Sign. remlicht-schakelaar
Dempingsventielen
Ventieleenheid niveauregeling
N51
Ontvangst van sensorsignalen, sensorcompensatie en sensorcontrole
Adaptief dempingssysteem ADS II
1. Herkenning van wagengedrag (verticale acceleratie opbouw, langs- en dwarsacceleratie, remming en Comfort/Sport-omschakeling)
2. Berekening van dempingskrachten
Niveauregeling en -verstelling
1. Herkenning van wagenniveau en bestuurderswens (schakelaarstand)
2. Berekening van normdrukniveaus
Controle regeleenheid, bedrijfstoestand en aansturingssignalen
Storingherkenning, uitschakeling, soort storing, invoer diagnose
Omzetting van dempingskrachten en normdrukniveaus in ventielaansturingstijden
Eindtrappen
Door bestuurder gewenste niveau
Wagenniveau
Verticale acceleratie opbouw
Stuuruitslag-hoek
Rijsnelheid
Omschakeling Comfort/Sport
De regeleenheid ADS, vering is in de volgende functies onderverdeeld:
Signaalverwerking
Logisch gedeelte
Veiligheidsschakeling
Signaalverwerking
De volgende ingangssignalen worden door het logische gedeelte voor de berekening resp. als informatie verwerkt:
Berekening verticale acceleratie opbouw
- Signaal acceleratiesensors opbouw
-----------------------------------------------------------------------------------------
Berekening rijsnelheid
- Signaal wieldraaisnelheid
- Signaal draaisnelheidsstatus
Berekening langs- en dwarsacceleratie
- Signaal wieldraaisnelheid
- Signaal stuurhoeksensor
Berekening wagenniveau
- Signaal niveausensors
Informatiesignalen (bediening)
- Signaal remlichtschakelaar
- Signaal schakelaar Comfort/Sport
- Signaal schakelaar niveauregeling
-----------------------------------------------------------------------------------------
Logisch gedeelte
De voorbereide ingangssignalen worden in het logisch gedeelte verwerkt en omgevormd tot uitgangssignalen.
Signaal acceleratiesensors opbouw (B24/3, B24/4, B24/6):
Aan de hand van de signalen van de acceleratiesensors opbouw wordt de verticale acceleratie van de wagen berekend.
Signaal wieldraaisnelheid
Aan de hand van het wieldraaisnelheidsignaal van regeleenheid ETS, ASR, resp. ESP worden de volgende waarden vastgesteld:
- Rijsnelheid
- Langsacceleratie
Signaal draaisnelheidsstatus
Het signaal is afkomstig van de regeleenheid ETS, ASR, resp. ESP en wordt benut om een plausibiliteitscontrole uit te voeren op het wieldraaisnelheidsignaal. Er wordt een onderscheid gemaakt tussen een rijdende en stilstaande wagen. Bovendien worden onjuiste wieldraaisnelheidssignalen herkend.
Signaal stuurhoeksensor (N49):
Aan de hand van het stuurhoeksensorsignaal en het signaal wieldraaisnelheid wordt de dwarsacceleratie van de wagen berekend.
-----------------------------------------------------------------------------------------
Signaal niveausensors (B22/2, B22/3):
De niveausensors van de voor- en achterassen leveren elk 2 signalen die de afstand tussen het wielmidden en de carrosserie (gemiddelde waarde van rechter en linker wiel) herkennen en overbrengen.
Signaal remlichtschakelaar (S9/1):
Bij bediening van de rem wordt een signaal van het logische gedeelte van het actieve dempingssysteem herkend en wordt bij alle wielen de demping op "hard" ingesteld. Hierdoor kan de duikbeweging van de wagen tijdens het remmen worden gereduceerd.
Signaal schakelaar Comfort/Sport (S45/1):
Het signaal van de schakelaar Comfort/Sport informeert over de keuze tussen een comfortgericht programma en een sportief programma. De wens van de bestuurder blijft opgeslagen (ook bij contact UIT) totdat deze opnieuw door de bestuurder wordt gewijzigd.
Signaal schakelaar niveauregeling (S77/1):
Aan de hand van het signaal van de schakelaar niveauregeling herkent de regeleenheid de wens van de bestuurder m.b.t. het wagenniveau:
- Normaal niveau
- Verhoogd niveau stand 1
- Verhoogd niveau stand 2
- Blokkeerstand
-----------------------------------------------------------------------------------------
ADS II
Aan de hand van de vastgestelde verticale acceleratie van de opbouw, evenals de langs- en dwarsacceleratie van de wagen en de rijsnelheid bepaalt de regeleenheid continu het optimale dempingsniveau.
Door aansturing van de dempingsventielen bij de wielen kunnen bij elk wiel 4 verschillende dempingsniveaus worden ingesteld.
Niveauregeling en -verstelling
Aan de hand van de stand van de schakelaar Niveauregeling en de rijsnelheid stelt de regeleenheid via de desbetreffende niveauventielen afhankelijk van de belading het juiste wagenniveau in.
Veiligheidsschakeling
De regeleenheid ADS, vering, controleert na het inschakelen en tijdens het rijden alle belangrijke componenten van het systeem. De veiligheidsschakeling heeft tot taak onjuiste signalen van de sensors en storingen in de regeleenheid en in het elektrische bekabelingssysteem te herkennen. Als er een storing wordt herkend, wordt het systeem uitgeschakeld en via de multifunctionele indicatie op het combi-instrument aan de bestuurder gemeld. De dempingsventielen worden op het harde dempingsniveau (veiligheidsniveau) geschakeld en niet meer aangestuurd. Bovendien wordt er een storingscode in de regeleenheid opgeslagen.
De niveauregeling wordt afhankelijk van de storing slechts gedeeltelijk uitgeschakeld.
De veiligheidsschakeling controleert verder continu de accuspanning. Bij een spanning onder 10,5 V resp. boven 17,5 V wordt het systeem uitgeschakeld totdat de spanning zich weer in het voorgeschreven bereik bevindt.