AP31.10-D-3151B | Aanhangwagenkoppeling - werking, speling en bevestiging controleren | 4.9.01 |
TYPE 667, 668, 670
met CODE Q28, aanhangwagenkoppeling fabrikaat Rockinger
met CODE Q29, aanhangwagenkoppeling fabrikaat Ringfeder
N31.10-0254-01
N31.10-0255-01
N31.10-0256-01
N31.10-2026-01
N31.10-0325-01
N31.10-0326-01
1 Borgknop
2 Hefboom
3 Vangmuil
7 Ontgrendelingshefboom
8 Geleidingsbus
9 Slijtageplaat
A Binnendiameter
4 Koppelingspen
5 Koppelingshuis
6 Controlepen
| Controleren | ||
1 | Aanhangwagenkoppeling sluiten | Geschikt gereedschap voor het sluiten gebruiken. | |
2 | Vangmuil (3) tot aan aanslag draaien | Vangmuil (3) moet automatisch in de middelste stand terugkeren. | |
Vangmuil (3) tot aan de aanslag naar links en rechts draaien en steeds in de eindstand loslaten. | |||
3 | Borgknop (1) naar buiten trekken en vastzetten | Hiervoor borgknop (1) ca. 45° draaien. | |
4 | Koppelingspen (4) met hefboom (2) omhoog zetten | Koppelingspen (4) moet in de bovenste stand automatisch vastklikken. Vang- muil (3) moet in de middelste stand vastklikken. | |
5 | Koppelingspen (4) of ontgrendelings-hefboom (7) met geschikt gereedschap naar boven drukken en bedienen | Koppelingspen (4) moet automatisch uit de arrêting loskomen en in de onderste lagerboring vallen. | |
Als koppelingspen (4) de onderste stand bereikt, moet de automatische borging in werking treden. | |||
Afhankelijk van het koppelingstype moet borgknop (1) geheel tegen de borghuls aan liggen of mag controlepen (6) niet boven geleidingsbus (8) uit komen. | |||
6 | Draailager van koppelingshuis (5) op langs- en hoogtespeling controleren | Langsspeling is niet toegestaan. | |
De toelaatbare hoogtespeling mag niet worden overschreden. | |||
7 | Koppelingspen (4) met geschikt gereedschap naar boven drukken als aanhangwagenkoppeling is gesloten | De toelaatbare hoogtespeling mag niet worden overschreden. | |
8 | Koppelingspen (4) meten | Koppelingspen (4) aan licht gewelfd gedeelte met een schuif- of controlekaliber in langs- en dwarsrichting meten. | |
Er moet aan de minimale maat worden voldaan. Het controlekaliber mag er niet overheen glijden. Controlekalibers zijn verkrijgbaar bij de fabrikant van de trekhaak. | |||
9.1 | Koppelingspen (4) controleren als aanhangwagenkoppeling is gesloten | Alleen met aanhangwagenkoppeling fabrikaat Ringfeder, code Q29 | |
Speling van koppelingspen (4) in onderste geleidingsbus (8) controleren met geschikt gereedschap als aanhangwagenkoppeling is gesloten. | |||
De toelaatbare speling mag niet worden overschreden. | |||
10.1 | Binnendiameter (A) van onderste geleidingsbus (8) meten | Alleen met aanhangwagenkoppeling fabrikaat Rockinger, code Q28 | |
De maximale maat mag niet worden overschreden. | |||
11 | Slijtageplaat (9) of oplegring op toestand en slijtage controleren | Het trekoog mag niet tegen de onderste geleidingsbus (8) aan komen. | |
12 | Aanhangwagenkoppeling op bevestiging controleren | Controleren of bevestigingsbouten aanhangwagenkoppeling aan achterste dwarsdrager, alsmede achterste dwarsdrager aan chassis vastzitten. |
Controlewaarden aanhangwagenkoppeling, koppelschotel
Nummer | Omschrijving | Type | Type | ||
BE31.10-N-1001-01C | Koppelingspen | Hoogtespeling | mm | 2,0 | 4,0 |
Buiten-Ø | mm | 36,5 | 36,5 | ||
BE31.10-N-1002-01C | Lager koppelingshuis | Hoogtespeling | mm | 1,0 | 1,0 |
Langsspeling | mm | 0,0 | 0,0 | ||
BE31.10-N-1003-01C | Geleidingsbus | Binnen-Ø | mm | 31,2 | - |
Speling t.o.v. koppelingspen | mm | - | 2,0 | ||