1 | Borgknop |
2 | Koppelingspen |
3 | Hefboom |
4 | Controlekaliber |
D31.10-0029-01
D31.10-0030-01
| Controleren | ||
1 | Borgknop (1) verwijderen | ||
2 | Koppelingspen (2) met hefboom (3) omhoogzetten | Koppelingspen (2) moet in de bovenste stand automatisch vastklikken. | |
3 | Koppelingspen (2) met geschikt gereedschap naar boven drukken | Koppelingspen (2) moet automatisch uit de arrêtering loskomen en in de onderste lagerboring vallen. Als koppelingspen (2) de onderste stand niet bereikt, moet de automatische borging in werking treden. | |
Borgknop (1) moet geheel tegen de borghuls aan liggen (pijl). | |||
4 | Koppelingspen (2) met geschikt gereedschap naar boven drukken als aanhangwagenkoppeling is gesloten | De toelaatbare hoogtespeling mag niet worden overschreden. | |
Koppelingspen | |||
Als de hoogtespeling wordt overschreden: | |||
| |||
Tegen afzonderlijke opdracht: aanhangwagenkoppeling vervangen. | |||
5 | Koppelingspen (2) meten | Koppelingspen bij licht gewelfd gedeelte (pijl B) met schuifmaat of controlekaliber (4) in lengte- en dwarsrichting meten | |
Koppelingspen | |||
Als de minimale maat niet wordt gehaald: | |||
| |||
Tegen afzonderlijke opdracht: aanhangwagenkoppeling vervangen. | |||
6 | Controleren of aanhangwagenkoppeling controleren | Bouten aanhangwagenkoppeling aan dwarsdrager en dwarsdrager aan chassis op vastzitten controleren. |