AR27.00-P-0100A | Olieniveau van automatische wisselbak controleren, zo nodig corrigeren | 1.12.93 |
WISSELBAK 722.3/4/5
P27.00-0201-01
P27.00-0202-01
Afb. 1 links (t/m 09/93)
6 Oliepeilstok
6a Sluitklem
Afb. 2 rechts (vanaf 10/93)
6 Oliepeilstok
6a Sluitklem
6b Borgstift
P27.00-0204-01
Afb. 3
| Controleren | ||
| Auto voor oliepeilcontrole horizontaal plaatsen | ||
1 | Wisselbak vóór oliepeilcontrole op lekkage controleren | Bij grotere olieverliezen oorzaak vaststellen en verhelpen | |
Gevaar! | Kans op ongevallen door spontaan wegrijden bij draaiende motor. Kans op letsel door bekneld raken en verbranding bij ingrepen tijdens het starten of bij draaiende motor | Wagen tegen spontaan wegrijden beveiligen. | |
2 | Motor laten lopen | ||
3.1 | Sluitklem (6a) openen | tot 09/93 (afbeelding 1) | |
3.2 | Borgstift (6b) zijwaarts in de richting van de pijl wegdrukken, beide delen verwijderen en sluitklem (6a) openen | vanaf 10/93 (afbeelding 2) | |
4 | Oliepeilstok (6) uitnemen | Met niet-pluizende doek afvegen | |
5 | Oliepeilstok (6) tot aan de aanslag plaatsen en weer verwijderen, Oliepeil aflezen | Bij een koude wisselbak (wisselbakolietemperatuur ca. 30°C) moet het oliepeil zich tussen de Min- en Max-markering bevinden (afbeelding 3). Bij een wisselbak op bedrijfstemperatuur (wisselbakolietemperatuur ca. 80°C) moet het oliepeil zich bij de Max-markering bevinden (afbeelding 3). | |
Corrigeren | |||
6 | Wisselbakolie bij lopende motor vullen | | |
| |||
Te veel gevulde wisselbakolie absoluut aftappen of afzuigen. Een te geringe en te grote hoeveelheid olie verslechtert de werking van de wisselbak | |||
ATF-olie volgens Betriebsstoff-Vorschriften blad 236.4/6/7 | |||
7 | Oliepeil opnieuw controleren | Zo nodig corrigeren | |
8 | Sluitklem (6a) sluiten | tot 09/93 (afbeelding 1) | |
9 | Sluitklem (6a) sluiten en borg-stift (6b) aandrukken totdat deze vastklikt | vanaf 10/93 (afbeelding 2) |
126 589 12 63 00
210 589 00 71 00
Handpomp
Trechter
Verwezen documenten
- as0000z000501a Kans op ongevallen door spontaan wegrijden bij draaiende motor. Kans op letsel door bekneld raken en verbranding bij ingrepen tijdens het starten of bij draaiende motor.