026VA

Regeleenheid CDI, plaatsing/functie

GF07.16-L-3101VA

Gloei-eindtrap, plaatsing/functie/bouw/werking

GF15.20-L-2102VA

Staafgloeibougies, plaatsing/functie/bouw/werking

GF15.20-L-3101VA

Regeleenheid CDI, plaatsing/functie

GF07.16-L-3101VA

Verwezen documenten