1 | Borgknop |
2 | Koppelingspen |
3 | Hefboom |
N31.10-2025-01
N31.10-2026-01
| Controleren | ||
1 | Borgknop (1) verwijderen | ||
2 | Koppelingspen (2) met hefboom (3) omhoogzetten | Koppelingspen (2) moet in de bovenste stand automatisch vastklikken. | |
3 | Koppelingspen (2) met geschikt gereedschap naar boven drukken | Koppelingspen (2) moet automatisch uit de arrêtering loskomen en in de onderste lagerboring vallen. Als koppelingspen (2) de onderste stand niet bereikt, moet de automatische borging in werking treden. | |
Borgknop (1) moet geheel tegen de borghuls aan liggen (pijl). | |||
4 | Koppelingspen (2) met geschikt gereedschap naar boven drukken als aanhangwagenkoppeling is gesloten | De toelaatbare hoogtespeling mag niet worden overschreden. | |
Koppelingspen | |||
Hoogtespeling wordt overschreden. | |||
| |||
Tegen afzonderlijke opdracht aanhangwagenkoppeling vervangen. | |||
5 | Koppelingspen (2) meten | Bij licht gewelfd gedeelte met een schuifmaat of controlekaliber in langs- en dwarsrichting meten. | |
Er moet aan de minimale maat worden voldaan. Het controlekaliber mag er niet overheen glijden. Controlekalibers zijn verkrijgbaar bij de fabrikant van de aanhangwagenkoppeling. | |||
Koppelingspen | |||
Minimale maat wordt niet gehaald. | |||
| |||
Tegen afzonderlijke opdracht aanhangwagenkoppeling vervangen. | |||
6 | Aanhangwagenkoppeling op bevestiging controleren | Bouten aanhangwagenkoppeling aan dwarsdrager en dwarsdrager aan chassis op vastzitten controleren. |