ad4230l3003a

Antiblokkeersysteem (ABS), diagnose functiecontrole

Type ad · thema 42.30 · versie 0102 · 2003-06-06

Geldig voor: TYPE 667, 668, 670 met CODE B02, remsysteem, antiblokkeersysteem (ABS)

Plaats

Functiegroep 2 Onderstel › 42 Remsysteem - hydraulisch systeem en mechanisch gedeelte › 42.30 Anti-blokkeersysteem (ABS) — Serie 667 · Serie 668 · Serie 670

AD42.30-L-3003A

Antiblokkeersysteem (ABS), diagnose functiecontrole

22.9.97

TYPE 667, 668, 670 met CODE B02, remsysteem, antiblokkeersysteem (ABS)

Antiblokkeersysteem (ABS), diagnose voorkennis

AD42.30-L-2001A

De volgende controles moeten met STAR DIAGNOSE op de rollentestbank of bij omhoog gebrachte wielen worden uitgevoerd.

Het controlelampje ABS moet ca. 2 seconden nadat het contact is ingeschakeld uitgaan.

Als tijdens de laatste rit een storing in de dynamische omwentelingensensor ( - ) is opgetreden, die inmiddels is verholpen of als de regeleenheid is vervangen, zal het controlelampje ABS bij een rijsnelheid van 5 km/h uitgaan, omdat dan pas de interne omwentelingen-sensorcontrole is afgesloten.

Functiecontrole

Teststap

Controleren

Aanwijzing

1

Overzicht omwentelingensensors

Alle wielen achtereenvolgens afzonderlijk aandrijven. De wielsnelheid voor het actueel aangedreven wiel moet worden berekend.

AD42.30-L-3004A

2

Luchtspleet

Alle wielen afzonderlijk, asgewijs of samen langzaam versnellen. Vanaf een bepaalde wielsnelheid moet voor elk aangedreven wiel een snelheidswaarde worden berekend.

AD42.30-L-3004A

3

Overzicht wielremmen

Rempedaal indrukken totdat het wiel met moeite kan worden rondgedraaid (rollentestbank remkracht 1 kN). Inlaatventiel van betreffende wiel inschakelen en remkracht verhogen. Het wiel moet nog steeds met moeite kunnen worden rondgedraaid (rollentestbank remkracht constant). Uitlaatventiel inschakelen. Het wiel moet soepel kunnen worden rondgedraaid. Inlaatventiel weer uitschakelen en het volgende wiel op dezelfde wijze controleren.

AD42.30-L-3011-02A

4

Testrit

Als tijdens bovengenoemde controles geen storingen zijn opgetreden, de diagnose afsluiten en wagen accelereren tot boven de 5 km/h. Uiterlijk bij deze snelheid moet het controlelampje ABS uitgaan en uitgeschakeld blijven.

Daarna de wagen minstens 80 seconden lang met een snelheid hoger dan 50 km/h laten rijden. Pas dan zijn de interne controleprocédés van het systeem afgesloten.

Verwezen documenten