Werking
SBC omvat een reeks van functies die ter ontlasting van de bestuurder of ter ondersteuning van de remgereedheid en daarom de veiligheid dienen.
Veiligheidsrelevante functies: voorvullen
(Overwinnen van speling)
Deze voortdurend actieve functie ondersteunt de remgereedheid door de remklauwen direct kortstondig tegen de remschijven aan te zetten (voorvullen) als het gaspedaal wordt losgelaten.
Hierdoor wordt de reactietijd van de rem gereduceerd en wordt bij het normale remmen de remweg verkort.
-----------------------------------------------------------------------------------------
Droogremmen
Deze veiligheidsfunctie ondersteunt de remgereedheid bij vochtige remschijven door kortstondig droog te remmen.
De vochtige weersomstandigheden worden herkend aan het inschakelen van de ruitenwissers. Regeleenheid SBC (A7/3n1) ontvangt via CAN de informatie over het ruitenwisserinterval.
Hierdoor wordt de reactietijd van de rem gereduceerd en wordt bij het normale remmen de remweg verkort.
Het droogremmen wordt afhankelijk van de hoeveelheid neerslag ongeveer elke 7 tot 14 min. uitgevoerd, voorzover de bestuurder in de tussentijd niet zelf remt.
-----------------------------------------------------------------------------------------
Comfortrelevante functies
(waarschijnlijk pas vanaf wijzigingsjaar 2003 beschikbaar)
SBC Hold
Deze functie voorkomt dat de wagen terugrolt op een helling of als deze langere tijd voor een verkeerslicht stilstaat, en vergemakkelijkt zodoende het wegrijden.
Bediening
De functie SBC Hold wordt geactiveerd door het rempedaal verder in te drukken.
Dat wil zeggen, als de wagen stilstaat en de bestuurder heeft de voet op de rem, drukt hij het rempedaal kortstondig iets verder in.
De succesvolle activering wordt op multifunctionele indicatie links (A1p13) in combi-instrument (A1) onderbroken aangegeven door middel van "SBC H".
De bestuurder kan derhalve worden ontlast, doordat hij de voet van het rempedaal kan nemen.
-----------------------------------------------------------------------------------------
De houdfunctie wordt beëindigd:
Bij het wegrijden door het gaspedaal in te drukken.
Als de selectiehendel van de automatische wisselbak in stand 'P' wordt gezet.
En door het rempedaal opnieuw in te drukken met de betreffende remdruk totdat de indicatie 'SBC H' verdwijnt.
Als SBC Hold actief is en een portier is geopend en gelijktijdig het bestuurdersgordelslot is geopend of defect is of het systeem is uitgevallen, wordt de waarschuwing 'Sofort bremsen' op multifunctionele indicatie links (A1p13) van combi-instrument (A1) weergegeven.
Werking
Als de normvertraging die aan de hand van de rempedaalslag door
regeleenheid SBC (A7/3n1) is berekend, bij het 'te hard remmen' een bepaalde drempel overschrijdt, wordt een vaste remdruk ingesteld. De druk wordt bij het wegrijden comfortgebonden, afhankelijk van de graad van de daling of helling, afgebouwd.
-----------------------------------------------------------------------------------------
SBC Stop t/m 01-06-2004
Als deze functie is geactiveerd, wordt de wagen bij het loslaten van het gaspedaal met een constante remvertraging vertraagd tot de wagen stilstaat. Omdat de remdruk tot aan de stilstand behouden blijft, moet de bestuurder de wagen niet met het rempedaal tot stilstand brengen. Door gas te geven, bijvoorbeeld om opnieuw weg te rijden of om te accelereren, wordt het remmen automatisch afgebroken.
De bestuurder wordt ontlast doordat hij bij het rijden in de file alleen gas hoeft te geven en de voet niet op het rempedaal hoeft te houden als de wagen stilstaat.
Bediening
De functie SBC Stop wordt bij een rijsnelheid < 15 km/h met de Tempomathendel geactiveerd door een van de volgende 3 handelingen:
Naar de bestuurder toe trekken ('Wiederaufnahme')
Naar boven drukken ('inschakelen en accelereren')
Naar onderen drukken ('inschakelen en decelereren')
-----------------------------------------------------------------------------------------
De activering wordt op multifunctionele indicatie links (A1p13) ononderbroken aangegeven door middel van 'SBC S'
De stopfunctie wordt beëindigd:
Door de Tempomathendel wegdrukken.
Als de achteruit wordt ingeschakeld en vervolgens wordt weggereden.
Als de selectiehendel van de automatische wisselbak in de stand 'P' wordt gezet.
Als de functie SBC Hold wordt beëindigd, verdwijnt de indicatie op combi-instrument (A1). Als SBC Hold actief is en een portier is geopend en gelijktijdig het bestuurdersgordelslot is geopend of defect is of het systeem is uitgevallen, wordt de waarschuwing 'Sofort bremsen' op multifunctionele indicatie links (A1p13) van combi-instrument (A1) weergegeven. De Tempomat-, DTR- en snelheidsbegrenzingsfunctie blijven onbeperkt bruikbaar. Hiervoor moet echter de functie SBC Stop eerst worden uitgeschakeld.
-----------------------------------------------------------------------------------------
Softstop
De Softstop reduceert door de remdruk kortstondig te verlagen onder de 6 km/h de schok, die bij het remmen direct na
het bereiken van de stilstand optreedt. Bij noodremmingen en het voluit remmen wordt de functie ter optimalisatie van de remweg gedeactiveerd.
Verwezen documenten
- gf4246p1000sl Normaal remmen SBC, werking
- gf4246p1000slr
- gf4246p1000sls
- gf4246p1000slt
- gf4246p3000sl Remmen bij systeemstoring SBC, werking
- gf4246p3000slr
- gf4246p4500sl Regeleenheid SBC, plaatsing/functie/werking